Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sche ondernemingen kokospalmen, cacaoboomen, koffiestruiken en rubberboomen geteeld worden. Het eiland kwam in 1899 in het bezit van Duitschland, dat 20 jaar vroeger de Baai van Saluafata als kolenstation verkregen had.

Upsala, een Zweedsch lan aan de Bothnische Golf en door de lans Gefleborg, Stockholm en Westmanland omgeven, omvat het W. gedeelte van Upland en telt op ruim 5 313 v.km. (1905) 125 610 inwoners. De vruchtbare bodem geeft rijke graanoogsten. In het N. is mijnbouw (ijzererts) het voornaamste middel van bestaan. De voornaamste rivier is de Dalelf; deze vormt den grooten Elfkarlebvwaterval. De belangrijkste steden zijn Upsala en Enköping.

Upsala, de hoofdstad van het gelijknamige Zweedsche lan, gelegen in een vruchtbare vlakte aan de Fyris, die zich in het Maelarmeer uitstort, en aan den spoorweg Stockholm Ange, terwijl het eveneens door spoorwegen verbonden is met Gefle en Lenna, is de zetel van een aartsbisschop, van een consistorie en van het gewestelijk bestuur. Het bezit een slot, 2 kerken, waaronder de domkerk (1260— 1435, in 1702 gedeeltelijk verbrand en van 1883— 1893 gerestaureerd), de grootste en fraaiste kerk van Zweden, met de graven van verschillende koningen, van Linnaeus enz., een in 1477 gestichte universiteit met een nieuw gebouw (1877—1886) en de grootste bibliotheek van Zweden (meer dan 250 000 dln., en 7 000 handschriften, waaronder de Codex argenteus van Ulfilas) en andere wetenschappelijke verzamelingen, een botanischen tuin, een sterrenwacht enz. Het aantal inwoners bedraagt {1905) 24 339. Als marktplaats is Upsala van belang. Van oudsher wordt hier in Februari een groote markt, distin gen geheeten, gehouden. De nijverheid is van weinig beteekonis. De omstreken van de stad, Fyrisvall genaamd, vormden den klassieken bodem, waarop zich de oudste geschiedenis van Zweden afspeelt. Hier verloor Styrbjörn de Sterke in 983 den veldslag en het leven. 4 km. verder bevinden zich de drie groote koningsheuvels en vele andere grafheuvels. In de nabijheid der stad ligt ook het landgoed Hammarby, eenmaal de woonplaats van Linnaeus.

Upstallboom. Zie Aurich.

Uraanpekerts (Pekblende) is een pekzwarte, ondoorschijnende, zelden roodachtig-geel doorschijnende, vetglanzende delfstof, welke meestal in onregelmatig gevormde, kleine stukken in gesteenten opgesloten voorkomt en waarvan nu en dan niervormige aggregaten of regelmatige kristallen worden aangetroffen. De hardheid bedraagt 5—6, het soortelijk gewicht 8—9. Het bestaat voor 80—85% uit uraniumoxyden, waarnaast het 3—10% loodoxyd en verder thorium, cerium, yttrium, ijzer, kalk, water en vooral radium bevat. Uraanpekerts komt, dikwijls in gemeenschap met andere, door ontleding daaruit ontstane ertsen {pillinerts, cleveïet enz.) voor bij Joachimstal, Johanngeorgenstadt, Annaberg en Marienberg in het Ertsgebergte, verder in Bohemen, Noorwegen, Zweden, Conneeticut, N. Carolina enz. Het vindt toepassing in de emailververij, bij de vervaardiging van fluoresceerend uraniumglas, terwijl men er in den laats ten tijd uranium- en radiumpraeparaten voor onderzoekingen op het gebied der radioactiviteit (zie aldaar) uit bereidt.

Uraatsteenen. Zie Pisbe2inksel.

Uraemie of vergiftiging van het bloed door urine, namelijk door het belangrijkste bestanddeel van urine, de pisstof (zie aldaar), geschiedt, wanneer de urine-afscheiding in de nieren een belemmering ondervindt, zoodat de stoffen, welke door deze organen verwijderd moeten worden, in het bloed achterblijven. Zie Nierziekten.

Urania (Grieksch = de Hemelsche) is de bijnaam van Aphrodite als godin der reine liefde in

tegenstelling met den Dijnaam Pandemos (zie aldaar). Daarnaast is Urania, een dochter van Zeus, en Mnemosyne, één der negen Muzen, in het bijzonder die der sterrenkunde, zoodat men haar gewoonlijk voorstelde met een hemelbol in de hand. Een andere Urania is de dochter van Okeanos en Tethys.

Uraniënborg-. Zie Brahe.

Uraniet. Zie Uraniumglimmer.

Uranikon is de naam van een muziekinstrument, dat uit twee harpen bestaat, die door toetsen in trilling worden ge¬

bracht.

Uranine is een gele, niet Urania zeer standvastige verfstof voor (in het Vaticaan). wol en zijde. Bij een verdunning van 1 2000 millioenste vertoont de oplossing van uranine nog duidelijk zichtbare fluorescentie. Op grond van deze eigenschap wordt het gebruikt om vast te stellen of waterloopen een ondergrondsche verbinding hebben. Bovendien dient het bij de diagnose van den schijndood.

Uranisme is synoniem met Homo-sexualiteil. Zie aldaar.

Uranium, een metalliek element (atoomteeken U, atoomgewicht 238,5), werd in 1789 door Klaproth ondekt, maar eerst in 1847 door Peligot te Parijs nader onderzocht, komt, gebonden aan zuurstof, voor als uraniumpekerts en uraniumoker en verder in eenige zeldzame mineralen zooals liebegiet, johanniet, bröggeriet, cleveiet, nineviet, uraniet enz. Het wordt door natrium uit uraniumchloruur en door aluminium uit uraniumoxyd als poeder afgescheiden en vormt samengesmolten, een ijzerkleurig, hard hamerbaar metaal met een soortelijk gewicht van 18,3 dat aan de lucht geel aanloopt, maar overigens onveranderd büjft. Uranium is radioactief. Het zuivere metaal vindt geen toepassing. In den laatsten tijd heeft men echter gepoogd door toevoeging van uranium aan staal, de eigenschappen van dit laatste te verbeteren. In de techniek maakt men van eenige uraniumverbindingen gebruik. Zoo bijv. van de oxyden van uranium tot bereiding van porselein- en emailverven.

Natriumuranaat (Na2 U2 O,) wordt eveneens in de porselein- en emailververij gebruikt en dient verder ter bereiding van geelachtig groen, door fluorescentie groen lichtend glas (uranium-, Anna-, kanariegias), dat voor photografische doeleinden gebruikt wordt.

Uraniumnitraal wordt onder den naam van Wothlisch zmt in de photografie aangewend.

Sluiten