Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loopt, vormt een door bergen omringde dalkom, waar in de bronnen van den Reusz zich tot een rivier vereenigen, om door de rotskloof der Schöllenen de lagere bergterrassen te bereiken. Vanaf Göschenen, den N. lijken toegang tot den St. Gotthardtunnel, loopt de weg bergopwaarts, totdat bij de Duivelsbrug het Urnerloch als een poort toegang tot het groene Urserndal geeft. De hoofdplaats is Andermatt. Het geheele dal, waarin ook de dorpen Hospental en Realp liggen, telt (1900) 1284 inwoners. Sedert de opening van den St. Gotthardspoorweg is de doorvoer door het dal geëindigd. Als touristenstation heeft het echter zijn beteekenis behouden. Ook als badplaats wordt het druk bezocht. Zijn klimatologische gesteldheid, vooral te Andermatt, komt met die van Davos overeen.

Urslni. Zie Orsini.

Ursins, Anne Marie de la Trémouille, prinses des, geboren in 1635, trad in 1659 in het huwelijk met Adrien Blaise de Talleyrand, prins van Chalais, en volgde hem in 1663 in ballingschap. Na den dood van haar echtgenoot (1670), huwde zij in 1675 te Rome met Flavio Orsini, hertog van Bracciano, die in 1695 overleed. Toen Philips V den Spaanschen troon bestegen had, vertrok zij in 1701 met de jonge koningin, Maria Louise van Savoye, naar het Spaansche hof, waar zij weldra veel invloed kreeg. In 1704 werd zij door Lodewijk XIV teruggeroepen, in 1705 vertrok zij opnieuw naar Spanje, waar zij tot aan den dood van Maria Louise (1714) bleef. Toen de koning met Elizabeth van Parma in het huwelijk trad, werd de prinses ontslagen. Zij woonde daarna in Nederland, Genua en sedert 1719 te Rome. Na den val van Albermi verzoende zij zich met het Spaansche hof. Zij overleed den 5den December 1722.

Ursinus (eigenlijk Bar), Zacliarias, een Duitsch godgeleerde, geboren den 18dei1 Juli 1534 te Breslau, studeerde te Wittenberg en te Parijs en werd in 1561 hoogleeraar in de godgeleerdheid te Heidelberg, waar hij de kerkverordening van de Palts en met Olevianus den Heiüelbergschen Catechismus ontwierp. In 1578 werd hij predikant te Neustadt a. d. Hardt. Hier overleed hij den 6den Maart 1583. Zijn verzamelde geschriften werden door Reuter in het licht gegeven (3 dln., 1612 en later).

Ursol is de handelsnaam voor een oplossing van waterstofperoxyd, welke wordt aangewend in de bontwerkververij. Verder verstaat men onder dien naam een bruine verfstof, bestaande uit paraplienyldiamine of uit paramidophenol, welke voor hetzelfde doel dienen.

Ursula, een heilige, de schutsvrouw der maagden, was volgens de legende een Britsche koningsdochter, die door den zoon van een machtigen heidenschen vorst ten huwelijk werd gevraagd. Zij verzocht een uitstel van drie jaar en, met het oog op een bedevaart, 10 adellijke gezellinnen, die elk, evenals zij, 1000 jonkvrouwen als geleide hadden, benevens 11 roeischepen. Zij voeren den Rijn op tot Bazel, trokken vandaar te voet naar Rome en werden op de terugreis te Keulen vermoord door een bende Hunnen. Ursula, die het laatst overbleef, wees het huwelijksaanzoek van den vorst der Hunnen af en stierf, doorboord met pijlen. Dit is de oudste vorm der legende, zooals zij in het begin der 12de eeuw het eerst door Sigèbert van

Gembloux verteld wordt. Volgens Schade („Die Sage von der heiligen Ursula und den elftausend Jungfrauen," 3de druk, 1854) is Ursula een overoude godin van het Germaansche Heidendom. Mogelijk is echter ook, dat de legende ontstaan is door verkeerde uitlegging van een grafschrift in de Ursulakerk te Keulen.

Ursuliner nonnen is de naam van een naar de heilige Ursula (zie aldaar) genoemde, door Anqela Merici in 1535 of 1537 te Brescia ingestelde kloosterorde, welke ten doel heeft het onderwijs der jeugd en de ziekenverpleging te bevorderen. Vooral kardinaal Borromeo heeft veel bijgedragen tot uitbreiding dezer orde. In 1604 vestigde zich te Parijs een orde der Ursuliner nonnen, welke, in tegenstelling tot de oorspronkelijke, die geen gelofte en geen strenge organisatie kende, een plechtige gelofte en strenge clausuur had, en spoedig ook in Duitschland ingang vond, waar haar onderwijsinrichtingen echter gedurende den „Kulturkampf" (1875) opgeheven werden. Thans bestaan meer dan 300 kloosters der Ursulinen met ongeveer 7 000 zusters.

Urtica. Zie Brandnetel.

Urticaceeën of Netelplanten is de naam van een tweezaadlobbige plantenfamilie. Zij omvat kruiden en heesters met tegenovergestelde of afwisselende, enkelvoudige, gesteelde, gave, getande of gezaagde, zelden handlobbige, meestal van overblijvende steunblaadjes voorziene bladeren, die bij vele soorten met brandbaren bedekt zijn; zij hebben veelal door vergroeiing éenslachtige, éen- of tweehnizige, soms polygame bloemen, die tot aren, hoofdjes of trossen vereenigd, wel eens op een vleezigen, door een omwindsel omgeven bloembodem zijn geplaatst. De mannelijke bloemen hebben een kelkachtig bloemdek, hetwelk uit 4 of 5 vrije of samengegroeide, gelijke, in den knop dakpansgewijs geplaatste blaadjes bestaat. De meeldraden zijn aan de basis van het bloemdek voor de blaadjes ingeplant, hebben vrije, draad- of priemvormige helmdraden en 2-hokkige, overlangs openspringende helmknoppen. De vrouwelijke bloemen hebben een 2-, 4- of 5-bladig bloemdek, welks blaadjes vaak tot een buis met getanden of gelobden zoom zijn samengegroeid. Het bovenstandig vruchtbeginsel is éenhokkig, bevat een enkelen, orthotropen zaadknop en heeft een enkelvoudigen, vaak zeer korten stijl met een hoofd of penseelvormigen stempel. De vrucht is een naakt nootje of door het vleezige en droge of besachtig verweekte bloemdek omgeven. Het enkele zaadje heeft een zeer dunvliezigen rok, een vleezig kiemwit, een rechte kiem met platte zaadlobben en een naar boven gekeerd worteltje. Deze familie telt in omstreeks 10 geslachten meer dan 500 soorten, die hoofdzakelijk in de tropische gewesten, vooral in Azië, te huis behooren en meerendeels spinbare vezels opleveren.

Urticaria. Zie Netelzucht.

Urticinen is de naam van een orde der planten uit de groote afdeeling der Tweezaadlobbigen. Zij onderscheidt zich door tegenovergestelde of afwisselende, van steunbladeren voorziene bladeren, vaak door éenslachtige, kleine, gewoonlijk tot dicht bijeenstaande bloeiwijzen vereenigde bloemen en door nootvormige, eenhokkige, zelden tweehokkige vruchten, die doorgaans ieder slechts

Sluiten