Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het vervaardigen van houten vaten geschiedt nog voor een groot deel als handwerk. Nadat de duigen op maat zijn gebracht, worden zij op een opzetvorm geplaatst en aan de binnenzijde door een vuur verwarmd. Met behulp van een touw worden zij alsdan samengetrokken en door het aanbrengen van hoepels tegen elkander gedreven. Daarna wordt het binnenvlak bewerkt en, nadat de randen van het vat gelijk zijn gemaakt, de kim aangebracht, waarin de bijgeschuinde randen van den bodem passen.

Nadat de handel in petroleum tot bloei was gekomen, begonnen in 1860 in N. Amerika de proefnemingen om houten vaten machinaal te vervaardigen. Reeds in 1873 werden machines voor dat doel op de wereldtentoonstelling te Weenen geëxposeerd. Nadat de duigen uit den handel, verkregen door splijten of zagen van eikenstammen, op maat zijn gezaagd en ook dikwijls, om het buigen te vergemakkelijken, in het midden dunner zijn gemaakt, worden zij op de schaafmachine verder bewerkt. De smalle zijkanten worden met de voegmachine gemaakt, terwijl door drukking de duigen in den juisten vorm gebogen worden. Met zware duigen moet men anders te werk gaan. Daarbij brengt men de voegen alleen aan of ook, men kookt de duigen vooraf gedurende i/i—'/, uur, waardoor zij buigzamer worden. De bodems worden uit gespleten of gezaagde planken, welke vooral in een gewone schaafmachine bewerkt zijn, door lijmen, pennen enz. samengevoegd. Deze ruwe bodem wordt op de bodemrondsnijmachine tusschen twee platen gespannen en rondgedraaid. Een eveneens rond draaiende, concave zaag zaagt den ruwen bodem rond, terwijl de randen bijgeschuind worden. Gaat men bij lichte vaten bij de verdere bewerking op de reeds vermelde wijze te werk, bij zwaardere geschiedt het samenbinden der duigen met behulp van een touw door een machine. Daarna komt het vat in de bandenoplegmachine. Deze bestaat uit een tafel, waarop het vat geplaatst wordt en die door hydraulischen druk omhoog wordt gedrukt. Van den kop van de machine hangen 6 haken naar beneden, welke den band vasthouden, die aldus om het vat gedrukt wordt. Deze machine wordt ook vervaardigd met dubbele werking. In grootere fabrieken van waterdichte vaten maakt men gebruik van een machine, waarbij de duigen in een conischen vorm, die ook de banden bevat, worden geperst. Door een andere machine wordt nu de rand van het vat bijgeschaafd en de kim ingegroefd, terwijl de bodem er uit de hand wordt ingezet. Bier-, jenever- en wijnvaten worden dan nog in de vaten-afschaafmachine uitwendig geschaafd. Geklemd tusschen twee schroeven, wordt het vat rondgewenteld, terwijl een arbeider een schaaf met holle zool er tegen aan drukt. Ten slotte worden dan nog met boormachines de reeds genoemde gaten aangebracht. Met een stel van de genoemde machines kan men per dag 100—120 groote vaten vervaardigen.

IJzeren vaten bestaan uiteen cylinder van ijzerblik en zwakgewelfde bodems. De hoepels bestaan uitstrooken van T-ijzer, waarop het vat ook gerold wordt. Men vervaardigt ook ijzeren vaten van Martinstaalblik. Daartoe worden de beide helften van het vat geponsd, waarna men de randen zoodanig samensmelt, dat de naad hetzelfde weer¬

standsvermogen bezit als het staalblik zelf. Als de grootste vaten zijn het Heidelbergsche (736 H.L.) en het in 1790 gemaakte Ludwigburgsche (900 H.L.) bekend.

Vaten noemt men in de plantkunde de buizen, ontstaan uit overlangsche cellenreeksen door resorptie der dwarswanden, welke haar scheidden. Zij hebben gewoonlijk een aanmerkelijke lengte. Al naar den aard der wandverdikking spreekt men van spiraalvaten, ringvaten, natvaten enz. Hun wanden zijn steeds houtachtig, hun doorsnede is zeer verschillend; er zijn vaten van meer dan 0,5 mm. en ook van nauwelijks 0,05 mm. middellijn. Ofschoon er veelvuldige onderzoekingen over zijn verricht, is met zekerheid over de functie dezer vaten niets bekend. Men weet slechts, dat zij op bepaalde tijden verdunde lucht, op andere water of water, vermengd met luchtblazen, bevatten. Wellicht dienen zij voor het vervoer van het water en van de daarin opgeloste voedingszouten.

In de ontleedkunde noemt men alle kanalen in het dierlijk lichaam, waardoor het vervoer der voedingssappen, bloed en lymphe plaats heeft, vaten. Bij vele lagere dieren, waarbij de voedingsstoffen rechtstreeks door de wanden van de maag in het lichaam treden, ontbreken zij.

Onder vaatstelsel verstaat men dan verder het geheel der kanalen van het lichaam, voor zoover zij bloed of lymphe vervoeren en een in zichzelf afgesloten geheel vormen. Het bestaat uit twee groote afdeelingen; in de eene, het stelsel der bloedvaten (zie aldaar), bevinden zich de sappen in een voortdurenden en gesloten kringloop, de andere, die der lymphevaten (zie aldaar), omvat de kanalen, waarin zich de sappen op weg naar dien kringloop bevinden.

Vaten. Zie Bloedvaten.

Vaticaan is het paleis van den paus te Rome, gelegen in het N.W. gedeelte van de stad, Borgo geheeten, op den rechter oever van den Tiber en op den Monte Vaticano (63 m.) Met den bouw van het Vaticaan moet onder paus Symmaclms in het begin van de 6de eeuw begonnen zijn. Eugenius 111, Coelestinus III en Innocentius III vergrootten het paleis, dat echter gedurende de „Avignonsche ballingschap" in verval geraakte. Eerst na den terugkeer der pausen (1378) werd het hun residentie en later voortdurend vergroot; zoo bijv. door Nicolaas V (1450), die de bibliotheek, de stanzen en de Borgiavertrekken inrichtte, Sixtus IV (Sixtijnsche kapel, 1473—1481), Innocentius VIII (Belvedère, 1486—1492), Alexander VI (Borgiatoren), Julius II (loggia's van Bramante), Sixtus V (tegenwoordige bibliotheek), Clemens VIII (nieuwe pauselijke woning) enz. Tengevolge van al deze vergrootingen vormt het vaticaan een zeer onregelmatig complex van gebouwen, met een oppervlakte van ongeveer 56 000 v. m. Het telt 20 hoven, meer dan 200 trappen en eenige duizenden kamers en zalen. De hoofdingang is door het bronzen portaal aan het St. Pietersplein. Van hier komt men langs de prachtige marmeren Scala Pia in den Damasushof, waaraan de pauselijke woning staat. De Scala Regia leidt naar deSixtijnsche kapel. Op de tweede verdieping bevinden zich de s t a n z e n, vier zalen, door Raffaël met fraaie fresco's versierd, en de L o g g i a 's van Raffaël

Sluiten