Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de. Op de O. kust ligt de onbeschermde Natevabaai; de Savoe Savoebaai op de Z. kust vormt een goede haven. Het binnenland is een hoogvlakte van 600—700 m. hoogte, met fraaie bosschen en enkele toppen, waarop de Nureketi, die in haar benedenloop over een lengte van 40 km. bevaarbaar is, ontspringt. De Z. kust is met kokospalmen en suikerriet beplant. Te Yanawai aan de Savoe Savoebaai bevindt zich een ambachtsschool onder Engelsche leiding.

Van Rijsselberg-he, Theo, een Belgisch schilder, geboren in 1862 te Gent, ontving zijn opleiding aan de academie aldaar en deed in 1887 en 1888 een reis naar Marokko en Spanje. Hij sloot

zich aan bij de neo-impressiomsten. Van zijn werken noemen wij: „De mandolinespeelster" (188*2), „Lezende dame" (1899), „De wandeling" (1901), „Op het warmste uur van den dag" (1897), „Tafereelen uit Ambleteuse" (1900), „Jonge vrouwen aan den oever van de zee" (1901), „Een lezing" (1903) en „De vrouw met het barnsteenen halssnoer" (1905). Verder vervaardigde hij een aantal portretten, etsen en boekversieringen.

Van Sittart, Nicholas, lord Bexley, een Britsch staatsman, geboren den 298ten April 1766, werd in 1791 advocaat en gaf verschillende geschriften over staatkundige en financieele waagstukken in het licht. Daar hij tot de Tories behoorde, bevorderde de regeering zijn verkiezing tot lid van het Parlement (1796) en belastte hem in 1801 met een zending naar Kopenhagen, om het Deensche Hof tot het verlaten der Noorsche Alliantie te bewegen, waarin hij echter niet slaagde. In 1805 werd hij opper-secretaris van Ierland en in 1812 kanselier der schatkist, welk ambt hij meer dan 10 jaar met groote bekwaamheid bekleedde. In Februari werd hij met den titel lord Bexley tot peer en tot kanselier van het hertogdom Lancaster benoemd. Hij overleed den 8sten Februari 1851 op zijn landgoed Footscray in Kent.

Van 't Hoff. Zie Hoff.

Vaperean, Louis Oustave, een Fransch schrijver, geboren te Orleans den 4den April 1819, studeerde te Parijs en werd in 1843 benoemd tot ieeraar in de wijsbegeerte aan het college te Tours. Hier schreef hij: „Le caractère libéral et religieux de la philosophie moderne" (1844). In 1852 begaf hij zich weder naar Parijs, waar hij de redactie voerde van den „Dictionnaire universel des Contemporains" (1858) en van 1859—1869 het „Année littéraire et dramatique" uitgaf, een jaarlijksche revue van de voornaamste voortbrengselen der Fransche letterkunde. Door de regeering der Nationale Verdediging werd hij in 1870 benoemd tot prefect van Cantal en in 1871 van Tarn-etGaronne. In 1873 keerde hij naar Parijs terug om zich weder aan letterkundige studiën te wijden, terwijl hij in 1877 benoemd werd tot inspecteurgeneraal van het lager onderwijs. In hetzelfde jaar publiceerde hij zijn „Dictionnaire universel des littératures" (1877). Sedert 1880 was hij medewerker aan de „Illustration" en schreef zijn „Notes et impressions" onder den naam O. M. Valtour. Hij gaf in 1896 een bloemlezing uit deze artikelen in het licht onder den titel ,,L' Homme et la vie." Hij overleed te Mortsang-sur-Orge den J8d<™ April 1906.

Vapeurs was vroeger een zeer verspreide

XV

aanduiding voor hysterische verschijnselen van allerlei aard. De naam is ontstaan, doordat de door Galen gestichte Pneumatische school haar verklaarde als gevolg van de werking van vergiftige gassen (vapores), afkomstig uit de baarmoeder. Later gaf men dien naam ook aan de gevolgen dier verschijnselen, zooals humeurigheid, booze luimen enz.

Vaporimeter is de naam van een door Geiszler uitgevonden toestel, die dient om de hoeveelheid alkohol in bier, wijn enz. te bepalen. De constructie berust op het verschijnsel, dat de spanning van een alkoholhoudende vloeistof des te grooter is, naarmate zij meer alkohol bevat. De toestel is geschikt voor technische, maar niet voor wetenschappelijke onderzoekingen.

Vaporisatenr is de naam van een kleine blaaspijp, die dient om welriekende, luchtzuiverende vloeistoffen te vervluchtigen.

Vaporisatie, in de natuurwetenschappen hetzelfde als verdamping, is in de geneeskunde een bewerking, waarbij de slijmhuidoppervlakten met behulp van stroomenden waterdamp van 100° C. of warmer geëtst worden. Men maakt er gebruik van inplaats van het wegkrabben der zieke slijmhuid of om bloedingen (bijv. in den neus) te stillen. Zij wordt vooral toegepast bij de baarmoeder en dient ook om onvruchtbaarheid te bewerken.

Vaqneros is de naam van een nomadisch levenden volksstam in Asturië. De leden daarvan huwen uitsluitend onder elkander. Des zomers houden zij zich aan de zeekust op, des winters begeven zij zich naar de bergen van Latariegos.

Var (in de Oudheid Varus), een kustrivier in het Z. O. van Frankrijk, ontspringt aan de N. grens van het departement Zee-Alpen, dat zij voornamelijk in Z. lijke richting doorstroomt. Zij vormt diepe kloven, neemt de Tinée, de Vésubie en den Estéron op, vormt in den benedenlooD een hreede

bedding en mondt, in het geheel 112 km. lang, zonder bevaarbaar te zijn geworden, 7 km. ten Z.W. van Nizza uit in de Middellandsche Zee. De Var vormde tot de annexatie van Nizza in haar benedenloop de grens tusschen Frankrijk en Italië.

Var, een departement in het Z.O. van Frankrijk, aldus genoemd naar de gelijknamige rivier, welke echter, nadat het arrondissement Grasse in 1860 bij het nieuwe departement Alpes-Maritimes werd gevoegd, niet meer in het gebied van het departement ligt, wordt begrensd door de departementen Basses-Alpes, Alpes-Maritimes. Bou-

ches-du-Rhóne en door de Middellandsche Zee en telt op een oppervlakte van 6044 v. km. (1906) 324 638 inwoners. De kust is meestal steil met vele kapen, baaien en eilanden. Gedeeltelijk echter is zij vlak en bedekt met duinen en moerassen. Achter de kust liggen heuvellandschappen en verder landinwaarts vertakkingen van de Zee-Alpen. Tot de voornaamste rivieren behooren de Verdon en de Argens. Het klimaat is gematigd. Intusschen veroorzaken de mistral en de heete Zuidenwinden sterke, plotselinge schommelingen. De bodem is gedeeltelijk steenachtig en schraal. Waar hij voldoende kan worden bevloeid, is hij echter zeer vruchtbaar. Men verbouwt tarwe, gerst, haver en rogge. De cultuur van wijndruiven op vloeivelden levert rijke oogsten, zooals ook die van olijven, vijgen, amandelen en ooft. Aan de

28

Sluiten