Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4175 m.). Aan de andere zijde van het Wahsatschgebergte liggen de hoogvlakten, met malsch gras begroeid, waarin de Groene Rivier (Colorado) en haar zijrivieren diepe canons uitgeslepen hebben. Het klimaat is gezond, de lucht droog en zuiver. De gemiddelde jaartemperatuur te Salt Lake City bedraagt 10,7° C. De plantenwereld omvat alleen in het bergland verschillende soorten; in de steppen worden slechts artemesia („sage brush"), cactus en yukka's aangetroffen.In het wild leven er: wolven, vossen, wezels, bevers, hazen, antilopen, bergschapen, elanden en herten. In het Groote Bekken worden prairiehonden, klapperslangen en scorpioenen aangetroffen. De bevolking, die in 1850: 11380 zielen telde, bedroeg in 1900:276 749 zielen. Het grootste gedeelte der Mormonen in de Vereenigde Staten van N. Amerika woont in Utah. Zij hebben dezen staat gevestigd. Behalve ' een aantal lagere scholen, bezit de staat een lioogeschool te Salt Lake City. De middelbare scholen zijn meestal in het bezit van particulieren. Er verschijnen 90 couranten. Landbouw en ooftteelt worden, met behulp van kunstmatige bevloeiing, beoefend op den O. oever van het Zoutmeer en langs de oevers van den Jordaan en de Berenrivier. Men verbouwt tarwe, haver, gerst, suikerbieten en aardappelen, in het vruchtbare dal der Rio Virgen ook gierst, katoen en druiven. De veestapel omvat 130 000 paarden, 360 000 runderen, 3 820 000

schapen en <1 OOO varkens. De mijnbouw is van groote beteekenis. In 1906 werd voor 9,7 millioen dollar goud, voor 10 6 millioen dollar zilver en voor 12,7 millioen dollar koper gedolven. De goud- en zilvermijnen bevinden zich voornamelijk in het Wahsatschgebergte, aan welks O. helling men ook steenkool delft. Ijzerertsen worden in het graafschap Iron gevonden. Zout wint men als steenzout, maar in grooter hoeveelheden uit het Zoutmeer. De nijverheid, welke wordt uitgeoefend (1905) in 606 bedrijven met 8052 arbeiders, omvat vooral wagenbouw en het conserveeren van levensmiddelen. De spoorwegen hebben thans een lengte van 2710 km. De gouverneur van Utah wordt voor den tijd van vier jaar gekozen, evenals de Senaat (18 leden). Het Wetgevend Lichaam (45 leden) wordt voor den tijd van 2 jaar gekozen. In den Senaat der Unie kiest Utah 2 leden, in het Huis van Afgevaardigden één. Het land is verdeeld in 27 graafschappen. De hoofdstad is Salt Lake City.

Utah werd in 1847 door de Mormonen in bezit genomen, maar de pogingen, om er in 1849 den staat Deseret te stichten, werden door de regeering der Unie verijdeld.

In 1882 en 1887 werden door de Vereenigde Staten van N. Amerika uitzonderingswetten tegen het Mormonendom aangenomen. Eerst nadat de Mormonen in 1894 zich aan de wetten der Unie hadden onderworpen, werd in 1895 Utah als staat in de Unie opgenomen.

Utakamand, de hoofdstad van het distrikt Nilgiri in het Britsch-Indische presidentschap Madras, ligt, amfitheatersgewijze door de Nilgiri omgeven, op een hoogte van 2216 m. boven den zeespiegel aan de rivier Dolabella. Het is de zomerresidentie van den gouverneur van Madras en van Maart tot Juni het voornaamste herstellingsoord van het presidentschap. Het bezit talrijke kerken, ziekenhuizen, een plantentuin en een boekerij

en telt (1901) 18 596 inwoners, waaronder ruim 10000 Hindoe's en half zooveel Christenen.

Utamaro is de meest bekende naam en de meest voorkomende onderteekening van den Japanschen schilder en teekenaar Toriyama Nobuyoshi, die later den familienaam Kilagawa en nog talrijke andere namen voerde. Hij werd in 1753 geboren en behoorde tot de Ukiyoëschool. Schepper van een groot aantal schilderijen, welke meest alle het leven der meisjes van de Yoshiwara afbeelden, is hij in Europa echter vooral door de gekleurde houtsneden, welke naar zijn werken gemaakt zijn, bekend. Behalve vele portretten van courtisanen met ten deele erotisch karakter, zijn er eenige boeken met dierenafbeeldingen naar zijn werken gesneden, waaronder het vogelboek (Momochidori), het schelpenboek (Ehon Shiohi no Tsuto) en het insektenboek (Ehon Mushi Erami) de voornaamste zijn. Hij overleed den 31sten Mei 1805 te Edo.

Utenbroeck, Mozes van. Zie WttenbroecJc.

Utenhove, Joannes woonde te Aardenburg, was licentiaat en magister in de godgeleerdheid en dominicaner monnik. Van zijn hand zijn: „Lectura super sententias", „Postilla super omnes libros Bibliae", en „Lectura super totam Bibliam". Hij overleed den 10den December 1296 in een klooster te Brugge.

Utenhove, Jokannes, was vicaris-generaal van de Orde der Predikheeren in Nederland en een voorlooper der Hervorming in ons land. Hij schreef: „Tractatus de Reformatione ad Carolum ducem Burgundiae''. Hij overleed in 1489 te Gent.

Utenhove, Jan, een Gentsch edelman, was aanhanger der Hervorming, waardoor hij zich genoopt zag uit te wijken naar Engeland, waar de uitgeweken Nederlanders onder Eduard VI bescherming vonden, zoodat zelfs de kerk der Augustijnen te Londen te hunner beschikking wprH

gesteld. Onder de regeering van Maria (1553— 1558), gehuwd met Philips II, moesten zij echter Engeland verlaten. Velen, onder welken ook Uten¬

hove, begaven zich naar Emden. Onder Elizabeth keerde hij naar Engeland terug, waar de uitgewekenen hun kerk herkregen, waarin Utenhove tot aan zijn dood in 1566 de betrekking van ouderling bekleedde. Hij schreef: „Simplex et fidelis narratio de instituta et demum dissipata Belgarum aliorumque peregrinorum in Angiia ecclesia" (1566), „Het Nieuwe Testament, dat is: Het nieuwe Verbond onzes Heeren Jesu Christi. Na der Griekscher waerheyt in Nederlantsche sprake grondlick ende trouwlick overghezet" (2ae druk, 1569), „Vijf en twintig psalmen en andere gesanghen" (1557), „De psalmen Davids in Nederlandischer sangsrijme" (1566), „Fonna et ratio ecclesiastici ministerii" (1550) en „De origine et progressu ecclesiarum protestantium in Anglia earumque expulsione". Zijn psalmberijming werd in de Hervormde kerken van ons land echter spoedig verdrongen door die van Petrus Dathenus.

Utenhove, Carolus, een beoefenaar der oude talen, waarop hij zich eerst toelegde aan een Duitsche hoogeschool en vervolgens te Padua, hield briefwisseling met Erasmus, moest vermoedelijk in Juni 1569 voor den Bloedraad verschijnen en werd vervolgens burgemeester van Gent.

Utenhove, Carolus, een zoon van den voor-

Sluiten