Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te Chatillon sur Marne. Hij heette eigenlijk Eudes (Odo) en was te voren monnik te Cluny, doch Gregorius VII benoemde hem tot bisschop van Ostia, en hij werd in 1088 tot paus gekozen. Hij trad in de voetstappen van zijn voorganger, bestreed de leekeninvestituur en hernieuwde den ban, uitgesproken over Hendrik IV. Ook deed hij Philips 1 van Frankrijk (1094) in den ban, alsmede bij herhaling zijn tegenpaus Clemens en diens aanhangers. Hij hield in 1095 kerkvergaderingen te Piacenza en te Clermont, waar hij de vorsten en volkeren tot een Kruistocht opriep. Hij overleed den ogsten junj 1099. — Urbanus III, eigenlijk Umberto Crivelli, te voren aartsbisschop van Milaan. Hij verkreeg in 1186 de pauselijke waardigheid en had als tegenstander keizer Frederik I, over wien hij voornemens was den banvloek uit te spreken, toen hij bij het vernemen van den val van Jeruzalem plotseling stierf te Ferrara den 20s,en October 1187. — Urbanus IV, eigenlijk Jacques Pantaleon, de zoon van een schoenmaker te Troves, was te voren canonicus te Troyes, daarna bisschop te Laon en Verdun, later patriarch te Jeruzalem en werd in 1261 tot paus gekozen. Tegen Manfred van Sicilië riep hij Karei van Anjou te hulp, maar deze veroverde nagenoeg den geheelen Kerkelijken Staat, zoodat Urbanus den 2den October 1264 op de vlucht overleed. — Urbanus V, eigenlijk Guillaume de Grimoard, aanvankelijk een Benedictijner geestelijke, die zijn opleiding had ontvangen te Montpellier en Avignon, werd abt te Auxerre en te Marseille, daarna pauselijk legaat te Napels en op Sicilië en in 1362 paus. Hij was een vijand van alle nepotisme en een voorstander der wetenschap en der gerechtigheid. Sedert 1357 hield hij verblijf te Rome, maar keerde in 1370 terug naar Avignon en overleed den 19den December van dat jaar. — Urbanus VI, eigenlijk Bariholomeo da Prignano, geboren te Napels. Hij werd aartsbisschop te Bari, en beklom in 1378 den Heiligen Stoel, niettegenstaande de aanstelling van Clemens VII, die als tegenpaus werd gekozen, wist hij zijn gezag te handhaven. Hij overleed te Rome, den 15den October 1389. — Urbanus VII, te voren Giovanni Battista Castagna. Deze was eerst hoogleeraar in het burgerlijk en kerkelijk recht, daarop aartsbisschop van Rossano, in 1583 kardinaal en den 14den September 1590, paus, maar overleed 13 dagen na zijn benoeming. — Urbanus VIII, eigenlijk Maffeo Barbarini, geboren te Florence. Hij werd in 1604 aartsbisschop van Nazareth en vertrok als gezant naar Parijs, waar hij ijverde voor de vernieuwde toelating der Jezuïeten. In 1605 werd hij kardinaalpresbyter, in 1608 aartsbisschop van Spoleto en in 1626 paus. Onder zijn bestuur viel door het uitsterven van het Huis Rovere het hertogdom Urbino ten deel aan den Heiligen Stoel. Hij schonk aan de kardinalen den titel van „eminenti", vernieuwde de bul, „In coena Domini", verbeterde het „Breviarium Romanum," stichtte in 1627 het collegium der propaganda, veroordeelde het stelsel van Galileï, hief de Orde der Jezuïetennonnen op, bevorderde kunst en wetenschap en overleed den 298ten Juli 1644. Zijn gedichten zijn bij herhaling uitgegeven. Gedurende zijn pontificaat werd door een Romeinsche Con- i gregatie (Zie Rome) het stelsel van Galileï ver- < oordeeld.

urDino, een arrondissementshootdstad in de Italiaansche provincie Pesaro en Urbino, tusschen den Metauro en de Foglia, op een O.lijk voorgebergte der Romeinsche Apennijnen gelegen, heeft steile, hoekige straten, een dom (met schilderijen van Frederigo Baroccio, Piero della Francesca en Timoteo della Vile) en verschillende andere kerken, waaronder San Domenico (met terracottareliëf van Luca della Robbia, 1449), het oratorium der broederschap San Giovanni Battista (met fresco's der broeders San Severino, 1416) en 1 km. O. lijk van de stad de fraaie Renaissancekerk San Bernardino. Een prachtig bouwwerk is nog het Palazzo Ducale (1460—1482) in vroeg-Renaissancestijl dat een schilderijenmuseum herbergt. Urbino is de zetel van een aartsbisschop en van een gerechtshof. Het bezit een vrije universiteit, een lyceum, een gymnasium, een technische school, een openbare boekerij, een Raffaëlmuseum met belangrijke kopergravures van dezen meester en een fresco van zijn vader en telt (1901) 4896 (als gemeente 18 307) inwoners. De nijverheid omvat kalk- en tegelbranderijen, koek- en oliefabrieken en zijdespinnerij, terwijl het weven als huisindustrie beoefend wordt. Urbino is de geboorteplaats van Raffaël Santi, voor wien in 1897 een standbeeld werd onthuld, evenals van de kunstenaars Frederigo Baroccio en Girolamo Genga. — Urbino is van ouds een Romeinsche stad in Umbrië en heette aanvankelijk Urbinum Hortense. In 1205 kwam zij onder de heerschappij der graven van Montefeltro, die door paus Sixtus IV in 1474 tot hertogen van Urbino onder pauselijke souvereiniteit werden benoemd. De laatste van dit geslacht, Guidobaldo II werd, in 1508 opgevolgd door zijn neef en aangenomen zoon Francesco Maria della Rovere, heer van Sinigaglia en kleinzoon van paus Julius II. Leo X beroofde hem van zijn bezittingen en schonk deze aan zijn neef Lorenzo de' Medici. Onder Hadrianus VI werd Francesco Maria echter weder hersteld. Na het uitsterven van het geslacht Rovere met Francesco Maria 11 werd Urbino als een vrijvallend leen ingetrokken en deelde daarna in de lotgevallen van den Kerkelijken Staat.

Urda is do 1678te der asteroïden. Zie aldaar. Uerdingen, een plaats in het Pruisische distrikt Düsseldorf, ligt aan den Rijn, is een kruispunt van de spoorwegen Oppum—Duisburg— Hochfeld en Gladbach—Ruhrort, terwijl het door een locaalspoorweg met Düsseldorf is verbonden. Het bezit een Evangelische en een R. Katholieke kerk, een synagoge, een hoogere burgerschool, 3 suikerraffinaderijen, buizen-, stoomketels-, olie-, moutkoffie- en likeurfabricage, verffabrieken, spinnerijen, ijzer- en messinggieterijen, een stoomzaag- en schaaffabriek, leerlooierijen en scheepstimmerwerven en drijft handel in hout en steenkool. De plaats telt (1905) 7887 inwoners. Uerdingen maakte tot 1794 deel uit van Keurkeulen en was op de landdagen vertegenwoordigd. Hier overschreden de Franschen onder Kléber den 5den en 6den September 1795 den Rijn.

Ure, Andrew, een Schotsch geleerde, geboren te Glasgow den 18den Mei 1778, studeerde aldaar en te Edinburgh, promoveerde in 1806 in de medicijnen en vestigde zich daarna als arts te Glasgow, waar hij in 1806 hoogleeraar in de natuurlijke

Sluiten