Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door Grégoire, bisschop van Blois, om de verwoestingen, door het Parijsche gepeupel aangericht, te karakteriseeren. Ondanks de tegenspraak, die er op wees, dat daardoor ten onrechte een blaam werd geworpen op de Vandalen, vond het woord spoedig allerwege ingang.

Vand&mme, Dominique Joseph, graal van TJneburg, generaal in Franschen dienst, werd geboren te Cassel in Fransch-Vlaanderen den 6den November 1771, trad bij het begin der Groote Omwenteling in dienst en werd in 1793 brigade-generaal, in 1799 divisie-generaal, nadat hij zich bij verschillende gelegenheden onderscheiden had. Hij woonde onder het opperbevel van generaal Brune den veldtocht in Noord-Holland bij, streed bij Bergen en Castricum tegen het Engelsch-Russische leger en werd wegens zijn dapperheid in 1803 door den Eersten Consul met een koppel pistolen begiftigd en het volgende jaar benoemd tot officier van het legioen van Eer. In 1805 bevond hij zich bij het groote leger, belast met het bevel over de 2de divisie van het legercorps van maarschalk Smit. Hij veroverde Donauwörth, bezette Augsburg, nam in de daarop volgende gevechten 3 000 man gevangen en werd na den slag bij Austerlitz benoemd tot grootkruis van het Legioen van Eer. In 1809 behaalde hij aan het hoofd der Württembergers nieuwe overwinningen. Wegens ongenoegen met Jeróme Bonaparte, koning van Westfalen, viel hij in ongenade en kreeg bevel, om zich naar Kassei te begeven. In 1813 kwam hij weder in dienst, doch werd bij Kulm door de Russen en Pruisen omsingeld en gevangen genomen. Na den vrede van 1814 keerde hij naar Frankrijk terug, maar ontving weldra den last, Parijs te verlaten, omdat hij in het begin der Revolutie met hardheid tegen de uitgewekenen was opgetreden. Na den terugkeer van Napoleon werd hij pair van Frankrijk en ontving het bevel over de 2de divisie van het leger en later over het 3de legercorps onder generaal Grouchy. Toen de slag bij Waterloo verloren was, moest hij terugtrekken, en na het verdrag van St. Cloud kreeg hij bevel, om zich te Vierzon te vestigen. In 1816 uit Frankrijk verbannen, begaf hij zich eerst naar Gent en vervolgens, toen hij aldaar niet mocht blijven, naar Noord-Amerika. Later echter vestigde hij zich, met vergunning der Nederlandsche regeering, op zijn goederen bij Gent en overleed in zijn geboorteplaats den 15den Juli 1830-

Van Damme, kanunnik Pierre Jean, een Belgisch priester en musicus, geboren in 1832 te Sint Laurens, werd aan het groot-seminarium te Gent hoogleeraar in de kerkgeschiedenis. Hij heeft veel gedaan voor de verbetering van het Gregoriaansch kerkgezang in de Belgische kerken, vervaardigde een aantal geestelijke composities, was de stichter van het tijdschrift „Musica sacra" en richtte te Mechelen een school voor geestelijke muziek op. Hij overleed in 1898 te Gent.

Vandellia. Zie Meervallen Siluridae.

Van den Peereboom, Alphonse, een Belgisch staatsman en geschiedkundige, geboren te IJperen in 1812, studeerde te Parijs en te Leuven in de rechten, werd in 1835 bij het ministerie van Binnenlandsche Zaken geplaatst en werd vervolgens conservator van de bibliotheek te IJperen. In 1842 werd hij lid van de Provinciale Staten van Oost-Vlaanderen, in 1843 eerste schepen en in 1859

burgemeester van IJperen. Hij was in 1848 lid van de Volksvertegenwoordiging geworden en ontving in 1861 in het liberale ministerie Rogier de portefeuille van Binnenlandsche Zaken. Als zoodanig verbeterde hij het lager onderwijs, bevorderde de oprichting van scholen voor volwassenen, bestreed door krachtige maatregelen in 1865 de veepest en nam den 3den Januari 1868 zijn ontslag. Hij werd den 4den Februari tot minister van Staat benoemd en behield veel invloed in de Kamer tot 1879, toen de liberale partij voor de clericalen bij de verkiezingen moest onderdoen* In 1883 werd hij lid van de Koninklijke Academie. Hij overleed te Brussel in 1884. Van zijn werken noemen wij: „Des cours de justices qui ont exercé juridiction souveraine sur la ville d' Ypres et la West-Flandre" (1874), „Essai de numismatique yproise" (1878) en „Ypriana, notices, études, notes et documents sur Ypres" (1878—1883).

Van den Peereboom, Jules, een Belgisch staatsman, geboren in 1843 te Kortrijk, werd in 1878 tot lid van de Volksvertegenwoordiging gekozen en was een hevig bestrijder van het liberale ministerie Frère Orban. In het clericale Kabinet Malou (1884) werd hij minister van Spoorwegen, Post en Telegrafie en behield deze waardigheid in de ministeries Beernaert en Smet de Naeyer. Hij wilde een aantal hervormingen invoeren, waarbij hij een levondigen tegenstand ondervond. In 1899 werd hij president >ran het Kabinet, diende als zoodanig een ontwerp in om te komen tot een evenredige vertegenwoordiging, dat zoo hevig werd bestreden, dat Van den Peereboom het terugnam. In 1899 nam hij zijn ontslag en trok zich uit het openbaar leven terug.

Vanderbilt, Cornelius, een der grootste van de Amerikaansche zakenmenschen, de zoon van een kleinen farmer van Hollandsche afkomst, werd geboren den 27sten Mei 1794 op Staten-Eiland bij New-York en was eerst groenten- en vruchtenverkooper te New-York, was in dien handel voorspoedig en breidde zijn zaken langzamerhand uit. Gedurende den Oorlog tegen Engeland (1812—■ 1815) was hij leverancier voor onderscheiden forten der haven van New-York, en in de daarop volgende jaren dreef hij reeds een uitgebreiden kusthandel. Thomas Gibbons, de ondernemer der stoombootlijn tusschen New-York en Philadelphia, belastte hem in 1818 met de directie van deze zaak. In die betrekking verwierf hij de bekwaamheid en de middelen, om na verloop van tien jaren een stoombootlijn voor eigen rekening in het leven te roepen. Steeds door voorspoed begunstigd, was hij weldra in het bezit van 5 belangrijke stoombootÜjnen en beschikte in 1857 over een vloot van meer dan 100 schepen. Met niet minder goed gevolg waagde hij zich nu aan spoorwegspeculatiën, zoodat hij bij zijn overlijden, op den 4den Januari 1877, in het bezit was van drie der meest winstgevende spoorweglijnen en een vermogen naliet van 100 millioen dollars.

Zijn eenige zoon William Vanderbilt, geboren den 88ten Mei 1821 te New-Brunsuick, volgde het voetspoor van zijn vader, stond sedert 1869 aan het hoofd der later samengesmolten drie spoorwegmaatschappijen, waarbij in 1880 nog een vierde lijn kwam, en liet bij zijn overlijden (8 December 1885 te New-York) aan zijn kinderen een vermogen van 200 millioen dollars na.

Sluiten