Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Valentianus II, een Romeinsch keizer, een zoon van den voorgaande en van Justina, werd na den dood van zijn vader, hoewel pas vier jaren ond, tot keizer uitgeroepen en door zijn ouderen broeder Gratianus als medekeizer erkend. Als zijn aandeel werden hem Italië, Illyrië en Afrika toegewezen. Nadat Gratianus in 383 door Maximus van den troon gestooten en gedood was, werd ook Valentianus door hem uit Italië verdreven, maar in 388 door Theodosius in zijn heerschappij hersteld. Nu zwaaide hij den scepter over het geheele Westersche rijk. De regeering werd achtereenvolgens voor hem gevoerd door Gratianus, daarna door zijn moeder en eindelijk door den Frank Artogast, die hem in 392 te Vienna vermoordde, toen hij zich van hem onafhankelijk wilde maken.

Valentianus III, Flavius Placidius, een Rojneinsch keizer, een zoon van Constantius, den dapperen veldheer van Honorius, die met dezen gedurende korten tijd de heerschappij over het W. Romeinsche rijk gedeeld had en van Placidia, een dochter van Theodosius den Groole, werd op zesjarigen leeftijd door Theodosius II bekleed met het gezag over het Westersche rijk (425). Zijn bestuur of liever dat van Placidia onderscheidde zich door tallooze blijken van lafheid en wreedheid en kwam het rijk op aanzienlijke verliezen te staan. In 429 maakten de Vandalen zich meester van de provincie Afrika, de Franken veroverden een groot gedeelte van Gallië en in 449 vestigden zich de Saksen in Britannië. In 452 drongen de Hunnen onder Atilla, nadat zij in 451 door Aëtius in vereeniging met de W. Goten waren verslagen, Italië binnen, waarvan de herhaling alleen door diens plotselingen dood verhinderd werd. In 454 beroofde Valentianus zich door den moord op Aëtius van den liatsten steunpilaar van zijn macht. Hij werd dan ook in 455 zelf vermoord.

Valentinus, een Gnostisch wijsgeer, afkomstig uit Alexandrië, onderwees sedert 140 te Rome een godsdienstig stelsel, waarin het Christelijk heilsgeloof vermengd is met Oostersche en Platonische metaphysica. Karakteristiek is zijn leer der emanatie, volgens welke de wereld der zalige geest'n (pleroma) verdeeld is in 15 syzvgiën of aeonenparen, van welke ieder uit een levenschenkende en levenontvangenden aeon bestaat. De laatste der vrouwelijke aeonen, Sophia, verloor een gedeelte van haar wezen in den chaos, en zoo ontstond een wereld van bezielde lichamen, waaruit de zielen der menschen eenmaal verlost zullen worden door een openbaring, voortgekomen uit het pleroma. Dit denkbeeld werd door zijn leerlingen, vaak op de zonderlingste wijze uitgesponnen en uit den Bijbel verklaard. Hij overleed omstreeks 160 te Rome.

Valentijn, Franfois, een Nederlandsch schrijver, omstreeks 1660 te Dordrecht of te Alblas geboren, studeerde te Utrecht en te Leiden in de godgeleerdheid, vertrok in 1685 als predikant naar Indië en werd den 7den Maart 1686 door den gouverneur-generaal naar Amboina gezonden. Na een kort verblijf op Banda, keerde hij in 1688 naar Amboina terug, waar hij begon met een Bijbelvertaling in het Laag-Maleisch. In 1695 keerde hij naar het vaderland terug en vestigde zich te Dordrecht. In 1705 vertrok hij met zijn gezin weder naar Indië, was eerst gedurende eenigen tijd veld¬

prediker in O. Java en vertoefde daarna van 1707— 1712 weder op Amboina. Toen men hem in 1712 naar Ternate wilde uitzenden, weigerde hij. Op nonactiviteit gesteld, keerde hij naar Nederland terug, waar hij zich eerst te Dordrecht en later te 's Gravenhage vestigde en hier den 6den Augustus 1727 overleed. Zijn hoofdwerk „Oudt en Nieuw Oostindiën of Nederlands mogendheid i i die gewesten" (8 dln., Dordrecht en Amsterdam, 1724— 1726) is de eerste encyclopaedie van Nederlandsch O.-Indië. Het bevat vele platen, portretten, kaarten en plattegronden en geeft een overzicht van de vestiging en uitbreiding van ons gezag, benevens van die van den handel en van de Hervormde Kerk. Van 1856—1858 verschenen 2 van de 3 dln. van een verkorte uitgaaf onder den titel „F. Valentijn's Oud en Nieuw Oost-Indiën" van de hand van Dr. S. Iieyzer. Verder schreef hij: „De Psalmen in 't Maleisch enz." „De Maleische Catechismus", „De Bijbel met de Apocryplie boeken enz. in het hoog Maleisch", „Groot Maleisch woordenboek", „Djavaensch dictionarium", „Eene beschrijving van den godsdienst der Mohammedanen, enz.

Valenten en Ourson is de naam van een Oud-Fransche prozavertelling, waarvan het oudste ons bekende origineel afkomstig is uit het jaar 1489 en herhaaldelijk werd herdrukt. Dit werk is ook in het Middel-Nederlandsch vertaald als „Valentijn en Urzijn." Er bestaat een druk van 1640, waarop een groot aantal andere volgden; er moeten echter blijkens een censuuredict van 1621 vroegere drukken geweest zijn. In het Middel-Nederlandsch bestaan 3 fragmenten in handschrift van een gedicht, getiteld „Valentijn en Nameloos", dat waarschijnlijk in de 14ae eeuw uit het Fransch werd vertaald. Een Fransch origineel is echter niet bekend. Naast deze fragmenten bestaat een NederDuitsche berijming, echter uit een andere redactie dan de Middel-Nederlandsche. Over de verhouding van deze 2 redacties is met zekerheid niets te zeggen. De inhoud is in het kort als volgt: De beide zoontjes van Chrysosthemus van Hongarije en Phyla, de zuster van Pepijn den Korte, worden door toedoen van de moeder van Chrysosthemus, die Phyla haat, te vondeling gelegd, de eene in een kistje in het water, de andere in een bosch, terwijl Phyla wordt verbannen. De dochter van Pepijn vindt het kind in het water, het wordt Valentijn genoemd en door haar opgevoed. Op de jacht ontmoet Valentijn eens een wezen, half mensch, half dier, dat door hem wordt getemd en Nameloos wordt geheeten. Als Valentijn uittrekt om zijn ouders te zoeken, gaat Nameloos mede. Na veel avonturen bevrijden zij Phyla, die door den reus Magros werd gevangen gehouden, waarna door bemiddeling van een geheimzinnig wezen, Serpentelijn blijkt, dat Valentijn en Nameloos broeders zijn en Phyla hun moeder is. Valentyn wordt koning van Frankrijk en Nameloos van Hongarije. Twee van de 3 fragmenten zijn het laatst uitgegeven deor Kalf/ in zijn: „Middel-Nederlandsche epische fragmenten," het derde door De Vreese in het „Tijdschrift voor Nederlandsche taal en letterkunde." De Neder-Duitsche berijming is in een handschrift, behoorende tot „Dat Hartebok," te Hamburg bewaard.

Valentijnsdag-, de 14de Februari, was in Engeland en Schotland de dag, waarop jongelieden

Sluiten