Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelaten, terwijl, nadat het schakelrad zich een weinig verplaatst heeft, van de andere zijde een tand gegrepen wordt. De tanden van het schakel glijden dus als 't ware onder het anker door. Vandaar de naam (Fransch: échapper = doorglippen). Geheel op hetzelfde beginsel berust het stiftechappement van Vulliamy (fig. 7), dat in oudere uurwerken veelvuldig gebezigd werd. Het schakelrad draagt, inplaats van tanden, half-cylindervormige stiften, welke loodrecht op zijn vlak staan en waarop nu de paletten van het schaarvormig anker, dat met den regulator verbonden is, werken. In zakuurwerken is het thans algemeen door het ankerechappement vervangen. Konden de voorgaande echappementen, bij gepast mechanisme, gebruikt worden in slinger- en onrustuurwerken, voor deze laatste alleen dient het cylinderechappement (fig. 8), in 1695 door Tompion uitgevonden.

Het groot aantal tan- p

den, dat het schakelrad van het anker-

Fig. 7.

zaak ontstaan als gevolg van twee oorzaken. In de eerste plaats door temperatuurveranderingen en in de tweede plaats door schokken en wrijving. Bij eenvoudige uurwerken, welke voorzien zijn van een enkelvoudigen slinger, heft men de gevolgen der temperatuurveranderingen op, door de lens van den slinger te verplaatsen, waardoor de slingerlengte en dus de slingertijd verandert. Daar deze compensatie niet automatisch is en steeds eerst wordt aangebracht, als zich de gevolgen der storing reeds doen gevoelen, maakt men bij nauwkeuriger uurwerken gebruik van een automatische compensatie door middel van den compensatieslinger (zie aldaar). Bij de onrustuurwerken tracht men dit doel te bereiken door aanwending van de compensatie — onrast (fig. 10). De slingertijd van de onrust is afhankelijk van de temperatuur, omdat de elasticiteit van de spiraalveer en de g afmetingen van het

slineerrad met de tem¬

peratuur veranderen. Men maakt nu het slingerrad niet uit één

Fig 9.

Stiftechappement. echappement draagt,

is vervangen door een „ ,. , ,

klein aantal wigvor- Cyhnderechappement.

mige tanden, die, zooals de figuur doet zien, in een vlak evenwijdig aan dat van het schakelrad zelf gelegen zijn. Zij grijpen in de uitgeholde as a b van het anker B, waarmede de regulator (hier de onrust) verbonden is. Terwijl er bij de andere echappementen tusschen de beide armen van het anker meerdere tanden van het schakelrad lagen, bedraagt dit aantal hier slechts één. Bij chronometers wordt het chronometerechappement van Earnshaw gebezigd (fig. 9). Hier wordt het schakelrad C door de den palhaak A bij p tegengehouden. Keert nu de onrust B uit haar uitslag naar den eenen kant (aangegeven door den pijl) terug naar die naar den anderen kant, dan maakt zij door middel van het tandje b en den pal D de remming bij p los. Even van te voren is echter de uitsnijding b van de onrust voor een tand van het schakelrad gekomen, zoodat deze de onrust een weinig voortduwt, waarop de volgende schakelradtand bij p weder wordt geremd.

Van een goed uurwerk eischt men, dat zijn „gang" standvastig is. Onder „gang" verstaat men daarbij het verschü tusschen een zuiver eenparige beweging en die, welke de uurwerkwijzers inderdaad volvoeren. Deze gang behoeft niet gelijk nul te zijn. Men eischt slechts, zooals gezegd, dat hij standvastig is. Een onregelmatige gang kan in hoofd-

Chronometerechappement van Earnshaw.

stuk, maar uit twee afzonderlijke, halfcirkelvormige helften. Deze helften bestaan

verder uit twee op elkander gesoldeerde strooken staal (binnen) en messing (buiten). Neemt de temperatuur toe, dan wordt de omtrek van het slingerrad kleiner, waardoor zijn slingertijd afneemt, welke vermindering de vermeerdering in slingertijd, ont¬

staan door de vermin¬

derde elasticiteit van de spiraalveer, opheft (compenseert). Door middel van de schroeven o en p kan men de werking der compensatie veranderen, terwijl men met de schroeven a a' den slingertijd regelt. Bij zakuurwerken regelt men den gang met behulp van het kompas (fig. 11). Het ééne uiteinde van

de spiraalveer b b is met

Fig. 10.

Compensatieonrust.

de as van het slingerrad verbonden. Tegen de buitenste winding drukt de korte arm van een tweearmigen hefboom f g. Door dezen te verzetten, kan men de lengte van het gedeelte van de spiraalveer, dat in trilling is, wijzigen en daarmede haar slingertijd. De beide uiterste standen van den wijzer

Sluiten