Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot Z. Afrika, Z. Azië en W. Indië. Bij ons te lande broedt hij niet. Wel is hij in alle provincies een geregelde wintergast. Hij schijnt zich uitsluitend te voeden met vogels, welke in grootte tusschen de wilde gans en den leeuwerik staan. De Boomvalk, in Friesland Blauwe Wiekei genaamd (Falco subbuteo L.) is 35 cm. lang en heeft een vlucht van 83 cm. Van boven blauwzwart, is de kop grijs en de buikzijde geelachtig wit met overlangsche, zwarte vlekken. Hij bewoont bijna geheel Europa en de gematigde streken van Azië. Bij ons broedt hij in alle boschrijke streken, zwerft in het najaar rond en vertrekt hall October naar het Z. Hij voedt zich met kleinere vogels en allerlei groote, vliegende insekten. De Torenvalk, in Z. Holland Roodvalk of Muizenvanger, in Friesland Krijter genaamd, (Cerchneis tinnuncula L.) is 35 cm. lang en 74 cm. breed, aan kop en nek aschgrijs en aan borst en buik fraai roodachtiggrijs of bleekgeel met overlangsche, zwarte vlekken. Hij bewoont Europa en de gematigde streken van Azië. Hij komt in ons land overal voor. Gezellig van aard vormt hij soms geheele broedkolonies. Zijn voedsel bestaat uit muizen, insekten en kleine vogels. Ten slotte noemen wij nog het Smelleken, in Friesland Blauwe Gier genaamd, (Falco aesalon), de kleinste van de inheemsche valken, welke hier te lande van September tot April in alle boschrijke streken voorkomt. Enkele exemplaren zijn ook nog gedurende den zomer waargenomen. Hij maakt jacht op allerlei kleine vogels en is onder de kleine valken het meest geschikt voor de valkerij.

Valkenberg: of Valkenburg, een gemeente in de provincie Limburg, 42 H.A. groot met (1910) 1518 inwoners, wordt begrensd door de gemeenten Houtem, Berg en Terblijt, Hulsberg, Schin op .Geul en Oud Valkenberg en doorsneden door de Geul. De heuvelachtige bodem bestaat uit mergel en beekklei. Tot de gemeente behoort alleen het stadje Valkenberg. Dit wordt reeds in een oorkonde van 1041 onder den naam Falchenberch vermeld. Vroeger was het een vesting en als zoodanig door een ringmuur met 4 torens (gebouwd tusschen 1456—1466) omgeven, waarvan er nog 2 aanwezig zijn. Van de 4 poorten bestaan nog de Grendelpoort (vroeger Trichterpoort) en de Birkelpoort. Buiten de Grendelpoort verheft zich een monument, dat in 1889 als een herinnering aan de 50-jarige hereeniging van Limburg met Nederland werd opgericht. De Roomsch-Katholieke kerk werd omstreeks 1250 gebouwd, in 1483 verbrand en later herbouwd. Van de overige gebouwen noemen wij: de Protestantsche kerk, het postkantoor, het gemeentehuis en het Jezuïetenklooster. Ten Z. van de bebouwde kom treft men op de Dwingelrots een schilderachtigen bouwval, de ruïne van liet oude kasteel van Valkenberg, aan. Dit kasteel, dat in den strijd om het bezit van Limburg tusschen Brabant en Gelder herhaaldelijk wordt vermeld, werd reeds in 1122 door Godfried I van Brabant veroverd. Het voornaamste plein van Valkenberg is het Walramplein. In de omgeving vindt men het Rotspark, het Polferbosch, het Odapark en het Kurpark Den Dries. Onder het Kurpark Den Dries bevindt zich de Fluweelen Grot, die door de ontginning van den bouwsteen ontstond. Ook de Valkenburger Groeve is op deze wijze ontstaan. Met beide zijn een aantal historische bijzonderheden verbonden. Verder noe¬

men wij nog den Wilhelm inatoren op den Heunsberg, vanwaar men een fraai gezicht over de omgeving heeft. Valkenberg wordt in den zomer door een groot aantal vreemdelingen bezocht. In verband daarmee vindt men er een groot aantal hotels en pensions. Behalve in het vreemdelingenverkeer vinden de bewoners een bestaan in landbouw, veeteelt en eenige nijverheid. Valkenberg ligt aan de spoorlijn van Maastricht naar Aken. In 1355 werd Valkenberg door Karei IV tot een graafschap verheven, in 1381 kwam het door aankoop in bezit van een Brabantschen hertog, na dien tijd behoorde het aan verschillende heerschers. In 1672 werd de vesting door de Franschen veroverd; zij kwam echter 6 maanden later weder aan de Nederlanders, die ae vestingwerken slechtten.

Valkenburg:, Dirck, een Hollandsch stilleven- en portretschilder, geboren te Amsterdam in 1675, overleed aldaar in 1721. Hij was een leerling van M. v. Musscher, Eerman v. Vollenhoven en Jan Weenix. In 1696 was hij van plan naar Italië te gaan, doch na in Augsburg eenigen tijd doorgebracht te hebben, ging hij naar Weenen, waar hij voor den vorst van Liechtenstein werkte. Na zijn thuiskomst, schilderde hij voor prins Willem III op het Loo. Naderhand ging hij nog naar Suriname. Hij schilderde voornamelijk dood gevogelte in den trant van Weenix, doch ook wel portretten. Schilderijen van zijn hand bevinden zich hier te lande o.a. in het Rijksmuseum te Amsterdam.

Valkenburg:, Hendrik, een Hollandsch schilder van boerenbinnenliuizen en genrestukken, geboren te Deventer den 8Bten September 1826, overleed den 29aten October 1896. Hij was een leerling van de Antwerpsche Academie. Op vergevorderden leeftijd kwam hij in aanraking met Mauve, wiens werk grooten invloed op hem had. Eerst na 1873 beeft lüj zich geheel aan de schilderkunst kunnen wijden en zijne bekende genrestukjes, ontleend aan liet landelijk leven in Twente, Zandvoort en het Gooi, zijn eerst na dien ontstaan. Schilderijen van zijn hand bevinden zich hier te lande o. a. in het Stedelijk Museum te Amsterdam en in het Museum Mesdag te 's Gravenhage.

Valkenjacht noemt men de kunst om door middel van den edelvalk andere dieren te vangen, Men bevestigde aan de pooten smalle, lederen riemen en zette over den kop een kap, welke de oogen bedekte. Door honger en slapeloosheid, veroorzaakt door voortdurend schommelen van den vogel, noopte men hem zich te gewennen aan kunstmatige voeding. Had men hem zoover gebracht, dat hij, door een stuk vleesch of door een duivenvleugel aangelokt, zich met de gevangen prooi op de met leder bekleedde vuist zette, dan was hij afgericht. De jagers, die belast waren met het africhten en verzorgen der valken, heetten valkeniers. Zij droegen de met een kap bedekte vogels op een houten raam van l,5x 1 m., waaraan deze waren vastgebonden. De jacht duurde van December tot Juni.

Reeds 400 jaar v. Chr. richtten de Indiërs valken af en 75 jaar n. Chr. jaagden de Thraciërs met dezen vogel. Van uit Rome, waar de zoon van keizer Avilus haar wellicht invoerde, verspreidde zij zich snel. Karei de Groote regelde haar en verbood haar aan alle onvrijen. Frederik II was de meest ervaren valkenier van zijn tijd; hij schreef over

Sluiten