Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laken-, flanel-, hoeden-, handschoenen-, knoopen-, en meelfabrieken, pottebakkerijen, enz. Er wordt vooral handel in graan en meel gedreven. De plaats, welke de zetel is van den kapitein-generaal van Oud-Castilië, van den gouverneur, den aartsbisschop en een Hof van Appèl, telt (1900) 68 789 inwoners.

Valladolid (Middellatijn: Vallisoletum) werd waarschijnlijk door de Goten in 625 op de bouwvallen van de Romeinsche stad Pintia gebouwd. Het had onder de heerschappij der Mooren in de 88te en 9ae eeuw veel te lijden en werd in de 10ae eeuw toegevoegd aan Leon. Wegens de fraaie ligging der stad verhieven de Castiliaansche en vervolgens de Spaansche koningen het tot hun residentie. In 1561 werd het grootendeels door de vlammen vernield, maar onder Philips 11 fraaier en regelmatiger herbouwd. Deze en Anna van Oostenrijk zijn er geboren, Columbus overleed er den 21s,en Mei 1506.

Vallauri, Tommaso, een Italiaansch letterkundige, geboren den 23sten Januari 1805 te Chiusa di Cuneo, studeerde te Turijn, werd in 1838 toegevoegd hoogleeraar in de Grieksche welsprekendheid aan de hoogeschool te Turijn, waar hij in 1843 tot gewoon hoogleeraar benoemd werd. Behalve woordenboeken en uitgaven van werken van oude schrijvers leverde hij: „Storia della poesia in Piemonte" (2 dln., 1841) „Della societa letteraria del Piemonte" (1844), „Storia della ïiniversita degli studj del Piemonte" (3 dln., 1846), „Fasti della real casa di Savoia e della monarchia" (1845— 1846), „Historia critica literarum latinarum" (4ae druk, 1868), en „II cavaliere Marino in Piemonte" (1865). Hij overleed in 1897 te Turijn.

Valle, Pietro della, een Italiaansch reiziger, geboren te Rome den 2den April 1586 uit een aanzienlijk geslacht, nam in 1611 op een Spaansche vloot aan een tocht tegen de Barbarijsche staten deel en scheepte zich in 1614 te Venetië in voor een pelgrimstocht naar den Levant. Hij trok door Turkije en Egypte naar Jeruzalem, vandaar door Syrië en Perzië naar Indië en keerde eerst in 1626 naar Rome terug, waar paus Urbanus VIII hem benoemde tot eerekamerheer. Zijn reisbeschrijving „Viaggi di Pietro della Valle" (2 dln., Rome, 1650— 1652) bestaat uit 54 brieven aan een vriend en geeft blijk van groote geleerdheid en fijne opmerkingsgave, maar ook van lichtgeloovigheid. Hij overleed den 208ten April 1652 te Rome.

Vallende sterren. Zie Meteoorsteen.

Vallende ziekte (Epilepsia) noemt men een zenuwziekte, welke zich openbaart in aanvallen van algemeene stuiptrekkingen, die gepaard gaan met verlies van bewustzijn en gevoel en opgevolgd worden door een korteren of langeren diepen slaap. Die aanvallen ontstaan zóó snel, dat de lijder doorgaans plotseling ter aarde stort — vandaar de naam vallende ziekte. Zij verschijnen op onregelmatige tijden, en soms kan hij er de voorboden van vernemen in de aura epileptica, namelijk in een gevoel van stroomende lucht, van mierenkruipen of van prikkeling en warmte, die van eenig lichaamsdeel opstijgen naar het hoofd. Dit gevoel is evenwel van korten duur, en de lijder stort bewusteloos ter aarde, terwijl zich stuiptrekkingen en tetanische spiersamentrekkingen vertoonen, voorts allerlei stuipachtige verdraaiingen en bewegingen, soms onwille¬

keurige ontlastingen, een inoeielijke ademhaling, schuim op den mond, een blauwe gelaatskleur, krampachtig in de hand geklemde duimen en een snelle, kleine pols. Door het geweld der stuiptrekkingen ontstaan wel eens beenbreuken en ontwrichtingen. Nadat deze verschijnselen 15 tot 20 minuten geduurd hebben, vervalt de lijder in een soporeusen toestand, en als hij hieruit na verloop van een uur ontwaakt, gevoelt hij zich vermoeid, zonder zich van het voorgevallene iets te herinneren.

Men onderscheidt ook epileptolde toevallen (epileptische aequivalmten), een toestand van psychische verwarring,waarin de patiënten de dWaastedingen doen, zich ontkleeden, in 't water springen, schijnbare diefstallen begaan enz. Ook hevige angsttoestanden en hallucinaties, die niet zelden tot aanvallen op menschen leiden, wisselen wel eens met de echte epileptische aanvallen af en zijn vooral van gerecbtelijk-geneeskundige beteekenis. Ook van die epileptoïde toevallen blijft geen spoor in de herinnering achter.

Men heeft ook vallende ziekte in een veel geringeren graad, waarbij de bewustheid slechts een oogenblik verdwijnt, terwijl de lijder zich langzaam op den grond laat glijden of zelfs staande blijft. De Franschen geven hieraan den naam van petit mal, en wij noemen het ook wel duizeling.

De vallende ziekte kan overgeërfd zijn en springt wel eens een geslacht over. In bijna een derde van de gevallen treedt zij op bij neuropatisch belaste personen. Kinderen, in dronkenschap door de ouders verwekt, loopen groote kans op epilepsie.Voorts kunnen alle omstandigheden,die de hersenen prikkelen,vooral gemoedsaandoeningen, zooals schrik, vrees, toorn, blijdschap enz. de vallende ziekte doen ontstaan.Men onderscheidt een epilepsia nocturna, waarbij de aanvallen alleen 's nachts optreden, van de epilepsia diurna, maar vaak zijn beide gemengd. De nachtelijke kunnen bijna ongemerktverloopen.Inde behandeling spelen broompraeparaten de hoofdrol; verder merken wij op, dat men tijdens een aanval den lijder zooveel mogelijk moet vrijwaren voor beleedigingen en kwetsuren, de kleederen los maken, het hoofd hoog leggen, geen geweld gebruiken om de duimen lostewringen en hem na den aanval zooveel mogelijk rust moet bezorgen. Overigens is de aanval op zich zelf nooit gevaarlijk; tal van geniale menschen hebben aan epileptische aanvallen geleden. Maar treden zij snel na elkaar op, dan herstelt zich het bewustzijn soms niet geheel weer en ontstaat er een „état de mal" of status epilepticus, die het leven bedreigt.

Valles, Jules, een Fransch letterkundige, geboren den llden Juni 1832 te Puyl, bezocht de colleges te Saint-Etienne en te Nantes en sedert 1849 de Ecole normale te Parijs. Hij wierp zich echter terstond op de politiek en de letterkunde en leidde een zeer afwisselend leven. Als secretaris van G. Planche publiceerde hij zijn eerste werk „L'argent" (1856). Daarna was hij kroniekschrijver over beurszaken in den „Figaro", medewerker aan den „Evenement" en uitgever van „La Rua" (1867). Na de revolutie van den 4den September sloot hij zich aan bij de Internationale, richtte den „Cri du Peuple" op, nam deel aan de Commune en moest eindelijk de wijk nemen naar Londen, van waaruit hij medewerkte aan verschillende Parijsche bladen, voornamelijk aan den „Voltaire" en den „Siècle". Teruggekeerd in Frankrijk, begon hij weder

Sluiten