Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechtsvordering tot inroeping van staat op grond van beweerd vaderschap wordt ook in het vervolg niet toegelaten, behalve bij schaking, verkrachting en soortgelijke gevallen. — Doch wèl legt de wet aan den vader van een natuurlijk kind, dat niet door hem is erkend, de verplichting op om door een uitkeering in het onderhoud en de opvoeding van het kind gedurende de minderjarigheid te voorzien. Er bestaat dus niet een actie tot erkenning, maar alleen tot alimentatie. Alleen in verband met deze rechtsvordering kan een onderzoek naar het vaderschap plaats hebben. Vader wordt vermoed te zijn diegene die met de moeder gemeenschap heeft gehad tusschen den 301sten en jgj, 179»tcn dag voorafgaande aan dien waarop het kind is geboren. De rechtsvordering wordt evenwel afgewezen, indien bewezen wordt, dat de moeder binnen dien termijn met een of meer anderen gemeenschap heeft gehad (tenzij uit deze gemeenschap het kind onmogelijk kan zijn ontvangen) of indien de rechter in gemoede overtuigd is, dat de verweerder niet de vader van het kind is. De rechtsvordering wordt ingesteld door een bijzonderen vertegenwoordiger van het kind, die door den kantonrechter wordt benoemd op verzoek van den voogd of den voogdijraad, doch in elk geval na verhoor van dezen laatste. Behalve tot de bedoelde uitkeering aan het kind is de vader gehouden aan de moeder te vergoeden de kosten van hare bevalling en van haar onderhoud gedurende de eerste 6 weken na de bevalling. De rechtsvordering van het kind verjaart door verloop van 5 jaren na zijn ge-

uuuiLe, uie van ae moeaer vervalt na verloop van 1 jaar na de bevalling. Voldoet de tot uitkeering veroordeelde vader niet geregeld aan zijn verplichtingen,dan kan de voogdijraad van het vonnis of de beschikking mededeeling doen aan den persoon, van wien de vader loon geniet, welke persoon dan verplicht is een gedeelte van het loon in te houden en aan den voogdijraad uit te keeren.

Vadianus, Joachim, eigenlijk Von Watt, een Zwitsersch letterkundige, geboren den 30eten December 1484 te St. Gallen, werd in 1514 professor te Weenen, in 1518 stedelijk geneesheer in zijn geboorteplaats, in 1526 burgemeester aldaar en overleed er den 6den April 1551. Hij was een vriend van Zmngli en een ijverig voorstander van de Hervorming. Van zijn Latijnsche geschriften noemen wij: „Aphorismorum libri VI de consideratione Eucharistiae" (1536), „Commentarii in Pomponium Melam" (1518), en „Epitome trium terrae partium" (1534). Zijn „Deutsche historische Schriften", onder welke zich de „Chronik der Abte des Klosters von St. Gallen" bevindt, werden door Gölzinger uitgegeven (3 dln., 1875—1879).

Vaduz, een plaats in het Duitsclie vorstendom Lichtenstein, dicht bij den rechter Rijnoever gelegen, is de zetel van de vorstelijke regeering en van den landdag, bezit een Gotische kerk, een nieuw regeeringsgebouw, een hoogere burgerschool en telt 1200 inwoners, die den wijnbouw en het spinnen en weven van katoen beoefenen. Boven de plaats, op een vooruitspringend rotsterras, ligt het onlangs gerestaureerde slot Vaduz en het badplaatsje Gaflei.

Vaernewijck. Marcus van, een Vlaamsch schrijver, geboren te Gent den 218ten December 1518, volbracht in 1550 een reis naar Italië en in 1556 een door Brabant, Zeeland, Holland, en Friesland en keerde over West-falen naar Vlaanderen terug, In

1563 was hij gouverneur der stedelijke armenkamer te,Gent, zag zich een paar maal tot schepen gekozen en overleed den 20»tel Februari 1569. Zijn voornaamste werk is: „Vlaainsche Audvremdighevt" (1560), een soort berijmde archaeologie en historie, die door zijn tijdgenooten zeer werd geprezen. In 1568 gaf hij denzelfden inhoud nog eens uitvoerig in proza onder den titel: „Den Spieghel der Nederlandscher audtheyt", welk werk in latere drukken „Die historie van Belgis" werd genoemd. Verder schreef hij in „Dboeck der Amoreushevt" „Veel schoone questiën oft Raetsels der Minnen enz." Hij was een ijverig lid van de Gentsche kamer„De Lely".

Vafthrudnir is in de Noorsche mythologie de naam van een reus, die beroemd was wegens zijn wijsheid. Zijn naam beteekent „raadselenmeester" Zijn wijsheid werd door Odin op de proef gesteld, zooals in het gedicht uit de „Edda" „Vafthrudnismal" is beschreven.

Vaga. Zie Buonaccorsi.

Vaganten (Latijn = rondtrekkende lieden), ook Bacchanten genaamd, is in het bijzonder de aanduiding_ van de rondreizende scholieren (vagi scholures) uit de Middeleeuwen, die als 't ware een afzonderlijken stand vormden en vooral in de bewegingen op geestelijk gebied van de 12^ en 13dc eeuw een scherp omschreven richting vertegenwoordigden. Dat blijkt het best uit de verzameling van hun Latijnsche liederen „Carmina Burana", waaruit een vroolijke, aan de Ouden ontleende levenslust spreekt en waarin tegelijkertijd de gebreken van de beroepsstanden, met name van dien der geestelijkheid, met scherpen spot gegeeseld worden.

Vagebond (Latijn: vaaant = zwerver1! is de

naam van hen, die zonder vaste woonnlaats nf h<>-

paald bedrijf van de eene plaats naar de andere trekken en ook wel landloopers worden genoemd. Meestal voorzien zij door bedelarij of oneerlijke praktijken in hun onderhoud. Inlandsche vagebonden worden in ons land opgepakt en naar de gevangenis of naar een rijkswerkinrichting gezonden, buitenlandsche, indien zij op geen voldoende middelen van bestaan kunnen wijzen, door de politie over de grenzen gebracht. Zie verder Bedelarij.

Vagevuur of louteringsvuur, van het woord vagen of vegen, dat reinigen beteekent, is volgens de leer der R. Katholieke Kerk de plaats, waar de zielen een pijnlijke zuivering ondergaan, welke door de voorbidding der levenden, door missen en offeranden verzacht en bekort kan worden, waarna zij in den hemel, de plaats der gezaligden, worden opgenomen. De Katholieke godgeleerden steunen bij die leer op 2 Macc. XII: 43, Matth. V. 26 en 1 Cor. III: 15, en op andere meer algemeene gegevens van hun geloof.

Vagina. Zie Geslachtsorganen.

Vagus (Nervus vagus). Zie Hersenen blz. 182.

Vahl is hij namen van (Oostersche en Z.-Amerikaansche) planten de afkorting voor Martin Vahl, een Noorsch plantkundige, geboren in 1749 te Bergen en overleden in 1804 als hoogleeraar te Kopenhagen.

Vahlen, Johannes, een Duitsch letterkundige' en criticus, geboren den 28sten September 1830 te Bonn, studeerde aldaar sedert 1848 in de letteren onder Ritschl, werd in 1854 privaatdocent aldaar, in 1856 buitengewoon hoogleeraar te Breslau, in 1858 gewoon hoogleeraar te Freiburg in de Breisgau, in

Sluiten