Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Umvatl, een divisie in de Britsch Z. Afrikaansche kolonie Natal, telt op een oppervlakte van 2719 v. km. 24175 inwoners. Het aantal Europeanen bedroeg er in 1904: 979.

Unalaska, Zie Aleoetm.

Unam Sanctam zijn de beginwoorden van een encycliek, die den 18den November 1302 door paus Bcmifacius VIII uitgevaardigd werd. Daarin werd aan den pauselijken stoel de onbeperkte heerschappij toegekend.

Uncaria Schréb. is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Rubiaceeën en de onderfamilie der Cinchoneae. Het omvat klimmende heesters met tegenovergestelde bladeren, okselstandige bloemhoofdjes en veelzadige doosvruchten. U. gambir voxb. is een heester met ovaal-lancetvormige, kort toegespitste bladeren, kort gesteelde bloemhoofdjes en rozenroode bloemen. Men vindt deze plant in den Indischen Archipel en vooral op Sumatra, waar men uit haar bladeren en jonge spruiten Gambir (zie aldaar) bereidt.

Unciaalletters (Latijn uncia = duim) noemt men in de palaeografie de hoofdletters, ter grootte van een duim, welke uit de Romeinsche hoofdletters zijn ontstaan, maar zich van deze onderscheiden door afronding der vormen, gewijzigde verhoudingen en eigenaardigen vorm van sommige letters. Zij werden sedert de 3de eeuw gebruikt in opschriften en ook in handschriften. Sedert de 6de eeuw veranderden zij meer en meer en gingen eindelijk in de semi uncialen over, welke met de overwinning van de kleine letters verdwenen. Daarna werden zij alleen in opschriften en als initialen gebruikt.

Uncle Sam is een spotnaam voor de N. Amerikanen, ontstaan uit de ambtelijke afkorting U. S. Am. voor United States of America. Zij schijnt het eerst gedurende den tweeden oorlog (1812—1814) der N. Amerikanen tegen Engeland in gebruik te zijn gekomen.

Undergraduate (Engelsch — niet-gegradueerde), dikwijls ook afgekort tot undergrad., beteekent te Oxford en te Cambridge zooveel als student.

Undinen (Undenen; Latijn unda = golf) zijn volgens het stelsel van Paracelsus de oorspronkelijke, vrouwelijke geesten van het water, welke bij voorkeur onder de menschen een echtgenoot zoeken, omdat zij bij de geboorte van kinderen uit zulk een huwelijk gelijktijdig een ziel zouden krijgen. Wie echter een undine tot vrouw heeft, moet zich hoeden haar op het water te brengen, omdat zij dan in het water terugkeert. De undinensagen zijn herhaaldelijk dichterlijk behandeld, bijv. in den ouden roman van Melusine, door Fouqué en in verschillende opera's, o. a. van Hoffman (1816), Hartmann (1842) en Lorlzing (1846).

Undulatie noemt men in de natuurwetenschappen een golfvormige beweging in een of ander medium (zie Golven).

Undulatietheorie. Zie Licht.

Ung (Ungh), een Hongaarsch comitaat, gelegen op den rechter Theissoever, grenst aan Galicië en de comitaten Zemplin, Szabolcs en Bereg, en telt op een oppervlakte van 3229 v. km. (1901) 153 266 Roetheensebe, Magyaarsche en Slawakische inwoners, welke meerendeels Gr. en R. Katholiek zijn. Het comitaat, dat fraaie landschappen

bevat, is voor cultuur weinig geschikt. De bergen zijn rijk aan ijzerertsen, bruinkolen en bosschen, welke echter nog weinig geëxploiteerd worden.

Ungava Baai is de naam van een tot 275 m. breeden zeeboezem, welke als een soort verbreeding van de Hudson Baai tusschen Kaap Chidleigh en Kaap Hopes Advance op de N. kust van Labrador het land binnendringt. In deze baai monden o. a. de Ungava River of Koksoak, de Whale River en de George River uit. De getijden bereiken in haar Z. lijke vertakkingen, bij Fort Chimo, de kolossale hoogte van 18 m. In haar N. lijk gedeelte is het eiland Akpatak gelegen.

Unger, Franz, een Duitsch plantkundige en palaeontoloog, geboren den 30Bten November 1800 op het landgoed Amthof bij Leutschach in Stiermarken, studeerde te Graz, Weenen en Praag in de geneeskunde, werd in 1836 hoogleeraar in de plantkunde aan de universiteit te Graz en in 1850 professor in de plantenphysiologie te Weenen. Hij schreef: Über den Einflusz des Bodens auf die Verteilung der Gewachse" (1836), „Über den Bau und den Wachsthum des Dikotyledonenstammes" (1840), „Über Krystallbildungen in den Pflanzenzellen" (1840), „Synopsis plantarum fossilium" (1845),e„Chloris protogaea, Beitrage zur Flora der Vorwelt" (1841—1847), „Genera et species plantarum fossilium" (1850), „Die Urwelt" (3de druk, 1864), „Versuch einer Geschichte der Pflanzenwelt" (1852), „Anatomie und Physiologie der Pflanzen" (1855), „Die Insel Cypern" (met Koischy, 1865) en „Geologie der europaischen Waldbaume" (1870). Hij overleed den 13den Februari 1870 te Graz.

Ung-er, Joseph, een Oostenrijksch rechtsgeleerde en staatsman, geboren te Weenen den 2den Juli 1828, vestigde zich aldaar in 1852 als privaatdocent, vertrok in 1853 als buitengewoon hoogleeraar in het burgerlijk recht naar Praag en werd in 1857 beroepen te Weenen. Hij is lid van het Heerenhuis voor levenslang en behoorde van 1871 tot 1879 tot het ministerie Auersperg als minister zonder portefeuille. In Januari 1881 werd hij benoemd tot voorzitter van het „Reichsgericht." Zijn naam als rechtsgeleerde vestigde hij met zijn „System des österreichischen allgemeinen Privatrechts" (dl. 1 en 2, 5de druk, 1892; dl. 6 4de druk, 1894). Verder schreef hij: „Die Ehe in ihrer welthistorischen Entwickelung" (1850), „Über die wissenschaftliche Behandlung des österreichischen gemeinen Privatrechts" (1853), „Entwurf eines bürgerlichen Gesetzbuchs für das Königreich Sachsen" (1853), „Die rechtliche Natur der Inhaberpapiere" (1857), „Der Verlassenschaftsabhandlung in Österreich" (1865), „Zur Reform der Wiener Universitat" (1865), „Die Vertrage zu Gunsten Dritter" (1869), „Schuldübernahme. Fragment aus einem System des österreichischen ObËgationenrechts" (1889), „Handeln auf eigene Gefahr" (3de druk, 1904), „Handeln auf fremde Gefahr" (1894) enz.

Ung-er, William, een Duitsch graveur, geboren te Hannover den llderl September 1837, bezocht van de 1854 de academie te Düsseldorf, sedert 1857 het atelier van TMter te Miinchen, keerde in 1860 terug naar Düsseldorf en vertrok in 1865 naar Leipzig en vervolgens naar Weimar. Voor de „Zeitschrift für bildende Kunst" leverde hij sedert 1866 schetsen naar schilderijen van oude, vooral van Nederlandsche, meesters van het mu-

Sluiten