Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uytenbog'aart (Wtenbogaert, Uitenbogaert), Johannes, een Nederlandsch godgeleerde, geboren te Utrecht den lldei1 Februari 1657, behoorde tot een Roomschgezind geslacht, maar werd door de prediking van Duifhuis tot de Hervormde leer bekeerd, waarop hij te Ger>ève op stadskosten voor pivdikant studeerde. Na zijn terugkeer aanvaardde hij in 1584 een beroep te Utrecht, maar werd in 1588 om staatkundige redenen ontslagen. Daarna was hij predikant te 's Gravenhage, waar hij op verlangen van Louise de Coligny nu en dan in het Fransch predikte en zich belastte met de opleiding van Frederik Hendrik. Bij het ontstaan der godsdienstgeschillen koos hij de zijde van Arminius, wiens benoeming tot hoogleeraar te Leiden hij sterk bevorderd had. Zijn richting bezorgde hem echter, vooral door toedoen van zijn ambtgenoot Rosaeus, vele onaangenaamheden. Prins Maurils namelijk begon meer en meer over te hellen tot de zijde der Gomaristen, zoodat Uyteribogaert zich in 1618 genoodzaakt zag zijn ontslag te vragen. Na de gevangenneming van Oldenbarneveldt vluchtte hij eerst naar Antwerpen en vervolgens naar Frankrijk, waar hij zich te Rouaan vestigde. In 1626 keerde hij naar het vaderland terug en werd in 1631 predikant bij de Remonstrantsche gemeente te ,'s Gravenhage, waar hij den 4den September 1644 overleed. Van zijn talrijke geschriften vermelden wij: „Tractaet van 't ambt der overheydt in saeken van religie" (1610 en later), „Oorspronk en voortgang der Nederlandtsche kerckelicke geschillen" (1633) en „Kerckelicke Historie" (1646).

Uyttenbroeck ,Mozes van. Zie Wtlenbroeck.

Uyttewael, Joachim Antonisz. Zie Wttewael.

Uz, de woonplaats van Job, was waarschijnlijk in het landschap Bazan aan den W. voet van de hoogvlakte Hauran gelegen.

Uz, Johann Peter, een Duitsch dichter, geboren te Ansbach den 3den October 1720, studeerde te Halle in de rechten, werd bekend met Gleim en Götz en vervaardigde met laatstgenoemde een vertaling van de gedichten van Anakreon (1746). In 1743 keerde hij naar Ansbach terug, werd in 1748 secretaris bij het gerechtshof te^ Ansbach,

bekleedde verschillende andere rechterlijke betrekkingen en overleed als geheim Justitieraad den 12den Mei 1796. Van zijn gedichten is „Der Sieg des Liebegottes" (1753) vooral bekend geworden door den strijd, die door dit gedicht tusschen hem en den jongen Wicland ontstond. Zijn „Theodicee" (1755) geeft in hoofdzaak een paraphrase van het werk van Leibniz. Zijn dichterlijke werken zijn in 1804 in 2 deelen door Weisze in het licht gegegven. In 1825 werd in den slottuin te Heideïberg een borstbeeld voor hem opgericht.

Uzbeken. Zie Oezbeken.

Uzès, Marie Adrienne Anne Victornienne Clémentine de Rochechouart Mortemart, hertogin <F, geboren in 1847 te Parijs, huwde in 1867 met Emmanuel de Crussol, hertog Uzès, een royalistisch lid van de Wetgevende- en de Nationale vergadering. Na zijn dood (1878) bleef zij de staatkundige beginselen van haar echtgenoot aanhangen en offerde een aanzienlijk gedeelte van haar vermogen aan de monarchistische zaak. In de meening n.L, dat de Boulangistische agitatie (1888—1890) tot het herstel van de monarchie zou leiden, stelde zij 3 millioen francs daarvoor beschikbaar. Ook als beeldhouwster en romanschrijfster maakte zij zich onder den schuilnaam Manuela) bekend. Van haar beeldhouwwerken noemen wij: „Diane surprise," „Galatée", „Jeanne d' Are", het geüenkteeken voor Emile Augier (1897) en dat voor Gilbert (1898). Van haar romans verdient vooral vermelding „Julien Masly" (1891). Nadat haar oudste zoon, Jacques de Crussol, hertog «F Uzès, op een onderzoekingstocht door Afrika den 206ten Juni 1893 te. Kabinda was overleden, publiceerde zij „Le voyage de mon fils au Congo" (1894).

Uzzia, ook Uzia en Azaria genoemd, een koningin van Juda, was de zoon van Amazia, dien hij op zestienjarigen leeftijd opvolgde. Gedurende zijn bestuur heerschte er vrede. Hij was een tijdgenoot van de profeten Amos, Hosea en Jesajct en regeerde tot omstreeks 740 v. Chr. Op zijn ouden dag werd hij melaatsch, waarom hij zijn zoon Jotham als mederegent aannam (2 Koningen 15, Hosea 1, Jesaja 6). De berichten van de Kronieken over Uzzia zijn onbetrouwbaar.

V.

V, de tweeëntwintigste letter van ons alfabet, is de stemlooze spirantische lip-tandletter. Het teeken is afkomstig uit het Latijn, waar het als u of w werd uitgesproken. In de Romaansche talen, in het Engelseh en in de Latijnsch-Slavische talen wordt de v steeds als w uitgesproken. Als Romeinsch getalteeken is de V 5, als afkorting beteekent V of v in Romeinsche opschriften vivus, vixit, victoria, vale enz., in boeken vide (= zie), versus (= vers en tegen) of verte (= keer om); in de scheikunde is

V het teeken voor 1 atoom vanadium, in de electrotechniek beteekent het de volt, een eenheid van electrisch spanningsverschil, als lengtemaat is het 1 vara.

Afkortingen :

V.A. = Votre Altesse (Uwe Hoogheid).

V.A. ü= Victoria- en Albertorde.

Va. = Virginia.

V. A. E. = Votre Altesse Electorale (Uwe Keurvorstelijke Hoogheid).

Sluiten