Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

éert zaadje met of zonder kiemwit bevatten. Deze orde omvat de familiën der Urticaceeën, Moreeën, Artocarpeeën, Cannabineeën en TJlmaceeën.

Urtr&cheaten (Protracheata) is de naam van een overoude, uitstervende diergroep, welke door het geslacht periatus vertegenwoordigd wordt en die als 't ware de schakel vormt tusschen de ringwormen en de tracheeëndieren. Met de eerste hebben zij de zeer gelijkmatige geleding en het watervatenstelsel gemeen, met de laatste de ledematen en de tracheeën. In vorm en leefwijze gelijken zij op de duizendpooten. Ze bezitten rudimenten van pooten, welke echter aan het einde twee nagels dragen en waarnaar zij ook Nageldragenden (Onychophora) heeten. Ook het zenuwstelsel komt het meest met dat der wormen overeen. Vóór op den kop bevinden zich twee voelhoorns, ook de oogen moeten als oorspronkelijk beschouwd worden, daar zij noch enkelvoudige, noch samengestelde in den zin van die der overige gelede dieren zijn, maar cameraoogen, zooals bij de hoogere ringwormen. De bek is van sterke kaken voorzien. De verschillende soorten onderscheiden zich van elkander door het aantal pooten, de lengte en door den toestand van rijpheid, waarin de jongen het moederlichaam verlaten. Zij leven in rottend hout en op vochtige plaatsen in W. Indië, Z. Amerika, Australië en de Kaapkolonie.

Urua, Oeroea of Rua is de naam van een landschap in het Z. O. van den Kongostaat, gelegen tusschen 6° en 11° Z. Br. en 26 en 29° O. L. v. Gr. Het wordt doorstroomd door de Loealaba, de Loesira en de Loeapoela. Het stond vroeger onder het bestuur van den wreeden Kassongo, daarna in zijn Z. lijk gedeelte onder Usiri en is thans onder een groot aantal hoofden verdeeld. De bewoners, de Waroea, zijn groote, krachtige menschen, van donkerbruine, in rood overgaande huidskleur, welke zich met landbouw bezig houden.

Uruguay is de naam van een der beide ZuidAmerikaansche rivieren, uit wier vereeniging de La Platarivier ontstaat. Zij ontspringt aan den Serra Geral in den Braziliaanschen staat Santa Catharina uit de samenvloeiing van den Pelotas, den Marombas en den Canoas en stroomt W. waarts langs de grens van Santa Catharina en Rio Grande do Sul. Nadat zij de Peperi Guazü heeft opgenomen, wendt zij zich Z. W. waarts en scheidt Argentinië van Rio Grande do Sul en Uruguay. Van rechts ontvangt zij hier de Mirinay, van links de Jjuhy Guazü, de Ybicuy Guazü en den Rio Negro. Bij Fray Bentos bereikt haar bedding een breedte van 11—16,6 km., die zij tot aan haar vereeniging met de Parand tot de La Plata behoudt. De bochtige, vischrijke rivier is 1580 km. lang en bevat vele eilanden. Groote schepen komen 422 km. stroomopwaarts tot aan den Grooten Waterval (Salto Grande), kleine (ook stoomschepen) tot aan den Kleinen Waterval (Salto Chico), 83 km. boven Paysandü.

■Uruguay (Repuilica orienial del Uruguay), een vrijstaat in Z. Amerika (zie de kaart La Platastaten enz.), gelegen tusschen 60° en 36° Z. Br. en 53° 15' en 58° 25' W. L. v. Gr., wordt in het Z. door den Rio den la Plata en in het W. door de Uruguay van de Argentijnsche republiek gescheiden, in het N. door Brazilië en in het O. door den Atlantischen Oceaan begrensd en beslaat officieel

een oppervlakte van 186 926, volgens berekening echter van slechts 178 800 v. km. Het land is er naar de zeezijde grootendeels vlak en in de andere gedeelten heuvelachtig, terwijl er in het binnenland twee lage bergketens (Cuchilla Grande en Cuchilla del Haedo) worden aangetroffen, welke in N. O. richting loopen. Aan de grens met Brazilië verheft zich de Cerro Acegua (621 m.), de hoogste berg van het land. Met uitzondering van eenige zanderige strooken aan de kust en van eenige steppen in het binnenland is de grond er zeer vruchtbaai'. Behalve door de grensrivieren La Plata, Uruguay, Quarim en Jaguarao, waarvan de laatste twee met den Cerro de Santa Anna de natuurlijke grens met Brazilië vormen, bevinden zich in het binnenland verschillende andere rivieren, die meestal naar de Uruguay stroomen; van deze is de bevaarbare Rio Negro de aanzienlijkste. Aan de kust van den Atlantischen Oceaan bevinden er zich eenige meren, waaronder het LagoaMirim, dat door deCebollati gevoed wordt. Ten opzichte van zijn geologischen bouw sluit Uruguay zich aan bij Z. Brazilië. In het O. lijk gedeelte van het land treden kristallijne leigesteenten met graniet aan de oppervlakte; in het N. zijn deze bedekt met halfkristallijne leigesteenten en zandsteen, alsmede met devonische afzettingen. Daarbij komen in het N. W. dikke trias- en krijtformaties, waartusschen lagen van eruptieve gesteenten. Tertiaire vormingen komen in het stroomgebied van de Uruguay, quaternaire in alle vlakke gedeelten voor. Van mineralen vindt men er goud (goudkwartszand te Tacuarembo), koper, lood, ijzer, zink, antimonium, steenkool en marmer; zij worden echter weinig ontgonnen. Alleen agaat, carneol en amethyst worden in grooter hoeveelheden uitgevoerd.

Het klimaat is gematigd (gem. jaartemperatuur te Montevideo 16,8° C.). In den zomer komen echter snelle temperatuurwisselingen voor. De regenval bedraagt te Montevideo gem. jaarlijks 1110 mm. In het N. worden bosschen van araucaria brasiliensis en ilex paraguayensis aangetroffen, plaatselijk komen bosschen van kokospalmen voor. Het overige van het land wordt ingenomen door de uitgestrekte, boomlooze grasvlakten der Pampa's. De dierenwereld stemt met die van Paraguay overeen; ook hier komen eenige soorten der voor Z. Amerika karakteristieke knaag- en gordeldieren voor. De bevolking bedroeg volgens de volkstelling van 1908 1042 668 zielen. Li 1900 waren er 198164 vreemdelingen, voornamelijk Italianen en Spanjaarden. De inheemsche bevolking bestaat thans bijna uitsluitend uit kleurlingen van Spanjaarden en Portugeezen en van de Indianenstammen der Charrua, Yaro enz. De Negers, die in 1830 werden vrijgelaten, verdwijnen meer en meer. De bevolking leeft meestal verspreid op hofsteden. De grootere plaatsen, waarvan er slechts 6 zijn, liggen meestal aan de Uruguay. Montevideo, de hoofdstad, met (1908) 291 465 inwoners, bezit één achtste der geheels bevolking. Voor de volksontwikkeling wordt in den laatsten tijd beter gezorgd dan voorheen. In 1903 waren er 1003 scholen met 2078 onderwijzers en 75 872 leerlingen. Montevideo bezit een hoogeschool, een meisjesschool, een ambachts- en een militaire school, een openbare boekerij en een museum. Het voornaamste middel van bestaan is de veeteelt, voornamelijk van runderen (ruim 7

Sluiten