Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kunst van het africhten „De arte venandi cum avibus" (1696). Frans 1, onder wien de valkenjacht haar hoogtepunt bereikte, bezat 300 valken. Zij werden verzorgd door een oppervalkmeester, bijgestaan door 15 edellieden en 60 valkeniers. De beste valkeniers werden in het dorp Falkenwerth in Vlaanderen gevormd. In de 18de eeuw raakte de valkenjacht allengs uit de mode. Alleen in Engeland te Bedford en te Didlington Hall werd zij nog beoefend, terwijl bij ons te lande op het Loo en in de Soerensche bosschen tot 1853 met valken werd gejaagd. Thans woont nog te Valkenswaard in Noordbrabant de eenige valkenier van Europa, die nu en dan afgerichte valken naar Engeland levert.

Valkenswaard, een gemeente in de provincie Noord-Brabant, 2053 H.A. groot met (1910) 3 218 inwoners, wordt begrensd door de Nederlandsche gemeenten Borkel en Schaft, Dommelen, Waalre, Aalst, Heeze en Leende en door de Belgische gemeente Achel. De bodem bestaat voornamelijk uit diluviaal zand, langs den Dommel en langs de Tongelreep treft mén klei en laagveen aan. De bewoners houden zich hoofdzakelijk bezig met landbouw, verder is er eenige nijverheid o.a. sigarenfabricage. Tot de gemeente behoort het dorp Valkenswaard, de buurten Delishurkt, Zeelberg en Geenhoven en de gehuchten Venberg en Stad.

Het dorp Valkenswaard, dat reeds in de 7de eeuw bekend was, was vroeger een vereenigingspunt van de valkeniers van geheel West-Europa; er woont thans nog de eenige valkenier van ons werelddeel. Het dorp heeft een ruim marktplein, een gemeentehuis, een Roomsch-Katholieke kerk, een Hervormde kerk en een station van den Luiksch Limburgschen spoorweg met een kantoor voor inkomende rechten.

Valkhof, was een burcht van vreemde bouworde in het noordoosten van Nijmegen op den Hunnenberg. Vermoedelijk was hij gesticht door Karei den Groote in den trant van een der sterkten, welke Drusus op den linker oever van de Rijn had doen verrijzen. Karei de Groote, Lodewijk de Vrome en andere vorsten hielden er dikwijls verblijf, en Frederik Barbarossa deed den burcht, door de Noormannen en Lotharingers verwoest, in 1155 herbouwen. Met Nijmegen werd het kasteel in 1248 door Willem, Roomsch koning, aan den graaf van Gelder in pand gegeven. Aldaar had in 1340 het bekende tooneel plaats tusschen Reinoud II en zijn gemalin Eleonora, waarbij deze haren gemaal poogde te overtuigen, dat zij niet melaatsch was. In 1611 werd het Valkhof ingericht tot stadhouderlijk verblijf; Willem V vertoefde er eenigen tijd, toen hij in 1787 wegens staatkundige woelingen Holland verlaten had. Na het vertrek van laatstgenoemde werd de oude burcht voor afbraak verkocht en gesloopt, met uitzondering van de twee heidensche kapellen, die men er thans nog op 't, in een wandelplaats herschapen, terrein aantreft. De een heeft een 16-hoekige gedaante en schijnt uit de 4de of 6de eeuw afkomstig te zijn, van de andere bestaan slechts overblijfselen. Beide, oorspronkelijk ter vereering van heidensche goden gesticht, zijn in 799 op verzoek van Karei dm Groote door paus Leo III gewijd. In 1894 werd door den Duitschen archaeoloog Conrad Plath, met finan-

ciëelen steun der gemeente, een grondig onderzoek naar de overbhifselen van het Valkhof ingesteld.

Valla, Laurentius (Lorenzo della Valla), een Italiaansch humanist, geboren te Rome in 1407, werd aldaar opgeleid door Bruni en Aurispa, was van 1431—1433 hoogleeraar te Pavia en vertoefde daarna te Milaan, Genua, Ferrara en Mantua. Omstreeks 1435 trad hij in dienst van koning Alfonso, keerde echter, wegens zijn aanvallen op de scholastieke wijsbegeerte door de Inquisitie vervolgd, in 1437 naar Rome terug en werd in 1448 door Nicolaas V tot pauselijk secretaris en in 1450 tot hoogleeraar benoemd. Strijdlustig van aard en met groote scherpzinnigheid begaafd, keerde hij zich in zijn „De voluptate dialogus" (1431, 2de druk onder den titel „De verbo bono," 1433) tegen de toenmalige moraal, in „Repastinatio dialectices" tegen de scholastieke logica en dialectiek en in „De elegantia latin alingue" (1471 en later) tegen het onklassieke latinisme. In „De falso credita et ementita Constantini donatione declamatio" (1440) bestreed hij de wereldlijke macht van den paus, terwijl hij in „De libero arbitrio", „De professione religiosorum" zoowel als in de „Annotationes in Novum Testamentum", later door Erasmus uitgegeven en waarin hij het eerst den tekst der Vulgata met het Grieksche origineel vergeleek, zich tegen de overgeleverde godgeleerdheid wendde. Bovendien vertaalde hij de werken van Thukydides en Herodotos. Hij overleed den l8ten Augustus 1457 te Rome. Zijn verzamelde „Opera" verschenen in 1543 te Bazel.

Valladolid, een Spaansche provincie in Oud-Castilië, wordt begrensd door de provincies Leon en Palencia, Burgos, Segovia, Avila en Salamanca en door Zamora, en telt op een oppervlakte van 7569 km. (1900) 278 561 inwoners. Zij bestaat voornamelijk uit hoogvlakten, waarop de grootste dennebosschen van Z. Europa voorkomen. Het N.W. bestaat in hoofdzaak uit ongezonde steppen. Overigens brengt de bodem hoofdzakelijk tarwe en wijn voort. De hoofdstad is Valladolid.

Valladolid, de hoofdstad van de gelijknamige Spaansche provincie, gelegen op den linker oever van de Pisuerga, aan het kanaal van Castilië en aan den spoorweg Madrid—Irun, is verder door spoorwegen verbonden met Ariza en Rioseco. Na den brand van 1561 op last van Philips 11 herbouwd, is het regelmatig aangelegd, bezit fraaie pleinen, waaronder de door arcaden omgeven Plaza Mayor en aardige plantsoenen. De voornaamste gebouwen zijn: een onvoltooide kathedraal van Herrea (1595, in 1893 gedeeltelijk door brand vernield), de Gothische kerk Santa Maria la Antigua, het voormalige klooster der Dominicanen San Pablo (1726), het koninklijk slot (17de eeuw) en een groote moderne schouwburg. Het bezit een hoogeschool met twee faculteiten (rechten en medicijnen) en een bibliotheek (32000 dln.), een Academie van Wetenschappen en Schoone Kunsten, een school ter opleiding van notarissen, een kunsten een cavalerieacademie, 6 colegios, 5 seminaria en een museum voor schilder- en beeldhouwwerk met een bibliotheek van 19 000 dln. Handel en nijverheid zijn in den nieuweren tijd, bepaaldelijk na het openen van den spoorweg, aanmerkelijk toegenomen. Het bezit een ijzergieterij, papier-

Sluiten