Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ren over zijn strengheid. Zijn hoofdwerken zijn de verzamelingen van het jus praetorium („Ad edictum" in 83 boeken) en van het jus civile („Ad Sabinum" in 21 boeken). Zij vormen den grondslag der „Pandecten" en hebben het derde deel der daarin aanwezige stof geleverd. Bovendien is bewaard gebleven het klein geschrift: „Tituli ex corpore Ulpiani", doorgaans: „Ulpiani fragmenta"geheeten, benevens een fragment der „Ulpiani institutiones|', in 1835 in de hofboekerij te Weenen ontdekt, en in 1835 door Endlicher uitgegeven.

Ulrich, hertog van Württemberg, geboren in 1487, de zoon van den krankzinnig geworden graaf Hendrik IV, werd bij zijn neef, hertog Eberhard I, opgevoed en kwam in 1498, na de afzetting van Eberhard 11 aan het bewind, dat hij den 19dt n Juli 1503 zelfstandig aanvaardde. Hij nam in 1504 deel aan den Erfopvolgingsoorlog van BeierenLandshut. Uit spijt over zijn ongelukkig huwelijk met Sabine, de dochter eener zuster van keizer Maximiliaan, gaf hij zich aan allerlei lichtzinnigheden over. Zijn familieschulden, vroeger reeds aanmerkelijk, namen toe; zware belastingen en onvruchtbare jaren maakten zijn onderdanen ontevreden, zoodat in 1514 het oproer van den „armen KoenraacT uitbarstte, dat Ulrich alleen dempen kon door bij het Verdrag van Tubingen, waarbij het land de betaling van zijn schulden overnam, aan de stenden buitengewone rechten en vrijheden toe te kennen. Den 7den Mei 1515 vermoordde de hertog op een jachtpartij eigenhandig Hans von Hutten, omdat hij dezen verdacht van een al te gemeenzamen omgang met zijn gemalin. Daardoor prikkelde hij den toorn van den keizer, van het hertogelijk huis van Beieren, waar Sabine een wijkplaats had gezocht, en van den adel, aan het hof waarvan zich het geheele geslacht von Huiten en bepaaldelijk Ulrich von Hutten plaatste. Hij werd den ll^n October 1516 en in Juli 1518 voor de tweede maal in den ban gedaan en in April 1519 door den Zwabischen Bond verdreven. Deze verkocht in 1520 het land tot vergoeding der krijgskosten aan Karei y, die in 1530 op den Rijksdag te Augsburg zijn broeder Ferdinand er mede beleende. Ulrich begaf zich, na een langdurig verblijf in het buitenland, naar den landeraaf Philiv van Hessen, waar hij een

aanhanger der Hervorming werd. Nadat in 1514 de Zwabische Bond ontbonden'was, bracht Philips van Hessen Ulrich aan het hoofd van 20 000 man weder naar Württemberg, waar de overwinning bij Laufen aan den Neckar (den 13dea Mei) hem weder in het bezit stelde van zijn hertogdom, hoewei hij het als een Oostenrijksch achterleen moest aanvaarden. Spoedig daarop voerde hij in zijn land de Hervorming in. Als lid van het Schmalkaldisch Verbond moest hij, na den ongelukkigen afloop van den oorlog van 1546 tegen den Keizer, overeenkomstig het Verdrag van Heilbronn, een aanzienlijke som betalen en aan den keizer verschillende kasteelen afstaan. Hij overleed den 6dcn November 1550.

Ulrich von Lichtenstein. Zie Lichlenstein.

Ulrici, Hermann, een Duitsch wijsgeer, geboren den 23sten Maart 1806 te Pförten in de Niederlausitz, studeerde te Halle en te Berlijn in de rechten, was aanvankelijk ambtenaar, vestigde zich in 1833 als privaatdocent te Berlijn en werd in 1834 benoemd tot hoogleeraar in do taalkunde

te Halle. Als wijsgeer behoorde hij met den jongeren Fichte, met Wirlh, Carriere e. a. tot de school der theïsten en tot de redactie van haar orgaan, de „Zeitschrift für Philosophie und philosophische Kritiek." Van zijn geschriften noemen wij:„Geschichte der hellenischen Dichtkunst" (2 dln., 1835), „Das Grundprinzip der Philosophie" (1845— 1846 2 dln., „Gott und die Natur", 2de druk, 1875), „Leib und Seele", 2de druk, (2 dln., 1874), „Kompendium der Logik" (2de druk, 1872) en „Grundzüge der praktischen Philosophie" (1873). De resultaten van zijn Shakespearestudie legde hij neder in: „Shakespearer dramatische Kunst" (3de druk, 3 dln., 1868) en „Geschichte Shakespeares und seiner Dichtung," (2de druk, 1876), welke de inleiding vormt tot den nieuwen druk van de Shakespearevertaling van Schlegel en Tieck. Hij overleed den llden Januari 1884 te Halle.

Ulrike Eleonore, koningin van Zweden, een dochter van Karei XI, geboren den 2den Februari 1688 te Stockholm, voerde in 1713 en 1714, gedurende de afwezigheid van haar broeder Karei XII het bewind. Zij trad in 1715 in het huwelijk met erfprins Frederik van Hessen-Kassei, en wist na den dood van haar broeder (1718) den zoon van haar oudere zuster van de troonopvolging uit te

sluiten en haar eigen keuze tot „koning van zweden door te zetten (den 3den Februari 1719). Intusschen had zij vooraf haar souvereiniteit moeten prijsgeven, aan de stenden het recht van koningskeuze moeten toekennen en een door deze ontworpen, nieuwe grondwet moeten onderteekenen, waarop zij den 17den Maart 1719 te Upsala gekroond werd. Den llden Maart 1720 deed zij afstand van de regeering ten behoeve van haar gemaal, die den 4dcn April den troon als Frederik I besteeg. Zij overleed kinderloos den 5den December 1741 te Stockholm.

Ulrnm, een gemeente in de provincie Groningen, 3050 H.A. groot met (1910) 3769 inwoners, wordt begrensd door de Lauwerzee en de Wadden en door de gemeenten Kloosterburen, Leens en Oldehove. De bodem bestaat uit zeeklei, hier en daar met zand en leem vermengd. Landbouw is het hoofdmiddel van bestaan; te Zoutkamp wordt ook vischvangst uitgeoefend. Hier mondt het Reitdiep door sluizen in zee uit. Tot de gemeente behooren de dorpen Ulrum, Zoutkamp, \ ierhuizen, Niekerk en Houwerzijl, de buurt Vliedorp, een aantal gehuchten, het grootste deel van den Westpolder, de Panserpolder en de Vierhuisterpolder.

Het dorp Ulrum is het eindpunt van den paardetram naar Winsum. Het is een oude plaats, die op twee terpen is gebouwd. Men vindt er een Hervormde en een Christelijk Gereformeerde kerk.

Ulster, de N. lijkste provincie van Ierland, grenst in het W en N. aan den Atlantischen Oceaan, in het N. aan het Noorder Kanaal en de Iersche Zee en telt op een oppervlakte van 22 195 v. km. (1901) 1582 826 inwoners, wier aantal sedert 1840 sterk verminderd is. De bevolking is grootendeels van Schotsche_ en Engelsche afkomst. Iersch wordt alleen nog in de afgelegen gedeelten van Donegal gesproken. De kust is sterk ingesneden en vormt een groot aantal havens. De oppervlakte bestaat gedeeltelijk uit laagland of weinig heuvelachtige vlakten, gedeeltelijk uit op

Sluiten