Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overeenstemming met de meest gangbare meening dit misdrijf opgevat als een aanranding van de openbare trouw. Voor strafbare valschheid moeten volgens art. 225 de volgende vereischten aanwezig zijn: 1°. een geschrift waaruit eenig recht, eenige verbintenis of eenige bevrijding van schuld kan ontstaan of dat bestemd is om tot bewijs van eenig feit te dienen; 2°. het valschelijk opmaken of vervalschen van zoodanig geschrift; 3°. het oogmerk om het valschelijk opgemaakte of vervalschte geschrift als echt en onvervalscht te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; 4°. de mogelijkheid van nadeel uit het beoogde gebruik. Het valschelijk opmaken van het geschrift kan betrekking hebben zoowel op de onderteekening als op den inhoud van bet geschrift; het eerste doet zich voor, wanneer men onder een stuk een valsche handteekening plaatst; het tweede, wanneer een zoogenaamd blanc-seign anders wordt ingevuld dan de onderteekenaar heeft bedoeld of ook wanneer een geschrift, waarvan de onderteekening geheel in orde is, een onwaren inhoud bevat. Er is veel over getwist, of het laatstbedoelde geval, waaraan men gewoonlijk den naam „intellectueele valschheid" geeft, wel onder valschheid in geschriften valt; hier te lande wordt deze vraag meestal bevestigend beantwoord. Naast het valschelijk opmaken noemt de wet het vervalschen van het geschrift, hetgeen bestaat in het onbevoegdelijk veranderen van een geschrift dat oorspronkelijk echt was. De straf, op valschheid gestelo, is gevangenisstraf van ten hoogste 6 jaren. Dezelfde straf wordt bedreigd tegen hem die zonder zelf het stuk te hebben opgemaakt of vervalscht, opzettelijk gebruik maakt van het valsche of vervalschte geschrift als ware het echt en onvervalscht, indien uit dat gebruik eenig nadeel kan ontstaan. In enkele gevallen wordt het maximum der straf verhoogd tot 7 jaren, n.1. indien de valschheid gepleegd is in authentieke akten, in schuldbrieven of certificaten van schuld van eenigen Staat, eenige provincie, gemeente of openbare instelling, in voor omloop bestemd krediet- of handelspapier en nog eenige soortgelijke geschriften. Voor enkele gevallen behelst de wet nog bijzondere bepalingen, waarbij de \ier bovengenoemde vereischten wegvallen; zoo wordt bv. straf bedreigd tegen den geneeskundige die opzettelijk een valsche verklaring afgeeft nopens het al of niet bestaan of bestaan hebben van ziekten, zwakheden en gebreken en tegen hem die een getuigschrift van goed gedrag, bekwaamheid, armoede, gebreken of andere omstandigheden valschelijk opmaakt of vervalscht, met het oogmerk om het te gebruiken of door anderen te doen gebruiken tot het verkrijgen van een indienststelling of tot het opwekken van welwillendheid en hulpbetoon.

In den titel, voorafgaande aan dien over valschheid in geschriften, behandelt ons Strafwetboek de valschheid in zegels en merken. Wat de zegels betreft, wordt strafbaar gesteld met gevangenisstraf van ten hoogste 6 jaren zoowel hij die van rijkswege uitgegeven zegels namaakt of vervalscht als hij die zoodanige zegels vervaardigt door wederrechtelijk gebruik te maken van echte stempels. In beide gevallen moet bestaan het oogmerk om de zegels als echt en onvervalscht te gebruiken of door anderen te doen gebruiken. Wat de merken betreft, behandelt de wet achtereenvolgens valschheid in rijksmerken of door de wet vereischte meesterteekenen op gouden en

zilveren werken (maximum der gevangenisstraf 5 jaren), in rijksmerken op aan ijk onderworpen voorwerpen (maximum 3 jaren) en in andere merken die krachtens wettelijk voorschrift op goederen of hun verpakking moeten of kunnen worden geplaatst (maximum 2 jaren). Bijzondere strafbepalingen zijn nog gericht tegen het verkoopen van valsche zegels, teekenen of merken en tegen het ontdoen van een aan ijk onderworpen voorwerp van het daarop geplaatst afkeuringsmerk en het ontdoen van gebruikte zegels van het merk bestemd om ze voor verder gebruik ongeschikt te maken.

Titel X van het Wetboek van Strafrecht handelt over muntmisdrijven. Aan valsche munt is schuldig hij die muntspeciën namaakt of vervalscht, met het oogmerk om die muntspeciën als echt en onvervalscht uit te geven of te doen uitgeven. Het strafmaximum is 9 jaren. Dezelfde straf wordt bedreigd tegen hem die opzettelijk als echte en onvervalschte muntspeciën uitgeeft, muntspeciën, waarvan de valschheid of vervalsching hem toen hij ze ontving, bekend was, of deze, met het oogmerk om ze als echt en onvervalscht uit te geven of te doen uitgeven, in vooraad heeft of binnen het Rijk in Europa invoert. Met veel lagere straf — gevangenisstraf van ten hoogste 3 maanden of geldboete van ten hoogste ƒ 300— is strafbaar hij die, toen hij de muntspeciën ontving, met de valschheid niet bekend was, maar ze opzettelijk weder uitgeeft, nadat de valschheid hem is bekend geworden. Naast valsche munt stelt de wet het misdrijf van muntschennis, bestaande in het in waarde verminderen van muntspeciën met het oogmerk om ze aldus in waarde verminderd uit te geven of te doen uitgeven; hierbij is het maximum 8 jaar. Ook bij dit misdrijf is afzonderlijk strafbaar gesteld het uitgeven van geschonden munten op gelijke wijze als bij valsche munt. Is de valsche munt of de muntschennis gepleegd ten aanzien van buitenlandsch geld, dan wordt het maximum der straf met 2 jaren verminderd. Met muntspeciën wordt gelijk gesteld het — hier te lande niet meer bestaande — muntpapier. Valschheid in bankbiljetten valt niet onder de muntmisdrijven, maar onder valschheid in geschriften.

Afzonderlijke straffen worden nog bedreigd tegen hem die stoffen of werktuigen voorhanden heeft waarvan hij weet, dat zij bestemd zijn tot het plegen van een muntmisdrijf of van valschheid in bankbiljetten, effecten en dergelijke stukken.

Over valsche getuigenis zie meineed.

Valtoestel van Atwood is de naam van een door Atwood in 1784 uitgevonden toestel, dat dient, om de wetten van den vrijen val aan te toonen. De snelheid van een vrij vallend lichaam neemt zóó snel toe, dat het onmogelijk is de beweging nauwkeurig waar te nemen. Door den valtoestel van Atwood kan men nu, zonder den aard der beweging te veranderen, de versnelling van de valbeweging naar willekeur verminderen. Daartoe laat men het vallend lichaam, behalve zijn eigen, ook nog een andere massa in beweging brengen. De valtoestel, welke dit mogelijk maakt, bestaat in hoofdzaak uit een om een horizontale as gemakkelijk draaibare schijf, welke op een ongeveer 2 m. lange zuil is aangebracht. Deze zuil draagt een schaalverdeeling. Over de schijf is een dunne zijden draad geslagen aan de beide einden, waaraan twee gelijke gewichten zijn bevestigd.

Sluiten