Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke de Zwitsersche naar de kroon steken, zoo niet overtreffen.

Uviolglas is de naam van een door Zschimmer uitgevonden glassoort, die door Scholt te Jena in den handel wordt gebracht en de ultraviolette lichtstralen tot een golflengte van 253 ,« ,« doorlaat. Men gebruikt uviolglas voor objectieflenzen in astrophysische toestelle:', welke daardoor l1 maal zooveel sterren en fijnere bijzonderheden op de photograflsche plaat brengen als de gewone lenzen. Verder vindt het toepassing bij mikroskopen, bij de uviolkwiklamp, in de lichttherapie en bij scheikundige toestellen.

Uvira is een landschap in den Kongostaat, gelegen op den N. W. oever van het Tanganjikameer. De inwoners vervaardigen ijzerwaren, houten nappen en gevlochten korven, welke op de drukbezochte markten aan den oever van het meer verhandeld worden. De gelijknamige hoofdstad ligt tegenover L'sumbura.

Uwarow, Sergei Semenowitsj, graaf, of Oewarow, een Russisch staatsman, geboren den 25sten Augustus 1782 te Moskou, studeerde te Göttingen en werd in 1811 curator der universiteit te Petersburg, in 1818 president der Academie van Wetenschappen, in 1822 directeur van het Departement van manufacturen en biimenlandschen handel en in 1832 minister van volksverlichting. Als zoodanig stichtte hij meer dan 700 inrichtingen van onderwijs, o. a. de universiteit te Kiew, zorgde voor de oprichting en verbetering van musea, botanische tuinen, sterrentorens, natuurkundige

Kamnetten en DiDliotneten, nep geleerde genootschappen in het leven en bevorderde een hoogere bezoldiging der leeraren. Toen echter na de gebeurtenissen van 1848 het onderwijs in Rusland een groote beperking onderging, nam hij zijn ontslag en overleed den 17dcn September 1855. Van zijn geschriften vermelden wij: „Etudes de philosophie et de critique" (1843) en „Esquisses politiques et littéraires" (1848).

Uwea, Öewea, Oe'éa of Halgan is een van de Loyaltyeilanden. Zie aldaar.

Uxmal, een ruïnenstad in den Mexicaanschen staat Yucatan, 55 km. Z. W. lijk van Merida gelegen, bevat bouwwerken, welke tot de meest grootsche der aarde behooren en zich bij die van Chiclien-Itza aansluiten. Het fraaiste gebouw is de zoogenaamde Casa del gobernador. (Huis van den gouverneur), gelegen op drie groote terrassen, dat 104,6 m. lang, 12,7 m. breed en 10 m. hoog is. Door de muren, opgetrokken uit regelmatig gehouwen steenen, leiden 11 poorten aan de voorzijde naar twee groote, smalle hallen, die door tusschenmuren in een aantal kamers verdeeld worden. Een tweede bouwwerk, vooral merkwaardig door den rijkdom en de schoonheid van zijn versieringen, is de Casa de las Monjas, (Nonnenklooster), boven den ingang waarvan zich in 4 rijen 20 kleine vakjes met hiëroglyphen bevinden. Het gebouw is 22 m. hoog en bevat 87 groote en 50 kleine kamers. De gebouwen bestaan gewoonlijk uit twee verdiepingen en zijn door platte daken gedekt.

Uylenbroek, Pieter Johannes, een Nederlandsch dichter, geboren te Amsterdam den 7den December 1748, was na het overlijden van zijn vader werkzaam op een handelskantoor, legde

XV

zich toe op de Hoogduitsche en Fransche talen en beoefende tevens de dichtkunst. Hij kwam in kennis met onderscheiden letterkundigen, bepaalde zich na zijn huwelijk met de weduwe van een boekhandelaar bij den boekhandel en maakte zijn huis tot een vergaderplaats van uitstekende mannen. Hij was lid en thesaurier van de maatschappij Felix Meritis en overleed den 16dcn December 1808. Hij heeft een aantal treur-, büj- en zangspelen uit het Fransch vertaald en onderscheiden kleine gedichten geplaatst in de „Kleine dichterlijke handschriften", welke hij, van 1788 af, gedurende een 20-tal jaren in het licht zond, alsmede in de „Dichtvruchten" van den kring: „Kunst door vriendschap volmaakter." Wij vermelden van hem: „Het feest van Apollo, zinnespel ter 25sle verjaring van den Amsterdamschen schouwburg" (1799), „Fedra, treurspel" (1770 en 1780), „De Smirnasche koopman, treurspel" (1775), „Romeo en Julia, treurspel" (1771 en 1786), „Wilhelmina van Blindheim, treurspel" (1777), „Merope, treurspel" (1779), „Lucille, treurspel" (1780), „Teunes en Teuntje" (1783), „Fanfan en Klaas of de twee zoogbroeders" (1788), „De ware heldenmoed, treurspel" (1796), „Fenelon of de Kamerrijksche kloosterlingen" (1796), „Cajus Gracchus" (1797), „Cecilia of de dankbaarheid" (1797), „Epicharis en Nero" (1798), „De gevangene of de gelijkenis" (1798) en poëzie.

Uylenbroek, Pieter Johannes, een Nederlandsch natuur- en sterrenkundige, een zoon van den voorgaande, geboren te Amsterdam den 25slen November 1797, ontving zijn opleiding aan het instituut van Kinsbergen te Elburg, studeerde te Amsterdam eerst in de godgeleerdheid en vervolgens in de wis- en natuurkunde, zette te Leiden ziin stu¬

diën voort, zag zijn antwoord op een hydrostatische prijsvraag bekroond en behaalde" in het volgende jaar twee gouden medailles met een antwoord op de wiskundige en op de sterrenkundige prijsvraag. Tevens zette hii de studie voort der

Arabische taal en verdedigde in 1822 een „Specimen geographico-historicum de Ibn Haakalo geographo etc.", werd tot lector in de wis- en natuurkunde te Leiden benoemd, zag zich tot doctor in de wis- en natuurkunde bevorderd en aanvaardde den 2den November 1822 zijn betrekking met een „Oratio de astronomiae conditione apud Arabes aliasqne medii aevi gentes orientales". In 1826 werd hij er buitengewoon hoogleeraar en sprak bij die gelegenheid: „De hodierni physices, astronomiaeque studii praestantia." Verder hield hij zich bezig met een uitgave der brieven van Christiaan Huygens, die in 1833 in 2 deelen in het licht verschenen. In 1835 werd hij gewoon hoogleeraar, bekleedde van 1837—1838 de waardigheid van rector magnificus en hield bij het nederleggen daarvan een redevoering: „De fratribus Christiano et Constantino Hugenio, artis dioptricae cultoribus". In 1838 begaf hij zich op last der regeering naar Parijs, om er standaarden te doen vervaardigen voor de Nederlandsche maten en gewichten. Hij was ridder in de Orde van den Nederlandschen Leeuw, lid van de Eerste klasse van het Koninklijk Nederlandsch Instituut en van andere geleerde genootschappen en overleed den 11 "en December 1844. Een drietal verhandeingen van Uylenbroek zijn opgenomen in de werken van het Koninklijk Nederlandsch Instituut.

26

Sluiten