Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dienstbaar te maken. Bij ons te lande wordt dit werk georganiseerd door de Centrale Commissie voor Arbeidersontwikkeling.

Unjamjembe, een landschap in het Z. van Unjamwesi, in Centraal Duitsch O. Afrika gelegen, bestaat uit een golvend hoogland, in het Z. waarvan zich talrijke granietruggen bevinden, terwijl het N. lijk gedeelte met struik- en grassavannen bedekt is. De bewoners, Wanjanjembi genaamd, beoefenen den landbouw en de veeteelt.

Unjamwesi (= maanland), een landschap in Duitsch O. Afrika, gelegen ten Z. van het Victoria Nyansameer tusschen Uhha in het W. en Wataturu in het O., bestaat uit een golvend hoogland (1100—1400 m.), waaruit ruggen van graniet of gneis omhoog rijzen. Het is bedekt met savannen of lichte bosschen, is in sommige gedeelten tamelijk vruchtbaar en levert rijst, yams, bataten, maniok enz. op. De hoofdstad is Tabora. De bewoners, Wanjamwesi genaamd, zijn echte Bantoes. Zij beoefenen den landbouw, het weven, de metaalbereiding en doen dienst als karavaandragers. Door het land loopen verschillende karavaanwegen naar het Victoria Nyansameer.

Ünjoro (Unioro, Unyoro, Bunjoro), een landschap in het Britsch O. Afrikaansche protectoraat Oeganda, is gelegen tusschen het Victoria Nvansa meer (W.), den Nijl (N.) en de Kafoe (O.) en telt op een oppervlakte van ongeveer 80 000 v. km. volgens Casati omstreeks 700 (XK) inwoners. Het bestaat uit een naar het N. O. langzaam afhellend hoogland (1400—1600 m.), dat in sommige bergruggen een hoogte van 2 000 m. bereikt. Het klimaat is niec al te warm en zeer regenrijk. De plantenwereld bevat bij uitzondering hooge bosschen; struik- en grassavannen zijn echter talrijk. Verbouwd worden bananen, zoete aardappels, meloenen, groenten, tabak en suikerriet. Grootere wilde dieren komen weinig voor; talrijk zijn daarentegen apen en papegaaien. Huisdieren zijn runderen, geiten en hoenders. Het hoofdbestanddeel der bevolking wordt gevormd door de Wanyoro, een Bantoevolk; de heerschende stam is echter het tot de Galla behoorende herdersvolk der Wahuma. De hoofdstad is Nyamoga aan de Hoima; de voornaamste plaats is evenwel Kibero aan het Albertmeer, met een uitgebreide zoutbereiding.

Unster is de naam van een weegwerktuig, waarmede men snel en zonder omslag het gewicht van een of ander voorwerp kan bepalen. Het bestaat uit een tweearmigen hefboom met ongelijke armen, die kan draaien om den scherpen kant van een mes, dat rust in het oog van een haak, waaraan de unster wordt opgehangen. Aan den korten arm hangt, op den scherpen kant van een ander mes, eveneens aan den hefboom vastgeklonken, de weegschaal. Langs den langen arm kan een loopgewicht worden verplaatst. Op dien arm bevindt zich een proefondervindelijk verdeelde schaal. Men plaatst nu het te wegen voorwerp in de weegschaal en verstelt het loopgewicht, totdat de vrij opgehangen balans in evenwicht is. De plaats van de schaal, waar het loopgewicht zich dan bevindt, doet onmiddellijk het gewicht van het voorwerp kennen. Een gewijzigde vorm van de unster is de briefweger (zie aldaar) en de brugbalans of bascule (zie aldaar).

Unstrnt, een linker zijrivier van de Saaie, ge¬

legen in de Pruisische provincie Saksen, ontspringt op het Eichsfeld bij Dingelstadt, stroomt met breede kronkelingen van het W. naar het O. en mondt, in het geheel 172 km. lang, uit beneden Freyburg. Van Bretleben af is zij over een lengte van 72 km. door een twaalftal sluizen voor kleine schepen bevaarbaar gemaakt. Tot haar zijrivieren behooren op den rechter oever de Gera en de Lossa, op den linker oever de Helbe, de Wipper en de Helme.

Unterwalden, één van de drie oorspronkelijke kantons van Zwitserland, grenst in het N. aan Schwyz en Luzern, in het W. aan Luzern, in het Z. aan Bern en in het O. aan Uri en telt op een oppervlakte van 765 v. km. 28 287 inwoners. Dit kanton wordt door den Kernwald gescheiden in Nidwalden en Obwalden. Het eerste bevat het benedengedeelte van het Engelberger Dal en den oever van het Vierwaldstatter Meer, het liooger gelegen Obwalden het dal der Sarner Aa en het hoogere gedeelte van het Engelberger Dal. De gebergten worden verdeeld in de Dammagroep (Titlis 3239 m., Uri-Rotstock 2943 m. enz.) en in de Emmentaler Alpen, welke hun hoofdpunten in den Brienzer Rothorn (2 351 m. en den Pilatus (2 133 m. hebben. De Surenenpas (2305 m.) leidt naar Uri, de Jochpas (2 208 m.) naar het Haslidal; de Brünigspoorweg verbindt het kanton met Luzern en het Berner Oberland. Een electrische tramweg loopt van het Vierwaldstatter Meer over Stanz naar Engelberg. Het klimaat is in de dalen zacht. De voornaamste bronnen van bestaan zijn houtteelt en het zuivelbedrijf. Obwalden bezit bijna 122 v. km. bosch, Nidwalden ruim 69 v. km. De veestapel van het geheele kanton omvatte in 1906: 614 paarden, 23 700 runderen, 8 372 varkens, 1109 schapen en 4 596 geiten. De voornaamste uitvoerartikelen zijn: kaas, boter, hout en houtwerk. Er is eenige zijdenijverheid; verder een glasblazerij te Hergiswil en een cementfabriek in het Rotzloch. Het Melchtal levert marmer. De beide hoofdsteden, Samen (Obwalden) en Stans (Nidwalden), hebben een gymnasium, zooals ook het stift Engelberg. De Stiftsbibliotheek telt 20 000 dln. Men heeft in de beide deelen een democratischen regeerinsvorm. De thans geldende grondwet van Obwalden werd den 278ten October 1867 door het volk vastgesteld. De wetgevende macht is in handen der Landsgemeente; alle leeningen, belastingen en uitgaven boven 10 000 francs moeten aan haar goedkeuring worden onderworpen, en ieder burger heeft op wetgevend gebied het initiatief. De landsgemeente kiest ook de leden der uitvoerende macht, den regeeringsraad, welke uit 7 leden is samengesteld, en de hoogste rechtbank van 9 leden, beide voor een tijdperk van vier jaar. De voorzitter van den regeeringsraad heeft den titel van landamman. Nidwalden heeft een dergelijke constitutie van 2 April 1877. Het geheele kanton is verdeeld in 18 gemeenten, waarvan 7 in Obwalden.

Geschiedenis. Reeds omstreeks 1150 werd het kanton in de beide, genoemde deelen gesplitst. Nadat zij zich reeds in 1245 tijdelijk met Schwyz in een opstand tegen de Habsburgers hadden verbonden, sloten zij in 1291 met Schwyz en Uri het eeuwig verbond der drie Woudsteden, dat de grondslag van het latere Eedgenootschap werd. In 1309

Sluiten