Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te en horizontale balken, aan ketens opgehangen.

V&ldivla, een provincie van Chili, gelegen aan den Grooten Oceaan tusschen de provincies Cantin in het N. en Llanquihue in het Z. en in het O. begrensd door de Andes, heeft een oppervlakte van 21 637 v. km. en telt (1903) 78 073 inwoners. Evenwijdig met de knst loopen de Kustcordilleras, daarachter strekt zich een groote, vruchtbare, rijkbesproeide vlakte uit met vele, gedeeltelijk bevaarbare rivieren. Daarop volgen de Andes met talrijke vulkanen; aan hun voet vindt men vele meren, waarvan het meer Ranco en het meer Villarica de grootste zijn. Uit deze meren stroomen de Bueno, de Tolten en de Callecalle naar den Grooten Oceaan. Het klimaat is vochtig, koel en gezond, de bodem is voor den bouw van alle Middel-Europeesche graan- en ooftsoorten geschikt, doch wordt slechts voor een klein gedeelte bebouwd. Landbouw, ooftteelt, veeteelt en uitvoer van hout zijn de voornaamste middelen van bestaan.

De hoofdstad Valdivia aan den bevaarbaren Callecalle bestaat, tengevolge van veelvuldige aardbevingen, meest uit houten huizen. Zij bezit een Capucijner klooster, een Katholieke kerk, een Protestantsche kerk, een kweekschool voor onderwijzers, middelbare scholen voor jongens en meisjes, electrisch licht en (1903) met het eiland Teja

lö UUU inwoners. li,r zijn scheepstimmerwerven, schoen- en zeepfabrieken, brouwerijen, branderijen, exportslagerijen, leerlooierijen enz. Er is een station van de lijn van Valparaiso naar Osorno.

Valée graaf, Silvain Charles, een Fransch maarschalk, geboren den 17den December 1773 te

isrienne ie t nateau, trad in i l\)6 als tweede luitenant bij de artillerie in dienst, werd in 1796 tot kapitein en in 1824 tot luitenant kolonel bevorderd en verkreeg, nadat hij zich bij Jena onderscheiden had, in 1807 als kolonel het commando over het eerste regiment artillerie van het derde armeekorps in Spanje, waar hij in Augustus 1811 opklom tot den rang van divisie-generaal. Bij de Eerste Restauratie keerde hij naar Frankrijk terug en werd door Lodewyk XV11I benoemd tot inspecteur-generaal der artillerie. Hoewel hij gedurende de Honderd Dagen het hem door Napoleon opgedragen bevel over de artillerie van het 5de armeekorps had aanvaard, verhief Lodewijk XVIII hem wederom tot inspecteur-generaal. Nadat hij in 1835 de waardigheid van pair verkregen had, vergezelde hij in 1837 generaal Damrétnont naar Algiers, belastte zich bij de expeditie naar Constantine met het bevel over de artillerie, na den dood van Damrémont met het opperbevel en veroverde den 13den October stormenderhand de stad. Tot belooning verkreeg hij den maarschalksstaf en zag zich in het begin van December benoemd tot gouverneurgeneraal der Fransche bezittingen in Afrika. Hij overleed te Parijs den 16den Augustus 1840.

Valen$ay, een stad in het Fransche departement Indre, in het arrondissement Chateauroux, ligt aan de rivier Nahon en aan den Orleansspoorweg. Zij bezit een fraai slot uit de 16de eeuw met talrijke kunstwerken en (1906) 1959, als gemeente 3411 inwoners. Het slot was sedert 1801 in bezit van Talleyrand, die aldaar in 1838 overleed en in de hospitaalkerk werd begraven. Van 1803—1813 woonde Ferdinand VII van Spanje te Valenqay in ballingschap en sloot aldaar het verdrag van den

Hden December 1813, waarbij hij opnieuw in het bezit van den Spaanschen troon kwam.

Valence, de hoofdstad van het Fransche departement Drdme, vroeger die van het landschap Valentinois in de Dauphiné, ligt aan de Rh6ne en aan den spoorweg van Lvon naar Marseille (met een zijtak naar Grenoble). De stad bezit een fraaie ijzeren brug, eenige vestingwerken, een citadel, een hoofdkerk uit de llde eeuw met een toren van 1861 en het praalgraf van paus Pius VI (met een borstbeeld door Canova), een fraaie grafkapel van 1538, een Protestantsche kerk (een voormalige kloosterkerk), een aantal renaissancebouwwerken, een nieuw stadhuis, gedenkteekens voor Cham;pionnet, Bancel, Montalivet, Gallet en Emil Augier en (1906) 25 893, als gemeente 28112 inwoners. Men vindt er een kweekschool voor onderwijzers en een voor onderwijzeressen, een openbare bibliotheek met 36 000 deelen, een museum, een schouwburg enz. De stad is de zetel van een bisschop. Er zijn fabrieken voor meel, bakkersartikelen, bier, confituren, brandewijn, meubels, touw, leer, handschoenen enz. Er wordt voornamelijk handel gedreven in olijfolie, ooft en zijderupsen. Deze stad is het aloude Valentia (Civitas Valentinorum) in Gallia Narbonensis.

Valeucia, een voormalig koninkrijk in Spanje, grenst in het N. aan Catalonië, in het N. W. aan Aragon, in het W. aan Nieuw-Castilië, in het Z.W. aan Murcia en overigens aan de Middellandsche Zee. De oppervlakte bedraagt 22 876 v. km., het aantal inwoners 1 587 533. De kusten zijn meest zandig, vlak en weinig ontwikkeld, daarop volgen vruchtbare alluviale vlakten, de zooeenaamde

huerta's. Op de hooger gelegen landen, waar 's winters dikwijls droogte heerscht, worden tarwe, gerst, peulvruchten, wijn en aardappelen verbouwd; waar de ondergrond uit kalk bestaat, kweekt men Johannesbrood-, olijven- en vijgeboomen. Daarbij sluiten zich kale of met heide begroeide plateau's en kalkgebergten aan. De inwoners van Valencia zijn een gemengd volk uit de nakomelingen van Arabieren en Morisken en dragen de kenmerken van hun Oosterschen oorsprong. De hoogere standen spreken Castiliaansch, de lagere Valenciaansch, een met het Catalonisch verwante tongval. Het koninkrijk is verdeeld in 3 provinciën, namelijk Valencia, Alicante en Castellon.

De provincie Valencia grenst in het N. aan de provincies Castellon en Tervel, in het W. aan Cuenza en Albacete, in het Z. aan Alicante en in het

het O. aan de Middellandsche Zee. Zij heeft een oppervlakte van 10 751 v. km. en telt (1900) 806 556 inwoners. De hoofdstad is Valencia (zie aldaar).

Valencia of Valencia del Cid, de hoofdstad van het voormalig koninkrijk Valencia (zie aldaar) en van de gelijknamige provincie, ligt aan den rechter oever van de Guadalaviar, 4 km. van de uitmonding van deze rivier in zee verwijderd, in de vruchtbare, rijkbesproeide huerta van Valencia aan een aantal spoorwegen. Zij bezit 2 poorten met torens, die van de vroegere muren zijn overgebleven, nauwe straten, onregelmatige pleinen, zooals de Plaza del Mercado, 5 steenen bruggen en eenige plantsoenen, waartoe de Alameda en de Glorieta behooren. Van de belangrijkste gebouwen noemen wij: de Gotische kathedraal, op de plaats van een tempel voor Diana gebouwd,

Sluiten