Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke de cellulose in alle cellen en vaten begeleidt, komt het meest voor in harde houtsoorten, in schalen van noten enz. Men verkrijgt haar het gemakkelijkst uit merg van vlierhout, dat met oplosmiddelen behandeld en dan met verdund zoutzuur gekookt wordt om de paracellulose in cellulose om te zetten, waarna men deze in koperoxydammonium oplost. Het residu is dan vrij zuivere vasculose. Deze lost niet op in neutrale oplosmiddelen en wordt bij het koken met verdund zouten zwavelzuur en met een alkali-oplossing niet veranderd. Zij oxydeert aan de lucht (verandering van hout aan de lucht). Ook is gebleken, dat bij droge destillatie van hout de methylalkohol en het azijnzuur hoofdzakelijk uit de vasculose ontstaan.

Vaseline (adeps petrolei, is een op vet gelijkende stof van de consistentie van varkensreuzel, welke uit petroleumresidu's, paraöine-olie en uit ozokeriet wordt bereid. De grondstoffen worden met geconcentreerd zwavelzuur, chroomzure kali en dierlijke kool behandeld. Nadat zij kleurloos zijn geworden, laat men oververhitten waterdamp toetreden en verhoogt de temperatuur tot "260° C. Daarna filtreert men de vaseline door papier. Goede vaseline is kleur-, reuk- en smakeloos, smelt tot een heldere vloeistof er. stolt weder tot een homogene, niet kristallijne massa. Zij lost op in warmen alkohol en aether en verbrandt zonder residu. In 1876 werd zij voor het eerst op de nijverheidstentoonstelling te Philadelphia geëxposeerd. Wegens haar duurzaamheid aan de lucht, wordt zij gebruikt voor de bereiding van zalven, in de cosmetiek, als smeermiddel voor fijne machinedeelen, als ledersmeersel enz. Vaseline is een mengsel van koolwaterstoffen; de verschillen tusschen de onderscheiden soorten hebben in hoofdzaak betrekking op de consistentie, het smeltpunt en het gedrag ten opzichte van alkohol. De Amerikaansehe vaseline bijv. is in hoofdzaak een oplossing van Pennsylvaansche petroleumparaffine in reukeloos gemaakt heptaan.

Vasogreen (Vaselmum oxygenatum), een mengsel van met zuurstof geïmpregneerde koolwaterstoffen, vormt een dikvloeibare, geelachtigbruine, zwak alkalische massa en geeft met sommige geneesmiddelen (chiniue, zwavel, teer enz.) zalfachtige mengsels, die met water emulsies vormen en, naar het schijnt, de resorptie dezer geneesmiddelen bevorderen. Men gebruikt de vasogenen voor onderhuidsche inspuitingen en inwendig, met name het jodiumvasogeen, tegen arteriosklerose.

Vasteland of Continent noemt men die groote landen der aarde, welke, ofschoon door water omgeven, niet tot de eilanden worden gerekend. Wanneer men van de Z. poollanden afziet, zijn er op aarde twee groote landmassa's: die van het O. üjk halfrond of de Oude Wereld en die van het W. lijk halfrond of de Nieuwe Wereld. De laatste bestaat uit de beide los samenhangende vastelanden van N. en Z. Amerika. De eerste omvat het Europeesch- Aziatisch vasteland, het daarmede als een schiereiland samenhangende vasteland Afrika en Australië, dat door een brug van eilanden met het Europeesch-Aziatisch continent is verbonden. Volgens de nieuwere onderzoekingen is het zeker, dat zich ook om de Z. pool een vasteland uitstrekt.

Vastelandsklimaat. Zie Klimaat.

Vasten, ia het algemeen de onthouding van spijs, is op kerkelijk gebied de onthouding van spijs gedurende één dag (jejunium a vespera ad vesperam) of de onthouding van vleeschspijzen (abstinentia) gedurende langeren tijd. Het vasten speelt in de geschiedenis van den godsdienst een voorname rol. Het wordt toegepast als oefening in onthouding en bestrijding der zinnelijke begeerten, als middel om een toestand van extase te bereiken, als voorbereiding voor belangrijke daden, ten teeken van droefheid en eindelijk om God te vermurwen. Het is een bestanddeel der Brahmaansche en Boeddhistische godsdiensten en was, volgens Eerodotos, ook reeds in Egypte in zwang. Bij de Grieken en Romeinen kwam het vasten slechts als hooge uitzondering voor, terwijl het ook bij de Joden eerst na verloop van tijd gebruikelijk is geworden als een uitdrukking van vernedering. Terwijl de priesterlijke wetgeving het vasten slechts voor den Verzoendag voorschrijft, werd het, in den tijd van het pharizeesche Jodendom, naast gebed en aalmoezen spoedig een goed werk. Later bracht de Talmud stelsel en methode in het vasten.

In de Christelijke Kerk heeft zich het vasten, ondanks de afwijzende houding van Jezus, in aansluiting aan de Joodsche voorschriften ontwikkeld. Alleen werden de Joodsche vastendagen, Maandag en Donderdag, vervangen door Woensdag en Vrijdag. De Grieksche Kerk heeft aan deze dagen vastgehouden, terwijl de Westersche den Woensdag liet vallen. Daarnaast is het vasten vóór Paschen reeds vroeg ontstaan, waarbij aan Mattheus 9:15 de verplichting ontleend werd, de 40 uren vóór de graflegging van Christus door vasten te vieren. Daaruit ontwikkelde zich verder, naar het schijnt in de 4ae eeuw en op grond van Mattheus 4:2, de groote vastentijd van 40 dagen vöór Paschen (Jejunium quadragesimale), die in de Grieksche Kerk begint op den Maandag na Sexagesimae en in de Latijnsche op Aschwoensdag. In de Grieksche kerk ontstonden later 4 groote vastentijden: de Paaschvasten, de Petrusvasten (van den Zondag na Trinitatis tot den 29816" Juni), de Mariavasten (1— 14 Augustus) en de Adventvasten (15 November— 24 December). De voornaamste vasten der Latijnsche Kerk zijn: de Paaschvasten, de Quatertembervasten, de Vigiliën, dat zijn de dagen vóór de groote feesten, benevens alle Vrijdagen, tenzij er het Kerstfeest op valt. Door den paus en de bisschoppen kan dispensatie van het vasten verleend worden (zie Boterbrief).

In de Hervormde Kerk is een zekere vastenpraktijk als „scherpe, uiterlijke tucht" tot in het midden der 18de eeuw behouden gebleven. Ook bij de Mohammedanen is het vasten (Arabisch: saum. Perzisch: roza) als middel om de zonde te verzoenen een godsdienstig gebruik. Het vasten gedurende de 30 dagen van de maand Ramadan (van zonsop- tot ondergang) is in den Koran zelf voorgeschreven en dus voor alle Mohammedanen verplichtend.

Vasten. Zie Honger.

Vastenavond. Zie Carneval.

Vaste sterren. Zie Sterren.

Vastkakigen (Pleclognathi) is de naam van een groep zeer merkwaardige visschen, die een afi zonderlijke onderorde vormen in de groote groep der

Sluiten