Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slacht uit de twee zaadlobbige familie der Ericaceeën. Zij omvat heesters met afwisselende, enkelvoudige, gave, ei- of ellipsvormige bladeren zonder steunbladeren, meestal met schubben voorziene knoppen en met volkomen, alleenstaande of tot trossen vereenigde bloemen. De kelk vormt op het onderstandig vruchtbeginsel een 4- of 6-tandigen zoom. De bloemkroon is éenbladerig, afvallend en aan den zoom in evenveel slippen verdeeld als de kelk. Het aantal meeldraden is gewoonlijk dubbel zoo groot, en deze zijn niet met de bloemkroon samengegroeid. Zij hebben éenhokkige helmknoppen. Het vruchtbeginsel is onderstandig, 4- tot 6-hokkig en heeft aan de middenzuil in den binnenhoek van ieder hokje talrijke anatrope zaadknoppen. De stijl is enkelvoudig, rolrond en van een knotsvormigen stempel voorzien, en de vrucht is een bes. De zaden hebben een korstige schaal, vleezig kiemwit en in de as daarvan een rechte kiem met korte zaadlobben. De bessen van onderscheiden soorten worden gegeten.

Vaccinium L. of boschbes is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Ericaceeën. Het omvat lage heesters met afwisselende, kort gesteelde, lederachtige of vliezige, gave bladeren, alleenstaande of tot trossen in de bladoksels vereenigde bloemen en ronde bessen; zij zijn in de Oude en Nieuwe Wereld algemeen verspreid. In ons land hebben wij: V. Myrtiïlus L., de gewone bosch- of blauwbes met hoekige takken, getande bladeren, alleenstaande bloemen en blauwzwarte bessen, welke laatste gegeten, tot het bereiden van vruchtensap en ook tot het kleuren van wijn gebezigd worden. Men vindt deze plant in hooge streken in de bosschen, vooral in het Soerensche bosch in Gelderland, —V. uliginosum L.,de rijsbes of zwarte boschbes met rolronde takken, gaafrandige bladeren en bloemen aan de toppen der takken, vooral op veengronden groeiende, — V. Vitis idaea, de roode boschbes met een klokvormige bloemkroon, door kliertjes aan de onderzijde bespikkelde bladeren, neerhangende bloemtrossen en bolvormige, scharlakenroode bessen, — V. Oxycoccus L,. de veenbes met zeer dunne, nederliggende stengels, bladeren met naar achteren gekndde randen, eindelingsche bloemen en zeer smakelijke, roode bessen, — en V. macrocarpum Ait. met een vrij forschen, opstijgenden stengel, vlakke bladeren, aan de zijden geplaatste bloemen en groote, roode bessen; zij komt hier en daar voor in moerassige en veenachtige duinpannen op Terschelling.

V&oherot, Elienne, een Fransch geleerde, geboren te Langres den 29sten Juli 1809, bezocht de école normale te Parijs en werd leeraar in de wijsbegeerte aan scholen te ChalÖns, Cahors, Angers, Versailles, Caen en Rouen, werd vervolgens maitre des études en maitre des conférences aan de école normale en in 1839 opvolger van zijn leermeester Cousin als hoogleeraar in de philosophie aan de Sorbonne. Wegens zijn vrijzinnige richting ontving hij in 1849 op aandringen der clericalen zijn ontslag aan de école normale en toen hij in 1852 weigerde, den eed van trouw aan het keizerrijk af te leggen, werd hij ook als hoogleeraar aan de Sorbonne ontslagen. In 1868 werd hij gekozen tot lid der Academie. In 1870 werd hij maire van het vijfde arrondissement te Parijs, bewees tijdens de belegering en bij den opstand der commune belangrijke diensten en werd den

8sten Februari 1871 afgevaardigd naar de Nationale Vergadering, waar hij zich aanvankelijk bij de linkerzijde voegde, maar in 1873 afvallig werd van de republikeinsche partij en het ministerie de Broglie ondersteunde, ja, zelfs voor de clericale onderwijswet stemde. Hij werd dan ook in 1876 niet herkozen. Van zijn geschriften noemen wij: „Histoire critique de 1'école d'Alexandrie" (3 dln., 1846—1861), dat door de Academie werd bekroond, maar hem een hevigen aanval bezorgde van de zijde der geestelijkheid, „La métaphysique et la science" (2 dln., 1858, 2de druk, 3 dln., 1863), „La démocratie" (1859, 2de druk, 1860), wegens welk boek hij tot 3 maanden gevangenis veroordeeld werd, „Essais de philosophie critique" (1864), „La religion" (1868), „La science et la conscience" (1870), „Le nouveau spiritualisme" (1884) en „La démocratie libérale" (1892). Hij overleed den 28a,en Juni 1897 te Parijs.

Vacquerie, Auguste, een Fransch schrijver, geboren den 19aen November 1819 te Villequier in Normandië, kwam door zijn broeder, een schoonzoon van Victor Hugo, die met zijn vrouw in 1843 op een watertochtje verdronk, reeds jong met den dichter in aanraking en bleef tot aan diens dood zijn trouwe metgezel en vriend. Vaqcuerie bezat een zeer eigenaardig en veelzijdig talent. Nadat hij 2 bundels gedichten „L'enfer d'esprit" (1840) en „Demi-teintes" (1846) uitgegeven had, werd in 1848 zijn blijspel in verzen „Tragaldabas" opgevoerd, dat veel beweging veroorzaakte, en uitgefloten werd. Toen het boek echter in 1878 uitgegeven werd, vond het algemeen bijval. Daarna leverde hij de tooneelwerken: „Les funerailles de 1'honneur" (1862), „Souvent homme varie" (1859), „Jan Beaudry" (1863), en „Le fils" (1866). Zijn drama in verzen „Formosa" (1888) werd zeer bewonderd, zijn „ Jalousie" daarentegen had bij de opvoering geen succes. Zijn „Futura" (1890) is eigenlijk niet voor het tooneel bestemd. Verder schreef hij nog: „Les drames de la Grève" (1855), de essays „Profils et grimaces" (4de druk, 1864) en een aantal andere artikelen in tijdschriften. Met zijn vriend Meurice, met wien hij vroeger ook de „Antigone" van Sophokles voor het Fransch tooneel had bewerkt, richtte hij in 1869 den „Rappel" op. Sedert 1888 gaf hij met hem de letterkundige nalatenschap van Victor Hugo uit. Hij overleed den 19ien Februari 1896 te Parijs. Na zijn dood verscheen nog: „ThéStre inédit" (1897).

Vactram noemt men in de natuurwetenschappen de ledige ruimte. Een absoluut vacuum is echter onbekend. Ook de interplanetaire en de interstellaire ruimte, welke men vroeger als absoluut ledig aannam, schijnen dit niet te wezen. In betrekkelijken zin noemt men een ruimte ledig, welke met behulp van een luchtpomp zooveel mogelijk van lucht is beroofd. Daardoor wordt het evenwicht tusschen den druk der lucht binnen en buiten deze ruimte opgeheven. De buitenlucht tracht óf zelf binnen te dringen, óf bijv. een vloeistofafsluiting naar binnen te dringen. Het was dit verschijnsel, dat tot de veronderstelling leidde, dat de natuur een afkeer van het ledige, een horror vacui, zou hebben. De nieuwere, kinetische hypothesen verklaren dit verschijnsel echter door aan te nemen, dat de lichamen uit kleine zelfstandige deeltjes, moleculen, zijn opgebouwd, welke moleculen zich bij de gassen met groote snelheden door elkander bewegen.

Vacuumbuis (Plückersche, Geiszlersclie, Hit-

Sluiten