Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des te krachtiger op, daar de handel en ook de munt dier oude veste thans hierheen verplaatst werden. Ook werd zij een centrum van wetenschap, een druk bezochte bedevaartsplaats en ten slotte een der grootste en belangrijkste steden van W. Europa. Evenwel ontbrak het het bisdom aan innerlijke kracht, doordat de deelen geen geografische eenheid vormden en zoo ver uit elkander lagen, doordat in de ver verwijderde deelen de bisschop weinig te zeggen had, doordat diens macht later zeer beperkt werd door het kapittel, terwijl hij niet, zooals de naburige Hollandsche en Geldersche graven, een dynastie kon vormen. Daarenboven waren die naburen er voortdurend op uit hun invloed in het bisdom geldend te maken en de grenzen ervan te hunnen voordeele te beperken. Gedurende de geheele Middeleeuwen had Utrecht dan ook strijd te voeren, nu eens tegen Holland, dan weer tegen Gelderland; daarbij kwar men de twisten tusschen de bisschoppen en de burgers, de partijschappen tusschen Lichtenbergers en Lokhorsten, Hoekschen (Brederodes) en Kabeljauwschen (Gaasbeeken), de zwakheid en wereldsche neigingen van sommige kerkvorsten (David van Bourgondië, 1456—1496), de verwoestende krijgstochten in het bisdom en de daarmede gepaard gaande gruwelen (Perrol met de roode hand, Jan van Schaffelaar) en de veldwinnende macht der Bourgondisch-Oostenrijksche vorsten in de Nederlanden in het algemeen. Eindelijk deed de 58s,e bisschop Hendrik van Beieren, het strijden moede, in 1527 afstand van zijn gansche wereldlijke macht ten gunste van keizer Karei V. Nadat deze laatste nog eenige jaren tegen Karei van Gelder had moeten strijden, werd Utrecht (1536) voor goed bij de overige Nederlandsche gewesten ingelijfd en is zijn geschiedenis ten nauwste met die der overige provincies verbonden. Het deelde haar lotgevallen, ook in den Tachtigjarigen Oorlog, toen ook hier de Beeldenstorm woedde, en de stad Utrecht, wegens haar verzet tegen den 10ae'1 Penning, zwaar gestraft werd, en hier in 1579 de bekende Unie van Utrecht (zie aldaar) tot stand kwam. Ten tijde van Leicesters bewind was het de zetel van den landvoogd, en Utrechts burgemeester Prouninck was een van diens voornaamste raadslieden. Ten tijde van het Twaalfjarig Bestand stond zij beslist aan de zijde van Holland en tegen Maurits. In den oorlog van 1672 viel het gewest haast zonder tegenstand in handen der Franschen, die de hoofdstad bezetten en haar zware schattingen oplegden, terwijl na den oorlog de provincie zich zware offers moest getroosten, om weder in de Unie opgenomen te worden. De vrede van Utrecht maakte in 1713 aan den Spaanschen Successie-Oorlog een einde. De oproerige bewegingen van 1748 openbaarden zich ook hier, evenals het gewest zijn deel kreeg van de burgertwisten van 1780—1787 tusschen Patriotten en Prinsgezinden, toen de staten-vergadering in twee helften gesplitst was en de student Ondaatje er een groote rol speelde. Bij de nadering van het Pruisische leger in 1787 nam de Rijngraaf van Salm, de generaal der Patriotten, met de verdediging der stad belast, haastig de vlucht. Ook in 1795, bij de komst der Franschen, bood Utrecht geen tegenstand. Na de vestiging der Bataafsche Republiek (1798) werd het gewest onder 4 departementen verdeeld,

maar reeds in 1801 als zelfstandig gewest hersteld en in de volgende jaren zijn gebied herhaaldelijk gewijzigd. Na de inlijving van ons land bij Frankrijk (1810) werd het departement Utrecht toegevoegd aan dat van de Zuiderzee met Amsterdam als hoofdstad. De zelfstandigheid der provincie werd in 1814 hersteld, haar grenzen werden in 1819 en nogmaals in 1829 gewijzigd.

Utrecht (zie de plattegrond en de plaat), een gemeente in de provincie Utrecht,bezit een oppervlakte van 2308 H. A. en telt (1910) 118 386 inwoners. Zij wordt begrensd door de gemeenten Zuilen, Achttienhoven, Maartensdijk, De Bildt, Houten, Jutfaas Oudenrijn, Meuten, Haarzuilens en Maarsen. De bodem bestaat uit rivierklei. De oppervlakte wordt doorsneden door den

Oxiden Rijn, dé Vecht gunstig gelegen in V

het centrum van het n7 , , , T-, , ,

land, aan de ge- WaPen van de stad L treoht" noemde wateren en aan de spoorwegen over Hilversum en over Breukelen naar Amsterdam, over Woerden naar Leiden, 's Gravenhage en Rotterdam, over Kuilenburg naar Geldermalsen, over Amersfoort naar Zwolle, over Driebergen en Venendaal naar Arnhem, over De Bildt naar Zeist, over Soest naar Baarn en Hilversum. Verder is er een electrische tram van Utrecht over De Bildt naar Zeist, een paardentram Rijzenburg enz. tot Rhenen en van Doom naar Wijk bij Duurstede en een over Jutfaas naar Vreeswijk. In de stad zelf is electrisch tramverkeer. Er zijn 3 stations, n.1. het centraalstation van den Staatsspoorweg en de Nederlandsche Centraalspoorwegmaatschappij, het station van de Hollandsche IJzeren Spoorwegmaatschappij en het buurtstation van de Nederlandsche Centraalspoorwegmaatschappij. Aan de Biltstraat bevindt zich verder nog een halte, terwijl het station De Lunetten zich op eenigen afstand van de stad bevindt. Utrecht is de hoofdplaats der provincie, de vierde stad des rijks, het middelpunt van het Nederlandsche spoorwegverkeer, de marktplaats der provincie, de zetel van den R. Katholieken aartsbisschop en van den aartsbisschop der Oud-Christelijke cleresie, van het hoofdbestuur der Staatsspoorwegmaatschappij, van de Rijksmunt en de Veeartsenijschool, een Rijks-Universiteit, van een arrondissements-rechtbank en van een kantongerecht, van het Hoog militair gerechtshof, van het commandement der Nieuwe Hollandsche waterlinie en van den provincialen staf. Zij is een sterke vesting, omringd door een gordel van forten, en bezit een talrijk garnizoen van infanterie, artillerie en genie.

De stad wordt in haar grootste lengte door 2 grachten, n.1. de Oude Gracht en de Nieuwe Gracht, doorsneden, die haar voortzetting vinden in de Kromme Nieuwegraclit, de Drift en de Plompetorengracht. Tot de voornaamste straten behooren: het Oudkerkhof, de Voorstraat, de Lijnmarkt, de Choorstraat, de Zadelstraat, de Steenweg, de Lange-Viestraat, de St. Jansstraat, de Nobelstraat, de Nagtegaalstraat, de Biltstraat

Sluiten