Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

seum te Brunswijk, waarop in 1869 een tweede reeks schetsen naar schilderijen van het museum, te Kassei volgde. Den winter van 1871—1872 bracht hij in Nederland door. Hier vervaardigde hij zijn „Frans Hals Galerie," waarbij Vosmaer den tekst schreef. Sedert 1872 vertoeft hij te Weenen, waar hij in 1881 hoogleeraar aan de kunstnijverheidsschool van het koninklijk museum en in 1895 aan de academie van beeldende kunsten werd. Zijn hoofdwerk is de „Galerie des Wiener Belvedere" (met tekst van L. v. Lützow). Van zijn afzonderlijke schetsen moeten vooral die naar het Ildefonsoaltaar van Rubens, naar diens dubbelportret van zijn beide zoons en naar Heffner's „Ruïnen van Ostia" genoemd worden.

Ungern-Sternberg-, Alexander, vrijheer von, een Duitsch romanschrijver van Russische afkomst, geboren den 22sten April 1806 op zijn vaderlijk landgoed Noistfer bij Reval, bezocht het gymnasium te Dorpat, woonde gedurende eenigen tijd te St. Petersburg, vertrok in 1830 naar Duitschland, waar hij, in verschillende plaatsen verblijf hield en zich in 1841 te Berlijn en later te Dresden vestigde. In de sociale romans „Diane" (3 dln., 1832), „Der Missionar" (2 dln., 1842) en „Paul" (3 dln., 1845) toont hij neiging tot een gematigd liberalisme. Het jaar 1848 dreef hem echter in de rijen van de streng konservatieve en legitimistische partij. Hij schreef gedurende eenigen tijd het feuilleton in de „Kreuzzeitung" en publiceerde „Die Royalisten" (1848) met de vervolgen „Die beiden Schütze" (1849) en „Die Kaiserwahl" (1850). Daarop volgde een reeks luchtige romans, welke het best gekarakteriseerd worden door zijn „Braune Marchen" (4ae üruk, 1875). Biografische romans van zijn hand zijn: „Dorothee von Kurland" (3 dln., 1859) en „Élisabeth" (3 dln., 1861), kunstenaarsromans: „Künstnerbilder" (3 dln., 1861) en „Peter Paul Rubens" (1862). Hij overleed den 24sten Augustus 1868 te Dannenwalde bij Stargard.

Ungvar (Uzgorod), de hoofdstad van het Hongaarsche comitaat Ung, is gelegen aan den Ung en door spoorwegen met Nagy-Berezna en Nyiregyhaza verbonden. Het is de zetel van een Gr. Katholieken bisschop en van het domkapittel, heeft een fraaie kathedraal, een bisschoppelijk paleis, een nieuwe synagoge, een nonnenklooster, een seminarium, een R. Katholiek gymnasium, een hoogere burgerschool en een openbare boekerij. In den omtrek liggen porseleinaardegroeven, welke een porselein en aardewerkfabriek van grondstoffen voorzien en minerale bronnen, terwijl in de plaatsen een levendige meubel- en molennijverheid gevestigd is. De plaats telt (1901) 14 723 Magyaarsche, Slowakische en Duitsche inwoners.

Unie (in de Oudheid Oinoë), een havenstad in het Turksche vilajet Trebizonde (Klein Azië), ligt ten W. van Trebizonde aan de Zwarte Zee. Het bezit katoenweverijen, handel in vlas, appels, eieren, noten enz. en telt ongeveer 10 000 inwoners, welke voor de helft uit Grieken bestaan. In den omtrek worden ijzerertsen gevonden, welke echter niet ontgonnen worden.

Unie beteekent vereeniging of verbinding. In dien zin gebruikt men het vooral ter aanduiding van een statenbond. In het bijzonder geeft men dien naam aan de vereeniging van verschillende staten onder één souverein. Men spreekt dan van

een personeele unie, wanneer zij het gevolg is van een toeval, met name de toevallige overeenstemming der erfopvolging in de beide staten (Engeland en Hannover tot 1837, Sleeswijk-Holstein en Denemarken tot 1863, Nederland en Luxemburg tot 1890) en van een reëele unie, wanneer zij van blijvenden aard is en berust op een rechtsgrond (verdrag, gewoonterecht,) welke beide staten gelijkelijk bindt (Zweden en Noorwegen tot 1905, Oostenrijk en Hongarije). Uit een geschiedkundig oogpunt zijn vooral de Unie van Kalmar (zie Kalmar), de Unie van Utrecht (zie aldaar) en de Unie der Protestantsche vorsten van 1608 van belang. Het verbond van de van Engeland afgevallen koloniën noemde zich aanvankelijk confederatie, maar nam in 1787 den naam van unie aan. Daarentegen noemden de in 1861 uitgetreden Z. lijke staten hun statenbond weder confederatie. De door Pruisen in 1850 met een aantal der Duitsche staten gesloten statenbond werd, met vermijding van dit en van het woord rijk, eveneens unie genoemd.

Op kerkelijk gebied beteekent unie de vereeniging van verschillende godsdienstige partijen of sekten tot één gemeente of kerk. Pogingen om den kerkelijke tweespalt uit den weg te ruimen vallen in de kerkgeschiedenis telkens te vermelden, hadden echter bijna nooit succes.

Unie, Christelijk Historische, is een staatkundige partij in Nederland, die den 9den Juli 1908 ontstond door de fusie van de Christelijk Historische Partij (zie aldaar) en de Friesche Christelijk Historische Partij (zie Christelijk Historische Partij, Friesche).

Unie, Liberale. Zie Liberale Unie.

Unie, De, „Een school met den Bijbel," is de naam van een Nederlandschen bond, die gevormd is uit de locale comités voor volkspetitionnement ten gunste van het Christelijk onderwijs. Het doel van de Unie is: aan de vereenigingen ter bevordering van het Christelijk onderwijs zedelijken en weidelijken steun te verleenen, plaatselijk den bloei der vrije school te bevorderen en de tijdens het volkspetitionnement verkregen organisaties te behouden, ze allengs vaster gestalte te laten aannemen en in zoodanig onderling verband te zetten, dat ze, zoo dikwijls de belangen van de school met den Bijbel dit vereischen, onverwijld dienst kunnen doen. Den laten Januari 1910 bedroeg het aantal scholen met den Bijbel 985, het aantal leerlingen 153 310 het aantal onderwijskrachten 4152. Den 15aen Juli 1910 werd te Vreeland de duizendste school met den Bijbel geopend.

Unie, Zuid-Afrikaansche. Zie Zuid-Afrikaansche Unie.

Unie van Utrecht, een verbond der NoordNederlandsche provinciën, om zich gezamenlijk te verzetten tegen de Spaansche overheersching, kwam tot stand door de bemoeiingen van Willem van Oranje, toen het dezen duidelijk was geworden, dat na de komst van Parma als landvoogd der Nederlanden op een duurzame samenwerking tusschen de noordelijke en de katholieke zuidelijke gewesten in den strijd tegen Spanje niet viel te rekenen. Daar hij, als bewerker der Pacificatie van Gent (zie alt daar) en als luitenant-generaal van Matthias, het niet wenschelijk achtte openlijk met voorstellen toe afscheiding der N. lijke gewesten van de Z. lijk-

Sluiten