Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geboren den 12aen Januari 1716 te Sevilla, werd in 1733 kapitein van een fregat, vergezelde in 1734, de Fransche commissie, welke door graadmeting aan den evenaar den bolvorm der aarde wilde vaststellen, naar Peru, bereisde daarna tot 1744 de Spaansche bezittingen in Z. Amerika en bracht er de kust, door de Engelschen bedreigd, in staat van verdediging. Na zijn terugkeer bevorderde hij in Spanje de ontwikkeling der wolweverij, voltooide de havens van Cartagena en Ferrol en bracht leven in de ontginning der kwikzilvermijnen van Almaden en van Huancavelica in Peru, waarheen hij in 1755 als vlootvoogd vertrokken was. Kort daarna werd hij opperbevelhebber over de vloot in de W. Indische Zee, veroverde in 1762 Louisiana en werd er in 1764 gouverneur, maar keerde reeds in 1767 naar Spanje terug, waarop bij benoemd werd tot directeur-generaal der marine. Hij schreef: „Relacion historica del viage è, la America meridional" (1748), „Noticias americanas sobre la America meridional y la septentrional-oriental" (1772) en „Noticias secretas de America" (1826). Hij overleed den 5den Juli 1795 op zijn landgoed op het Isla de Leon bij Cadiz.

Ulm, de hoofdstad van het WUrttembergsche Donaudistrikt, ligt op den linker oever van de Donau, welke hier links de Blau en rechts den Iller opneemt en bevaarbaar wordt, en is door spoorwegen met Stuttgart, Friedrichshafen, Mergentheim, Immendingen, München en Kempten verbonden. MetNeuUlm, aan de overzijde der rivier op Beiersch grondgebied, vormt het een vesting van den eersten rang. De merkwaardigste gebouwen van deze oude, nauw en onregelmatig gebouwde stad zijn: het stadhuis, een indrukwekkend gebouw uit de 15de en het begin der 16de eeuw, met gevelbeschilderingen, een kunstig uurwerk uit de 16de eeuw en een belangrijk archief, het voormalig gebouw van de Duitsche Orde, de korenbeurs en vooral den Protestantschen dom, een grootsch, Gotisch bouwwerk, ontstaan van 1377—1494 en gerestaureerd van 1844—1890. Daarnaast bezit Ulm nog 3 Evangelische en 4 R. Katholieke kerken en een synagoge. De stad heeft 2 gymnasia, een hoogere burgerschool, een landbouwwinterschool, een gemeentelijke boekerij (30 000 dln.), een weduwen- en weeshuis, een schouwburg enz. en telt (1905) 51 82u inwoners. Zij bezit messing- en 'jzergieterijen, een hoedenfabriek, katoenspinnerijen en weverijen en verder fabrieken voor de vervaardiging van cement, asfalt, brandbluschmiddelen, torenuurwerken, mastiek, muziekinstrumenten, houten tabakspijpen enz. Daarnaast worden bierbrouwerijen, leerlooierijen, ververijen, scheepstimmerwerven enz. aangetroffen. De laken- en ledermarkt, de vruchten-, vee- en paardenmarkten zijn van beteeken is. Ulm, in den tijd der Karolingers een koninklijke bezitting met een palts, wordt het eerst vermeld in 843. Sedert 1027 werd het als stad beschouwd. Doordat zij trouw bleef aan de Hohenstaujen werd de stad in 1134 door Hendrik den \ Trotsclie van Beieren geplunderd en verbrand. We- < der herbouwd bood zij in 1247 heldhaftigen tegenstand aan den tegenkoning Heinrich Raspe. In 1331 trad zij toe tot den Zwabischen steden- : bond. In het midden van de 15de eeuw bloeide i zij door de linnen- en bombazijnweverij en den 1 handel daarin. Do Hervorming vond reeds vroeg i ingang in Ulm; in 1526 voegde zich de stad bij ■

l het Torgauer en in 1530 bij het Schmalkaldisch Verbond, maar moest zich in 1546 onderwerpen aan Karei V en in 1548 het Augsburger Interim aannemen. Het verdrag van Ulm (Juli 1620) herstelde den vrede tusschen de Unie en de Liga. In 1803 verloor Ulm den rang van vrije rijksstad en werd hoofdstad van het Beiersche Opper-Donaudistrikt. In 1805 door de Oostenrijkers bezet, werd het door Napoleon I ingesloten, en moest het zich den 17den October met 23 000 man bezetting overgeven. Bij den Vrede van Weenen (14den October 1809) werd de stad door Beieren aan Württemberg afgestaan en in 1842 tot eene bondsvestting van den eersten rang verheven. Sedert 1871 is zij een Duitsche rijksvesting.

TTlmaceeën is de naam van een tweezaadlobbige plantenfamilie. Zij omvat boomen en heesters met afwisselende, enkelvoudige, gesteelde, vinnervige, gezaagde, ruwe bladeren met afvallende steunblaadjes en met tweeslachtige of door vergroeiing éenslachtige, tot bundels vereenigde bloemen. Het bloemdek is groen of eenigszins gekleurd, nagenoeg klokvormig en heeft een 4- of 5-, soms 8 spletigen zoom. Met het aantal spleten komt gewoonlijk dat der meeldraden overeen, die op de basis van het bloemdek zijn ingeplant; zij hebben vrije, draadvormige helmdraden en 2 hokkige, overlangs openspringende helmknoppen. Het vruchtbeginsel is bovenstandig uit twee vruchtbladeren gevormd, éenof tweehokkig, met een hangenden, anatropen zaadknop in elk hokje. De 2 uiteenwijkende stijlen zijn aan de binnenzijden met stempeltepels bezet. De vrucht is door het overblijvend bloemdek omringd; zij is somtijds eene vliezige vleugelvrucht en somtijds een glad of met schubben bedekt nootje, maar steeds éenhokkig en éenzadig. Het zaad heeft een vliezigen rok, geen kiemwit, eene rechte kiem met platte zaadlobben en een kort, naar boven gekeerd worteltje. De soorten dezer familie zijn over het noordelijk halfrond verspreid. Algemeen komt in ons land voor U. Campestris (Iep of Olm), aangeplant verder nog U. Scabra. Zie voorts onder Olm.

Ulmaria Tourn, een geslacht der rosaceeën, vormt stevige struiken met kort rhizoma, vedervormig ingesneden bladeren, trosvormige bloeiwijze, waarvan de as verkort is, witte of purperen bloemen en kapselvormige vruchten. Zij komt in 8 a 9 soorten in de gematigde luchtstreek voor. Ulmaria palustris Mönch. (spiraea almaria L., wormkruid, weidekoningin) is 1—1,5 m. hoog, draagt witte bloemen en spiraalvormig gedraaide, tamelijk kale vruchtjes en komt in Europa en in N. Azië op vochtige plaatsen voor. De bloemen leveren een aetherische olie, welke salicylzuur bevat. Hetzelfde geldt van Ulmaria filipendula L. (spiraea filipendula J. HUL, aardeikel), waarvan de vruchtjes niet spiraalvormig gedraaid en behaard zijn en aan de lange, draadvormige wortels eetbare knollen ter grootte van een erwt dragen. Deze soort groeit in droge weiden en bosschen en vond, evenals de voorgaande, vroeger als geneesmiddel aanwending. Ulmus. Zie Olm.

Ulpianus, Domitius, een Romeinsch rechtsgeleerde, geboren omstreeks 170 n. Chr. te Tvros, bekleedde onder Alexander Severus, wiens leermeester en voogd hij was geweest, de aanzienlijkste ambten en werd in 228 als praefectus praetorio vermoord door de praetorianen, die verbitterd wa-

Sluiten