Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tropen zaadknop. De beide stijlen zijn aan de basis vereenigd en elk van deze draagt een onverdeelden stempel. De vrucht is een dubbele dopvrucht. De familie der Schermbloemigen is verdeeld in drie afdeelingen; tot de merkwaardigste behooren: die der Rechtzadigen (Orthospermae) met Hydrocotyle, Sanicula, Angelica, Peucedanum en Daucus enz., — die der Kromzadigen (Campylospermae) en die der Holzadigen (Coelospermae) met Coriandrum. De Umbelliferen tellen meer dan 1000 soorten en nagenoeg 200 geslachten, welke grootendeels in den gematigden en kouderen gordel van het noordelijk halfrond te huis behooren. Alle bevatten aethérische olie, hars of gomhars in alle deelen der plant, inzonderheid in de wortels en zaden. In sommige Umbelliferen vindt men ook narcotische en scherpe alcaloïden. Bij vele vindt men bovendien slijin en suiker in de wortels of in de onderste verdikte gedeelten van den stengel. Sommige van haar zijn specerijplanten, andere geneeskrachtige gewassen; ook zijn er, die voedingsmiddelen leveren, alsmede die tot de gevaarlijkste vergiften behooren Zie onder Giftplanten.

Umbellifloren is de naam van een plantenorde, behoorende tot de Tweezaadlobbigen en onder deze tot de Veelbbembladerigen. Zij onderscheidt zich door betrekkelijk kleine, meestal in schermen gerangschikte, doorgaans tweeslachtige bloemen met 4 of 5 meeldraden, een onderstandig, meestal uit twee vruchtbladeren samengesteld vruchtbeginsel, door zaden met kiemwit en eene kleine, rechte kiem. Zij omvat de familiën der Corneeën, Umbéllijeren en Araliaceeën.

Umberto. Zie Humbert.

Umbra is de naam van een bruin, ondoorschijnend mineraal van zeer afwisselende samenstelling. Het komt deels voor als en waterhoudend aluminiumsilicaat, bijv. de Turksche umbra (zie Bolus), deels als een waterhoudend ijzersilicaat met veel mangaan en weinig aluminium. Zij wordt op vele plaatsen gevonden en dient ter bereiding van een bruine olie- en waterverf, bij de vervaardiging van wasdoek, voor het beitsen van hout, het vernissen enz. De Keulsche umbra is een aardachtige bruinkool en levert door haar op te lossen in kaliloog en neer te slaan met een zuur, het bruine karmijn.

Umbrië. Zie Perugia.

Umbriërs is de naam van een Oud-Itaiiaansch, in vroeger tijd ver verbreid en zeer machtig volk, dat eens al het land ten O. van de Apennijnen, van den Po tot aan Kaap Gargano en daarenboven ook het later Etrurië genoemde landschap bewoonde. Intusschen werd het later langzamerhand uit alle landschappen behalve Umbrië zelf verdreven, ofschoon het ook daarvan de kuststrook, aan de Senonische Galliërs moest afstaan, zoodat het alleen op den O. lijken oever van den Tiber en aan de O. lijke helling der Apennijnen gevestigd bleef. De Umbriërs kwamen omstreeks het jaar 309 v. Chr. in aanraking met de Romeinen en leden in 308 bij Mevania een geduchte nederlaag. In 298 namen zij met de Sammieten, Etruscers en Galliërs deel aan den strijd tegen Rome, maar moesten na den slag bij Sentinum de wapens nederleggen. In den Bondgenootenoorlog verkregen zij in het jaar 90 met de overige vrije bewoners van Middel- en Beneden-Italië het Ro-

meinsche burgerrecht. Hun taal, waarvan de Iguvijnsche Tafels het belangrijkste overblijfsel zijn, behoort tot den Indo-Germaanschen taalstam. Zij hielden zich voornamelijk met ooft- en veeteelt bezig en bezaten verschillende steden, welke grootendeels haar naam behouden hebben.

Umbrina is een visschengeslacht van de familie der Ombervisschen (Scidenidae), Zie Ombervisschen.

Urnen, de hoofdstad van het Zweedsche lan Westerbotten, ligt aan den mond der Umeê, en is door een spoorweg met Vannas verbonden. Het bezit een middelbare school, een kweekschool voor onderwijzeressen, een ambachts- en een industrieschool. De plaats, welke een haven heeft, drijft handel in hout, teer, boter, visch, pelterijen enz. en telt (1905) 5 032 inwoners.

Ume-elf of Umea is de naam van een rivier in Zweden, welke aan de grens van Noorwegen ontspringt, verschillende meren, waaronder het StorOeman, doorstroomt, van links de Vinde-elf opneemt en even beneden Umea in de Bothnische Golf uitmondt. De rivier, welke in het geheel 451 km. lang is, vormt, even boven de monding haar grootsten en mooisten waterval, den Fallforsen.

TJmkomansi is de naam van een divisie in de Britsche kolonie Natal, welke op een oppervlakte van 2176 v. km. 18 875 inwoners telt. In 1904 bedroeg het aantal blanken er 950.

Umlauft, Friedrich, een Oostenrijksch aardrijkskundige, geboren den 6d™ Juni 1844 te Weenen, studeerde er en is sedert 1870 leeraar aan het Mariahilfer gymnasium en directeur der sterrenwacht aldaar. Behalve verschillende leerboeken schreef hij: „Die österreich-ungarischeMonarchie" (3aedruk Weenen, 1896), „Wanderungen durch die österreich-ungarische Monarchie"( Weenen, 1880), „Geographisches Namenbuch von Österreich Ungarn" (Weenen, 1885), „Die Alpen, Handbuch der gesamten Alpenkunde" (Weenen, 1887), „Das Luftmeer, Grundzüge der Metereologie und Klimatologie"(W eenen, 1891) en „IllustrierterFührer durch ÖsterreichUngarn und das Okkupationsgebiet"(Weenen, 1898). Van 1880—1889 gaf hij het verzamelwerk „Die Lander Österreich-Ungarns in Wort und Bild"(15 dln.) uit, waarvoor hij zelf „Das Erzherzogtum Österreich unter der Enns"(2de drak, 1894) schreef. Sedert 1882 geeft hij de „Deutsche Rundschau für Geolographie und Statistik" uit, terwijl hij sedert 1894 Hartleberis „Kleines statistisches Taschenbuch über alle Lander der Erde"(verschijnt jaarlijks) bewerkt.

Umm el-Dsjimal, een beroemde ruïnenstad, is Z. W. lijk van de hoogvlakte Hauran in den Syrischen HamSd (= steppe) gelegen. De oudste aldaar gevonden inschriften dagteekenen uit den tijd van Mareus Aurelius, de overblijfselen van gebouwen uit de 4de en 5de eeuw n. Chr.

Umpfenbach Karl, een Duitsch staathuishoudkundige, geboren te Gieszenden 6den Juli 1832, studeerde aldaar en vestigde er zich in 1856 als privaatdocent in de staatswetenschappen. In 1864 werd hij gewoon hoogleeraar te Würzburg en in 1893 te Koningsbergen. Hij schreef: „Lehrbuch der Finanzwissenschaft"(2de druk, 2 dln; 1887), „Die Volkswirtschaftslehre" (1867), „Des Volkes Erbe" (1874), „Das Kapital in seiner Kulturbedeutung" (1879) en „Die Altersversorgung und der Staatssozialismus" (1883) enz. Hij overleed den 24sten Juni 1907 te Gieszen.

Sluiten