Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij door de Nederlanders in brand geschoten.

Valens, Flavius, een Romeinsch keizer, geboren te Cibalae in Pannonië, werd in 364 door zijn broeder Valentinianus 1 tot mederegent verheven en verkreeg de heerschappij over het O. lijk gedeelte van het rijk. Ofschoon van weinig beteekenis, regeerde hij rechtvaardig en spaarzaam, terwijl ook zijn veldheeren voorspoedig waren in den oorlog. Een opstand onder de leiding van Proeopius werd in 366 gedempt en een strijd tegen de W. Goten (367—369) door een niet onvoordeeligen vrede gevolgd, terwijl de oorlog tegen den Perzischen koning Sapores hem geen belangrijke verliezen berokkende. Toen Valens echter zeil tegen de W. Goten te velde trok, nadat hij hen de Donau had laten overschrijden, leed hij den 8BteK Augustus 378 bij Adrianopel een geweldige nederlaag en verloor op de vlucht het leven. Hij was een ijverig aanhanger van Arius en werd daardoor de oorzaak, dat het Arianisme zich algemeen in het O. verbreidde.

Valens, Petrus, of Sterck, een Nederlandsch letterkundige, geboren te Groningen omstreeks het jaar 1570, vertrok na het voleindigen zijner voorbereidende studiën naar Parijs (1688), legde er zich toe op de wijsbegeerte en letteren, werd artium liberalium magister en verkreeg er van Hendrik IV het burgerrecht. Omstreeks 1593 trad hij er als leeraar op, vermoedelijk eerst aan het Collége van Rheims, daarna aan dat van Montaigu, vervolgers aan dat van Boncourt. Later werd hij benoemd tot hoogleeraar in de Grieksche taal aan het Collége royal, waar hij 22 jaar met grooten lof werkzaam bleef. Hij overleed in 1648.

Valenta, Eduard, een Oostenrijksch scheikundige, geboren den 5den Augustus 1857 te Weenen, studeerde aan de technische hoogeschool aldaar, werd in 1881 assistent in de chemische technologie, was van af 1890 werkzaam als photochemicus aan de grafische leer- en proefinrichting te Weenen en werd in 1894 hoogleeraar in de photochemie aldaar. Na zich eerst met onderzoekingen omtrent de vetten te hebben beziggehouden, bewoog hij zich later op het gebied der spectraalanalyse en der photochemie. Van zijn hand verschenen: „Die Klebe- und Verdickungsmittel" (1884),, ,Die Photographie in natürlichen Farben" (1894), „Versuche über Photographie mittels der Röntgenschen Stralilen" (samen met Eder, 1896), „Die Behandlung der für den Auskopierprozesz bestimmten Emulsionspapiere" (1896), „Photographische Chemie und Chemikalienkunde" (2 dln. 1898—1899), „Die Rohstoffe der graphischen Druckgewerbe" (2 dln., 1904—1908) en „Beitrage Ztir Photochemie und Spektralanalyse" (samen met Eder, 1904).

Valentia, een eiland aan den ingang der Dinglebaai op de Z.-W.-kust van Ierland, in het graafschap Kerry, heeft een uitmuntende haven en is vooral bekend door de 4 telegraafkabels, welke van 1865—1875 van hier naar N.-Amerika zijn gelegd. Bovendien is het door een kabel met Emden (Duitschland) verbonden.

Valentie of waardigheid noemt men in de scheikunde de eigenschap der atomen van de verschillende elementen om zich met een verschillend aantal atomen van andere elementen te kunnen verbinden. Men drukt die valentie uit door getallen en noemt de elementen dan mono-, di-, tri-, tetra- enz.

waardig. Daar intusschen de valentie geen standvastige eigenschap der stof is, is in de nieuwere scheikunde de leer der waardigheid geheel door de atoomtheorie vervangen.

Valentin, Gabriël Guslav, een Duitsch physioloog, geboren den 8s,en Juli 1810 te Breslau, studeerde aldaar in de geneeskunde, vestigde er zich in 1833 als geneesheer en werd in 1836 hoogleeraar in de physiologie te Bern. Hij heeft zich vooral bezig gehouden met onderzoekingen omtrent de spijsvertering, de stofwisseling in de spieren enz. Van zijn geschriften vermelden wij: „De functionibus nervorum cerebralium et nervi sympathici libri IV" (1839), „Lehrbuch der Physiologie des Menscher." (2de druk, 2 dln., 1847—1850), „Grundrisz der Physiologie des Menschen" (4de druk, 1854), „Die Untersuchung der Pflanzen und Tiergewebe im polarisirtem Licht" (1861), „Beitrage zur Anatomie und Physiologie des Nerven- und Muskelsvstems" (1863), „Der Gebrauch des Spektroskops" (1863), „Versuch einer physiologischen Pathologie der Nerven" (1864), „Versuch einer physiologischen Pathologie des Bluts und der übrigen Körpersafte" (1866) en „Die physikalische Untersuchung der Gewebe" (1867). Ook redigeerde hij van 1836 tot 1843 het „Repertorium für Anatomie und Physiologie". Hij overleed den 24sten Mei 1883 te Bern.

Valentinelli, Giuseppe, een Italiaansch bibliograaf, geboren te Ferrara den 228ten Mei 1805, studeerde te Padua, ontving in 1830 de priesterwijding en werd in 1835 hoogleeraar in de wijsbegeerte aan het seminarium te Belluno en in 1867 bibliothecaris aan dat te Padua, in 1841 onderbibliothecaris aan de bibliotheek van St. Marcus te Venetië en in 1846 bibliothecaris van die boekerij. Hij schreef: „Degli studi sul Friuli" (1856), „Catalogus codicum manuscriptorum de rebus forojuliensibus ex bibliotheca palatina ad S. Marei Venetiarum" (1869), „Bibliografia del Friuli" (1861), „Diplomatarium Portusnaonense" (1865), „Regesta documentorum Germaniae historiam iUustrantium" (2 dln., 1864—1866) en „Bibliotheca manuscripta ad S. Marei Venetarium" (5 dln., 1869—1872). De vruchten van zijn herhaalde reizen in Dalmatië en Montenegro waren: „Specimen bibliographicum de Dalmatia" (1842), „Bibliografia dalmata tratta dei codici della Marciana" (1846), „Bibliografia della Dalmazia e del Montenegro" (1855), „Esposizione de' rapporti fra la Reppublica Veneta e gli Slavi meridionali" (1863). Voorts reisde hij in Engeland, Zweden, Duitschland, Hongarije en Spanje en overleed op zijn landgoed te Villa Estenze den 17den December 1874.

Valentianus I, Flavius, een Romeinsch keizer, in 321 n. Chr. in Pannonië geboren, onderscheidde zich onder Julianus door dapperheid en was tribuun van de lijfwacht, toen hij na den dood van Jovinianus den 268ten Februari 364 te Nicaea door het leger tot keizer werd benoemd. Hij moest zich gedurende zijn bewind hoofdzakelijk bezig houden met het beschermen der grenzen van het Westelijke rijk — het Oostelijke had hij aan zijn broeder Valens (zie aldaar) afgestaan — tegen de invallen der naburen, hoewel hij tevens niet verzuimde, het welzijn van het volk door vreedzame maatregelen te bevorderen. Hij overleed te Bregetio, in de nabijheid van het hedendaagsche Komorn den 17deD November 376.

Sluiten