Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met het uitgeven van den „Cri du Peuple" (1883), dat het orgaan werd, waarin de eischen van het volk het meest onomwonden werden uitgesproken. Zijn voornaamste werken zijn: „Réfractaires" (1866), een verzameling van opstellen, waarin hij de gedeclasseerden van het Parijsche leven uitbeeldt, „La Rue" (1866), een levensbeschrijving van zwervers, en de drie deelen: ,,L'Enlant"(1879), Le Bachelier" (1881) en „L'Insurgé" (1886), „verschenen onder den gemeenschappelijken titel „Jacques Vingtras", welke tot zijn allerbeste behooren en die, naar men wil, moeten beschouwd worden als een soort levensbeschrijving. Hij overleed den 14den Februari 1885 te Parijs.

Vallet, Auguste, gezegd De yiriville, een Fransch oudheidkundige, geboren te Parijs in 1815, werd archivaris van het departement Aube en in 1847 hoogleeraar aan de Ecole des Chartes te Parijs. Hij overleed in 1868. Zijn werken zijn, tengevolge van een ijverige bronnenstudie, van het hoogste belang voor de geschiedenis van Frankrijk, inzonderheid voor die van de eerste helft van de 15de eeuw. Hij schreef o. a.„Histoire de Charles VII, roi de France, et de son époque, 1403—1461" (1862— 1865), „Les Archivcs historiques du département de 1'Aube et de Tanden diocèse de Troyes" (1841) en „Histoire de 1'instruction publique en Europe et principalement en France, depuis le christianisme jusqu'è. nos jours" (1849—1852).

Vallgren, Villé, een Fransch beeldhouwer van Finsche afkomst, werd in 1855 te Borgo in Finland geboren, bezocht aanvankelijk de polytechnische school te Helsingfors, doch wijdde zich weldra geheel aan de beeldhouwkunst. In 1878 werd hij een leerling van de Ecole des beaux-arts te Parijs en werkte in het atelier van Cavelier. In hetzelfde jaar debuteerde hij in den Salon met de afbeelding van een van zijn vrienden. Daarop volgden: „Een herder", „De kleine visscher"(1883), „De waterlelie" (1884), „Echo" (1886), „Aïno" (1889), „Ophelia" (1889), „Christuskop" (1889), „Moederschap" (1891), „Kaïn" (1892), „De blinde", „Doodenherleving", „Ellende", „Troost", „Jeugd", „Moederklacht", „Wanhoop", „Smart" (1896), „Dooi" (1897), het grafmonument voor de hertogin ICaranzine (1903), „Levensvreugd", een standbeeld van Torbel Knutson te Viborg, een van Alexander III te Helsingfors en een aantal andere werken. In 1902 werd hij in Frankrijk genaturaliseerd.

Vallgren, Marie Antoinetle, geboren Rastrom, in 1866 te Stockholm geboren, legde zich eveneens op de beeldhouwkunst en op het vervaardigen van houtgravures toe. Zij vervaardigde o.a. een kinderportret, een buste, 7 medaillons en een terra cottabeeld van Johannes den Dooper. Ook ontwierp zij een groot aantal banden vToor boeken.

Vallisneria L. is de naam van een plantengeslacht uit de familie der Hydrocharideeën. Het omvat kleine, stengellooze waterplanten met op gras gelijkende wortelbladeren en groeit in Zuid-Europa en in de heete gewesten. Vallisneria spiralis L., een merkwaardige plant, komt voor in Spanje, Italië en het zuiden van Frankrijk. Zij wortelt in het slib en vermenigvuldigt zoo sterk, dat de bladeren aan de oppervlakte een belemmering zijn voor de vaartuigen. In den tijd der bevruchting verheffen zich de bloemen der vrouwelijke plant op hare spiraalvormig gewonden

stelen tot aan de oppervlakte van het water. Om ze te bereiken, maken de mannelijke bloemen, aan de basis der bladeren geplaatst, zich los en openen zich, terwijl zij vrij op het water drijven. Nadat de vrouwelijke bloemen het stuifmeel ontvangen hebben, keeren zij door samentrekking van den bloemsteel onder water terug, waar de vruchten tot rijpheid komen. Men vindt deze plant vaak in aquariums, welke dan echter minstens 5 dm. diep moeten zijn om het bloeien en bevruchten goed te vertoonen.

Vallombrosa, een beroemde abdij in de Italiaansche provincie Florence, tot de gemeente Reggello behoorend, ligt in een boschrijke streek op de N. W. helling van den Prato magno, werd door San Giovanni Gualbeito omstreeks het jaar 1019 naar den regel van St. Benedictus gesticht en in haar tegenwoordigen vorm in 1637 gebouwd. De monniken werden naar hun gewaad „grauwe monniken" geheeten. De Orde werd door schenkingen zeer rijk en bezat in Italië nog ongeveer 50 ordehuizen, toen het klooster in 1866 werd opgeheven. Thans is er de koninklijke boschbouwschool gevestigd benevens het metereologisch observatorium. Ook is het als vacantieoord zeer geliefd. Het is door den kabelspoorweg Sant'Ellero Saltino met den spoorweg Florence—Arezzo verbonden. De hooger gelegen hermitage Paradissino (thans hotel) geeft een verrukkelijk uitzicht. (1066 m.).

Vallot, Joseph, een Fransch sterrenkundige en aardrijkskundige, geboren in 1854 te Lodève, schreef eerst eenige werken over de verbreiding van de planten, bestudeerde verder het bergstelsel van den Mont-Blanc en stichtte vervolgens een observatorium te Chamounix. Daarna richtte hij nog een observatorium op den berg op een hoogte van 4372 m. op. Met zijn neef Henri Vallot vervaardigde hij een kaart van de Mont-Blancgroep. Verder maakte hij grondige studie van de gletschers van dezen berg. Hij geeft de „Annales de 1'observatoire du Mont Blanc uit.

Vallota is een bolgewas uit de familie der Amaryllideae van de Kaap de Goede Hoop afkomstig. Zijn cultuur in vrij eenvoudig. De planten overwinteren in bijna rustenden toestand, waarbij ze niet al te droog mogen gehouden worden. In 't voorjaar geeft men voedzamen grond en veel licht. Vermeerdering heeft door broedknoppen plaats. De meest bekende soort is Vallota purpurea.

Valls, een distriktshoofdstad in de Spaansche provincie Tarragona, gelegen aan den spoorweg Barceiona—Picamoixons, bezit oude wallen met torens en 5 poorten, katoen-, wol- en zijdespinnerijen en weverijen, papierfabrieken, pottebakkerijen, brandewijnstokerijen telt (1900) 12 625 inwoners, die o.m. den wijnbouw beoefenen.

Valmy, een plaats in het Fransche departement Marne, gelegen aan den spoorweg Parijs— Nancy, bezit een slpt en telt (1906) 408 inwoners. Het is bekend door de kanotmade van den 20aten September 1792. De Franschen onder Kellermann, die bij Valmy in een gevaarlijke stelling stonden, moesten op bevel van Frederik Willem III door het Pruisische leger worden aangevallen. Hertog Karei van Brunswijk wist echter te bewerken, dat men zich tevreden stelde met een vruchtelooze beschieting van de Fransche stellingen, waarna hij

Sluiten