Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De Provincie Zeeland" (1823), „Wandelingen door Zuid- en Noord-Beveland" (1832), „Oorspronkelijke stukken betreffende de uitvinding der verrekijkers binnen de stad Middelburg" (1835, met J. de Kanter), „De provincie Zeeland, in hare aloude gesteldheid en geregelde wording beschouwd" (1836), „Verhandeling over het Evangelie van Lucas" (1839), „Wandelingen door het eiland Walcheren" (1842), „De godsdienstleer der aloude Zeelanders" (1845) en „De Waalsche gemeenten in Zeeland" (1848). Hij overleed den 23sten Augustus 1861 te Middelburg.

Utrechtsch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen, Provinciaal, opgericht in 1773 te Utrecht, had aanvankelijk alleen de beoefening van de natuurkundige wetenschappen ten doel, doch breidde zijn werkkring weldra over alle andere takken van wetenschap uit. Het geeft natuurkundige, rechtsgeleerde en geschied- en letterkundige verhandelingen uit en steunt wetenschappelijke ondernemingen en onderzoekingen. Er is een bibliotheek en een museum van Oudheden aan verbonden.

Utrera, een distriktshoofdstad in de Spaansche provincie Sevilla, is in een vruchtbare vlakte tusschen twee heuvels aan den spoorweg Sevilla— Cadiz gelegen, terwijl het eveneens door een spoorweg met La Roda verbonden is. Het bezit een Gotische kerk (1369) met hoogen toren (18ae eeuw), benevens de ruïnen van een slot. De plaats telt (1900) 15 138 inwoners, die zich bezighouden met het fokken van stieren voor de stierengevechten,

mei wijn- en onjvenoouw en met handel in stieren, wijn en olie.

Utricularia is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Lmtibulariee'èn. Zie Blaashruid.

Utriusque Juris Doctor (Latijn; afgekort tot u. j. d. D. u. j., D. j. u. en J. u. d.), beteekent doctor in de beide (het Romeinsche en het Canonieke) rechten.

Utwael, Joachim Antonisz. Zie Wltewael.

Utzschneider, Joseph von, een Duitsch werktuigkundige, geboren den 2aen Maart 1763 te Rieden in Ópper-Beieren, studeerde te München en Ingolstadt, werd in 1874 hofkamerraadsheer en in 1799 referendaris bij het depaxtement van Financiën. Zijn ontwerpen vonden echter weinig bijval bij de Stenden, zoodat hij in 1801 op wachtgeld werd gesteld. Nu richtte hij te Müiichen een looierij op en vervolgens in 1804 met von Reicheribach en Liebherr het mechanisch instituut, waarvoor de door hem gestichte glasblazerij te Benediktbeuren het noodige crown- en flintglas leverde. Nadat hij zich in 1809 met Fraunhojer verbonden had, ontstond daaruit het wereldberoemde Optische Instituut, dat bijna geheel Europa van optische instrumenten voorzag. Inmiddels was hij in 1807 als administrateur-generaal der zoutmijnen en als geheim referendaris bij het departement van Financiën weder in staatsdienst getreden. Onder zijn leiding werd de zoutmijn te Rosenheim ontgonnen. Ook legde hij den grondslag voor het kadaster. In 1811 werd hij directeur van het amortisatiefonds, maar in 1814 nam hij ontslag en stichtte een groote brouwerij en een lar kenweverij. Van 1818—1823 was hij burgemeester van München en in 1827 werd hij directeur van de

polytechnische centraalschool aldaar. Hij overleed den 31aten Januari 1840 te München.

Uur is de naam van een tijdsverloop, dat gelijk is aan l/21 van een etmaal. Het uur wordt verdeeld in 60 gelijke deelen, minuten geheeten, die op haar beurt weder in 60 seconden worden verdeeld. De teekens daarvoor zijn h (hora), m en s. De meeste beschaafde volkeren beginnen thans met middernacht te tellen. Zij tellen echter slechts tot 12 en beginnen des middags weder opnieuw, zoodat de dag uit twee helften van 12 uur bestaat. In Italië en België telt men de uren van middernacht tot middernacht, van 1—24, door. Evenzoo tellen de sterrenkundigen. Zij doen den nieuwen dag echter beginnen op den middag van den volgenden dag, zoodat bijv. 20 Maart 18h in de sterrenkundige tijdrekening overeenkomt met 21 Maart 6h voormiddags van de burgerlijke tijdrekening. De Babyloniërs begonnen den dag met zonsopgang, de Grieken en Joden met zonsondergang; zij verdeelden dag en nacht in 12 uren, waardoor de zoogenaamde ongelijke uren ontstonden, welke in de astrologie als planeeturen gebruikt werden. Voorstellen tot decimale indeeling zijn veelvuldig gedaan (o. a. reeds in 1792 door Laplace, die den dag in 10 h van 100 m van 100 s wilde verdeelen), maar tot heden zonder gevolg gebleven.

Uuraanwijzer is de naam van een tafel, waarop de lengte van dag en nacht voor alle plaatsen en tijden is aangeduid.

Uurbord is de naam van een houten kompas met 8 gaten op elke windstreek. Li een dier gaten wordt elk half uur een pin gestoken om den gevolgden koers aan te geven. zoodat de stuurman

deze op het einde van de wacht kan aanteekenen.

Uurcirkel of declinatiecirkel noemt men in de sterrenkunde de groote cirkels, welke door de polen van den hemelbol gaan. Hij staat loodrecht op den aequator en vindt toepassing bij de berekening der rechte klimming of van den uurhoek van een of ander hemellichaam.

Uurhoek noemt men in de sterrenkunde den

hoek tusschen den declinatiecirkel van een ster en den meridiaan.

Uurwerk (zie de platen) is de naam van eiken toestel, welke dient tot meting en vcrdeeling van tijdruimten en tegelijkertijd aangeeft, hoeveel tijdseenheden er op een gegeven oogenblik verloopen zijn. Elke eenparige beweging kan daarvoor gebruikt worden. In den ouden tijd bezigde men daartoe de beweging van de zon, die door middel van een gnomon voor meting toegankelijk gemaakt werd. Als de verbetering van den gnomon ontstond de zonnewijzer, zooals men dien thans nog wel aan oude gebouwen en in tuinen aantreft. Tot in de 15d0 eeuw was deze het eenige openbare uurwerk. Naast zonnewijzers werden in huis reeds vroeg wateruurwerken gebezigd. Reeds 300 v. Chr. kwamen zij in Egypte voor en berustten hierop, dat de beweging van een regelmatig stijgend waterniveau, met behulp van een daarop drijvenden vlotter, op een wijzer wordt overgebracht. Op Sumatra gebruiken de inlanders thans nog de schalen van kokosnoten voor hetzelfde doel. Een der kiemoogen is doorboord en men meet nu den tijd naar den tijdsduur, benoodigd voor het volloopen van de schaal, als deze ledig op het water gezet wordt. Plato voerde het wateruurwerk (Klepsy-

Sluiten