Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tica, oratoria" (uitgegeven door Erjurdi, 2 dln., 1808 —1809) en „Selecta ex Scholiis Valckenarii"(2 dln., 1815—1817).

Valckenaer, Jan, een Nederlandsch rechtsgeleerde en staatsman, een zoon van den voorgaande, geboren in 1757, werd na het voleindigen zijner studiën hoogleeraar in de rechten aan de hoogeschool te Franeker, nam een levendig aandeel aan het staatkundig leven in het laatst van de 18de eeuw en werd in 1787 benoemd tot professor te Utrecht. Nauwelijks echter had hij die betrekking aanvaard, toen hij wegens den door Pruisen gesteunden invloed der stadhouderlijke partij zich genoodzaakt zag naar Frankrijk te vluchten. Den 6aen Februari 1793 bevond hij zich onder de afgevaardigden, die bij de Fransche Conventie hulp kwamen vragen voor de Republikeinsche partij in Nederland, en toen twee jaar daarna de Franschen hier kwamen, keerde ook Valckenaer terug en aanvaardde te Leiden de betrekking van hoogleeraar in het strafrecht. Hij redigeerde tevens het tijdschrift: „De advocaat der Bataafsche vrijheid". Hij bracht verder een zeer gematigd rapport uit over de zaak van den raadpensionaris van de Spiegel, en werd in 1796, met behoud van zijn hoogleeraarsambt, benoemd tot gezant in Spanje, waar hij bleef tot in 1801. Na eenigen tijd ambteloos te hebben geleefd, werd hij afgevaardigd naar Berlijn, om met de Pruisische regeering schikkingen te treffen aangaande de terugbetaling van een door Oostenrijk in Nederland gesloten leening, welke zending echter niet den gewenschten uitslag had. Evenmin slaagde hij in 1810 in een zending, hem door koning Lodewijk opgedragen, om Napoleon 1 te doen afzien van de voorgenomene inlijving van Nederland in Frankrijk. Na dien woonde hij buiten betrekking te Amsterdam of op een buitenverblijf bij Haarlem en overleed in laatstgenoemde stad den 25Bten Januari 1821.

Valckenborch, Lucas van, een Vlaamsch landschap- en portretschilder, geboren te Mechelen in 1540(?), overleed te Neurenberg na 1622. Hij was waarschijnlijk een leerling van Pieter Brueghel den Oude. In 1564 werd hij meester in het St. Lucasgilde te Mechelen. Om godsdienstredenen vluchtte hij twee jaar later met zijn broeder Maarten en Jan "Vredeman de Vries, waarschijnlijk naar Aken en Luik. Later werkte hij in Frankfort. In 1570 trad hij in dienst van Mathias van Oostenrijk, den toenmaligen stadhouder. Schilderijen van zijn hand bevinden zich hier te lande o.a. in het Rijksmuseum te Amsterdam. Het beste leert men zijn kunst in Weenen kennen.

Valckenier, Pieter, een Nederlandsch staatsman, was afkomstig uit een aanzienlijk Amsterdamsch geslacht en werd geboren in 1638, volgens sommigen in Gelderland en volgens anderen te Emmerik. Geruimen tijd heeft hij den Staat gediend als gezant, het langst in Zwitserland. Hij schreef: „Memoriën" en „Verward Europa"(2 dln., 1675 en 1688), waarin de oorlogen en omwentelingen in Europa, vooral met het oog op Nederland, tusschen 1664 en 1675 beschreven zijn.

Valckenier, Adriaan, gouverneur-generaal van Neêrlandsch-Indië, werd geboren in 1695 te Amsterdam als de zoon van een bewindhebber van de Oost-Indische Compagnie, kwam in 1725 te Batavia, waar hij als ondercommies werd geplaatst, doch klom spoedig op en zag zich den 3den Mei 1737 bekleed

met de waardigheid van gouverneur-generaal. In 1740 had te Batavia de bekende opstand der Chineezen plaats, welke op een bloedige wijze werd onderdrukt. Het aantal gedoode Chineezen wordt op 10 000 geschat. Of Valckenier bevel tot den moord heeft gegeven is niet uitgemaakt. Door het gebeurde ontstonden hevige twisten in den Raad van Iudië, zelfs deed hij drie van de leden, Van lrrihoff, de Haze en Van Schinne, als oproerlingen en samenzweerders in hechtenis nemen, en naar het vaderland overbrengen. De Oost-Indische Compagnie keurde het gedrag af van den gouverneur-generaal, die inmiddels zijn ontslag gevraagd en in November 1741 Batavia met een schip verlaten had. Aan de Kaap de Goede Hoop werd hij echter gevangen genomen en naar Batavia teruggezonden, waar hij in 1751 in de gevangenis overleed. Hij werd in 1743 door Van Imhoff opgevolgd.

Valdagne, Pierre, een Fransch letterkundige, geboren te Parijs in 1854, bezocht het lyceum Condorcet en studeerde vervolgens in de rechten. In 1886 schreef hij voor liet tooneel een stuk in een bedrijf: „A1161 Allöl", dat met veel succes werd opgevoerd. Daarop volgden: „La Peur de l'être"(1889, met Emile Moreau) „La Blague"(1895) en „L'Amour du prochain"(1902), dat hij naar een door hem zelf in 1900 geschreven gelijknamigen roman bewerkte. Hij was medewerker aan een aantal dagbladen en tijdschriften, zooals „de Figaro", de „Gaulois" en „La Vie parisienne". Verder schreef hij: „Variations sur le même air"(1896), „L'Amour par principe" (1898), „Une Rencontre"(1899), „La Confession de Nicaise"(1902), „Mon fils, sa femme et mon amie" (1905), ,,Touti"(1905) en „Paranthèse amoureuse" 1906).

Valdepeiias, een arrondissementshoofdplaats in de Spaansche provincie Ciudad Real in Nieuw-Castilië, 705 m. boven de oppervlakte der zee, op het Campo de Calatrava, aan de rivier Jabalon, aan den spoorweg van Madrid naar Sevilla en aan de zijlijn naar Puertollano. Zij telt ongeveer (1900) 20015 inwoners. In haar omtrek wordt een uitstekende wijnsoort verbouwd. Men vindt er minerale bronnen.

Val der lichamen Zie Val of Vrije val.

Valdes Leal. Juan de, een Spaansch schilder, geboren in 1630, was een leerling van Castillo en Zurbaran. Hij vestigde zich te Sevilla, waar hij van 1663—1666 voorzitter van de schilderacademie was. Daarna vertoefde hij op verschilllende andere plaatsen en keerde vervolgens naar Sevilla terug. Hij bezat een besliste voorliefde voor vreeselijke onderwerpen. Zijn voornaamste werken bevinden zich in de kathedraal te Sevilla. Hiertoe behooren: „De geeseling van Christus" en „De heilige Alfonsus het misgewaad uit de handen van de heilige Maagd ontvangende." Van zijn overige

werken noemen wij: „De opneifing van het kruis", „De twee lijken" en „De dood, omringd door de zinnebeelden van de menschelijke ijdelheid." Hij vervaardigde ook een aantal etsen. Hij overleed in 1691. Zijn zoon Lucas de Valdès heeft eenige van zijn onvoltooide werken afgemaakt.

Valdeur is in de wapenkunde een vereeniging van verticaal gescherp-

Valdeur.

Sluiten