Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan die persoon van het andere geslacht, waarvan zij 's avonds te voren den naam door het lot getrokken hadden, of die zij op dien dag het eerst ontmoetten of wisten te ontmoeten, geschenken gaven. Thans is daarvan alleen de gewoonte overgebleven, elkander op den Valentijnsdag naamlooze brieven, kleine geschenken en verrassingen te zenden, welke Vakntines genaamd worden.

Valentjjnsziekte. Zie Vitusdans.

Valenza, een stad in de Italiaansche provincie AJessandria, ligt op den linker oever van den Po en aan een drietal spoorwegen en was eertijds een belangrijke vesting. Het bezit een dom (16de eeuw) en een technische school en telt (1901) 7116 (als gemeente 10 843) inwoners, die den wijnbouw en de zijdeteelt beoefenen en gouden sieradiën vervaardigen. Het is wellicht het oude Valentia.

Valeur (Fransch = waarde) wordt dikwijls als afkorting voor „geldswaardig papier" gebruikt. Valeur morte, dood papier, is de benaming van een effect, dat weliswaar aan de beurs is ingevoerd, maar dat nauwelijks verhandeld wordt.

Valera, Juan, een Spaansch staatsman en schrijver, geboren den 18den October 1824 te Cabra (Cordova) koos de diplomatieke loopbaan en vertoefde dientengevolge aan bijna alle Europeesche hoven in Amerika. Nadat hij in zijn vaderland was teruggekeerd, verliet hij den staatsdienst om zich aan te sluiten bij de oppositie, voornamelijk als medewerker aan de oppositie. In die dagen vereenigde zich een drom van begaafde mannen rondom het door Alvareda geredigeerde tijdschrift: „El Contemporaneo". Toen na den val vanO'Donnell Alvareda diens opvolger werd, werd Valera, reeds in 1859 tot volksvertegenwoordiger gekozen, met de portefeuille van Waterstaat, Handel en Nijverheid belast, die hij echter bij het optreden van Narvaez nederlegde. Toen O'Donnell wederom aan het bewind kwam, werd Valera als gevolmachtigde naar Frankfort a. d. Main gezonden, waar hij tot het einde van 1866 werkzaam was. Bij het uitbarsten der revolutie van 1868 werd hij tot tweemaal toe belast met de portefeuille van Onderwijs. Ook behoorde hij tot de deputatie, welke de kroon van Spanje aanbood aan prins Amadeus van Savoye. Later werd hij lid van den Raad van State, senator en lid der Spaansche academie te Madrid. Hoewel hij zich door zijn geestige Critiken als: „Estudios criticos sobre literatura etc" (1864), „Neuvos estudios criticos" (1888), „A vuela pluma" (1897), zoowel als door sommige vertalingen, waaronder één van Goethës „Faust", naam heeft gemaakt, berust zijn roem toch vooral op zijn werk als romanschrijver. In dat opzicht is hij de eigenlijke schepper van den modernen Spaanschen roman. Wij noemen van hem: „Pepita Jimenez" (15de druk, 1898), „Los ilusiones del dotor Faustino" (5de druk, 1901), „El comendador Mendoza" (1877) en „Dona Luz" (4de druk, 1891). Onder zijn novellen en vertellingen munten uit: „La buena fama" (1895), „Juanita la larga" (1896), „Genio figura" (1897) en „Mors amor" (1899). Verder schreef hij nog „Poesias" (1868) en „Tentativas dramaticas" (3de druk, 1880). Hij overleed den 9den Maart 1905 te Madrid. Zijn gezamenlijke werken verschenen van 1886—1907 in 12 dln.

Valeriaanzuur is de naam van isomere

verbindingen van de formule C, H10 Os. Het gewone officinale valeriaanzuur (isovaleriaanzuur) komt in vrijen toestand voor en wordt in den vorm van esters in het dieren- en plantenrijk aangetroffen, vooral in de wortels van Angelica, waaruit het door koken met water of een sodaoplossing wordt verkregen. Verder wordt het gevonden in traan, voetzweet, walvisschenvet en in andere, dierlijke afscheidingen, in oude kaas enz. Kunstmatig bereidt men het door oxydatie van in de wortels van Valeriana officinalis L. en amylalkohol met chroomzuurkalium en zwavelzuur. Valeriaanzuur is een kleurlooze vloeistof met een soortelijk gewicht van 0,947, welke sterk riekt naar valeriaan en naar rottende kaas, sterk zuur smaakt, oplost in water en doorgaans- kristalliseerbare zouten vormt, die zoetachtig en daarna prikkelend zijn van smaak, in vochtigen toestand naar valeriaan rieken, vettig aanvoelen en in water oplosbaar zijn. Sommige, zooals het bismuthzink-, chinine- en atropinezout, worden in de geneeskunde gebruikt tegen zenuwaandoeningen, hysterie en vallende ziekte.

De valeriaanzure aethylaether (Cs H, 08. C2 H5) door destillatie van valeriaanzuur natrium met alkohol en zwavelzuur verkregen, is een kleurlooze, in alkohol en aether, maar niet in water oplosbare vloeistof met een soortelijk gewicht van 0,866; zij riekt naar ooft en kookt bij 133° C. De valeriaanzure amylaether (C5 H, 02. C5 Hu) wordt op overeenkomstige wijze als de voorgaande bereid, vormt een kleurlooze vloeistof, die bij 188° C. kookt en, vooral met alkohol verdund, doordringend naar appels riekt. Hij komt als appelolie in den handel. De andere, isomere valeriaanzuren zijn: 't normale valeriaanzuur (CH3.CH2.CH2.CH2.COOH) dat bij 185° C., het optisch actievevaleriaanzuur (methvlaethylazijnzuur) CH3. CH (C2 Hs).COOH, dat bij 173° C. en het trimethylazijnzuur (picalinezuur), (CH3)3C. COOH dat bij 163° C. kookt.

Valeria Messalina Zie Messalina.

Valeriana L. of Valeriaan is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Valerianeeën. Het omvat kruiden en halfheesters met gave of verdeelde bladeren, tot bijschermen vereenigde, trechtervormige, 5-slippige bloemen en een naar binnen gerolden kelkzoom, die later in een haarkroon overgaat. V. officinalis L. (de gewone valeriaan) heeft een dikken, vaak met uitloopers voorzienen wortelstok en vele dunne, rolronde bijwortels, een vertakten stengel ter hoogte van 60 tot 120 cm., oneven gevinde bladeren, met 15 tot 21 blaadjes, welke van de onderste bladeren eirond en van de bovenste meer lijnvormig zijn, eind- en okselstandige bijschermen en vleeschroode of witte bloemen; zij groeit in geheel Midden- en Noordelijk Europa, en baar wortel, die een eigenaardigen, kamferachtigen, onaangenamen reuk en een zoetachtigbitteren, specerijach tigen smaak bezit, is een belangrijk geneesmiddel. Hij bevat V, tot 2% aetherische valeriaanolie, welke onder den naam van nardus gallicus reeds aan de Ouden bekend was. De gewone valeriaan groeit bij ons aan waterkanten en op vochtige plaatsen. Voorts vindt men in ons land de tweehuizige valeriaan, V. dioica L., op moerassige, veenachtige plaatsen, en V. Sambucifolia Mikan of V. exélsa Poir (Vliervaleriaan).

XV

27

Sluiten