Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Brygos bekend. Na de Perzische oorlogen worden weer meer mythologische onderwerpen behandeld. Veel invloed hadden de ontwikkeling van de schilderkunst en van de dramatische kunst op de ceramiek. In de 4de eeuw v. Chr., toen de teekenkunst in verval kwam, trachtte men de gebreken van de vormen door andere middelen, zooals het gebruik van veel goud en dekkleuren, te vergoeden. Een bijzondere soort vormen de vazen, bedekt met witte pijpaarde, waarop bonte figuren zijn aangebracht. De oude wijze van beschildering, die met donkere figuren, was in de 4de eeuw v. Chr. ook nog in Attika in gebruik. Uit Boeotië zijn vazen met donkere figuren afkomstig, die op een andere wijze werden vervaardigd.

In het laatst van de 5de eeuw ontstond ook in de Grieksche steden van Beneden-Italië een levendige aardewerkindustrie, die zich aanvankelijk bij de rood-figurenbeschildering van Attika aansloot, doch later meer haar eigen weg ging. Vooral tafereelen uit drama's worden veel tot onderwerp gekozen. Meer nog dan in de jongere Attische periode wordt van dekkleuren gebruik gemaakt. In de 3de eeuw wordt de wijze van schilderen, waarbij de figuren in de grondkleur verschijnen, geheel opgegeven, op den zwarten ondergrond van vernis worden de figuren, vooral ranken, guirlandes en dergelijke ornamenten aangebracht. Omstreeks denzelfden tijd vervaardigde men in Griekenland en Klein-Azië dergelijke voortbrengselen.

Een grooten invloed op de vormen van het aardewerk heeft de metaaltechniek voortdurend uitgeoefend. In de 4de eeuw werden in Attika vazen vervaardigd, die de vormen van metalen voorwerpen uit denzelfden tijd vertoonen en met glad vernis zijn bedekt. De buik is dikwijls geribd, terwijl somtijds kleine versieringen aangebracht en de hals met een vergulden krans omgeven is. Ook uit andere plaatsen zijn dergelijke voorwerpen tot ons gekomen. Verder werden gedreven versieringen op metaalwerk in aardewerk nagebootst, zoo bijv. op de zoogenaamde Megarische bekers, die aanvankelijk met een zwart of bruin, later met een hoogrood vernis werden bedekt. Dit zijn de voorloopers van de voorwerpen van terra sigillata (zie Bolus), die in de lste eeuw v. Chr. en in den Keizerstijd in groote fabrieken in Italië en Klein-Azië werden vervaardigd. Vooral de vazen van Arretium onderscheiden zich door klassieke vormen en een fraaie versiering. Later bloeide deze kunst nog in Gallië, zij nam een einde met de GermaanschRomeinsche fabrieken in de landen aan den Rijn. Belangrijke verzamelingen van antieke vazen vindt men te Rome, Napels, Florence, Parijs, Londen, Berlijn, München, Karlsruhe, Weenen, Kopenhagen en Petersburg. In de latere kunst speelt de vaas een minder belangrijke rol. Haar vorm en versiering is geheel willekeurig. Zie verder Aardewerk.

Vaatgezwel of Angioom. Zie Gezwellen.

Va banque is bij het hazardspel de uitroep om aan te geven, dat de inzet evenveel bedraagt als er in de bank is. Vandaar va banque spelen, d. i. alles op één kaart zetten.

Vacantiecnrsussen, vooral aan hoogescholen of onder medewerking van hoogleeraren, zijn in de laatste decenniën meer en meer in zwang gekomen, als middel tot voortgezette, wetenschap¬

pelijke ontwikkeling, als opwekking tot wetenschappelijk werk en om het materiaal, aan de hoogescholen aanwezig, ook onder het bereik van anderen dan de studenten te brengen. Deze beweging vond haar oorsprong in Engeland, waar men te Oxford en spoedig daarna ook te Cambridge vanaf 1888 zoogenaamde summer-meetings organiseerde, waarvan het programma vooraf werd bekend gemaakt. In 1900 bedroeg het aantal deelnemers te Oxford reeds 1 000. Op het vasteland beperkt men de vacantiecursussen gewoonlijk tot enkele takken van wetenschap en tot leeraren en leeraressen.

Vacantlekoloniën noemt men instellingen, die ten doel hebben aan zwakke schoolkinderen van behoeftige ouders gedurende de zomermaanden, vooral in de vacantie, een verblijf op het land of aan zee te verschaffen. De eerste dergelijke instelling is van Bion te Zurich afkomstig, die in 1876 70 arme kinderen naar een wouddal in Appenzell zond, terwijl de Hamburgsche sehoolvereeniging in hetzelfde jaar aan 7 kinderen een verblijf op het land verschafte. In 1878 volgde Frankfort aan den Main met 97 kinderen. Na dien tijd zijn zij over de geheele wereld verbreid, men vindt ze inzonderheid in Engeland en Noord-Amerika. De inrichting van de vacantiekoloniën is zeer verschillend. De beste is die, waarbij kinderen in bepaald daartoe ingerichte gebouwen worden verpleegd. Ook worden de kinderen wel bij particulieren uitbesteed. Verwant met de vacantiekoloniën zijn de stadskoloniën, bij welke instellingen de kinderen in het ouderlijk huis blijven, doch op bepaalde tijden worden vereenigd om melk te drinken, te baden, te wandelen enz.

Vacantiescholen zijn inrichtingen, die dienen om aan schoolkinderen gedurende de vacanties werkelijke ontspanning te bezorgen. Dergelijke instellingen zijn vooral opgericht voor leerlingen van volksscholen in groote steden, wier ouders geen tijd en gelegenheid hebben zich met de kinderen bezig te houden. In ons land is de eerste vacantieschool in 1903 gehouden door het Comité ter behartiging der belangen van het Kinderhuis te 's Gravenhage. Des morgens worden de kinderen methandenarbeid, als timmeren, schoenmaken, mandenmaken, kartonwerk, en huiselijke werkzaamheden beziggehouden, zooveel mogelijk in de open lucht, des middags worden wandelingen ondernomen of wordt er gespeeld, des avonds, totdat de kinderen naar huis gaan, gespeeld, gezongen en verteld.

Vacaresco, Hélcne, een Fransch dichteres van Roemeensche afkomst, geboren den 3den October 1866 te Boekarest, was gedurende korten tijd verloofd met den Roemeenschen troonopvolger Ferdinand en woont sedert 1892 meestal te Parijs. Reeds haar eerste bundel „Les chants d'aurore" (Parijs, 1866) werd door de Fransche academie bekroond. Verder schreef zij: „L'ame sereine" (1896), „Le rapsode de la Dambovita" (1899), vrije bewerkingen van Roemeensche balladen, die het meest tot haar roem hebben bijgedragen en door Hélène Lapidoth—Swarth in het Nederlandsch vertaald werden, „Lueurs et flammes" (1903) en „Le jardin passionné" (1908).

Vaccaria. Zie Koekruid.

Vaccinatie. Zie Inenting.

Vacciniaceeën is de naam van een plantenge-

Sluiten