Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met schitterende ornamenten en beschilderd met Bijbelsche tafereelen. De scliilderijenverz a m e 1 i n g dagteekent uit den tijd van Pius VII. De verzameling antiquiteiten is de belangrijkste van de geheele wereld.

De Vaticaansche bibliotheek is naar aantal, belangrijkheid en zeldzaamheid der werken de voornaamste van de geheele aarde. Zij werd onder Sixtus IV gesticht, later uitgebreid met de Heidelbergsche bibliotheek, met die van koningin Christiana van Zweden enz. en bevat thans meer dan 50 000 handschriften en meer dan 400 000 dln. Bovendien bevindt zich in de zalen van de bibliotheek het profane museum met kunstvoorwerpen van allerlei aard. Het archief, in 25 vertrekken, naast de bibliotheek gelegen, ondergebracht, bevat alle documenten, betrekking hebbende op den Heiligen Stoel en de kerkelijke regeering. In 1881 werd het door Leo XIII voor de geleerden van alle landen opengesteld, terwijl het tot dien tijd zoo goed als niet toegankelijk was. Tusschen bibliotheek en archief in bevindt zich de onder Leo XIII aangelegde consultatiebibliotheek, waarin de historische literatuur van alle staten en gewesten van Europa geraadpleegd kan worden. Verder vindt men in het Vaticaan de pauselijke mozaïekfabriek, de pauselijke munt en een wapenverzameling. Bij het paleis liggen de pauselijke tuinen.

Vaticaansch Concilie. Dit concilie werd als de twintigste algemeene kerkvergadering van den 8sten December 1868 tot den 20s,en October 1870 gehouden en diende om het leerstelsel der pauselijke onfeilbaarheid als dogma, door alle geloovigen aan te nemen, af te kondigen. Zie Onfeilbaarheid en Katholieke Kerk).

Vaticaansche bibliotheek. Zie Vaticaan.

Vaticaansche codex (Codex Vaticanus). Zie Bijbel.

Vatke, Wilhelm, een Duitsch godgeleerde, geboren den 14dc" Maart 1806 te Behndorf, vestigde zich in 1830 te Berlijn als privaatdocent en werd er in 1837 buitengewoon hoogleeraar in de theologie. Van zijn geschriften vermelden wij: „Die Religion des Alten Testaments" (1835) en „Die Menschliche Freiheit in ihrem Verhaltnisse zur Sünde und zur göttlichen Gnade" (1841). Hij overleed den 19den April 1882 te Berlijn. Uit zijn nar latenschap gaf H. Preisz uit: „Historisch-kritische Einleitung in das Alte Testament" (1886) en „Religionsphilosopliie" (1888).

Vattel, Emmerich von, een Duitsch staatsman en schrijver, geboren den 25®'™ Augustus 1714 te Couvet, studeerde in de wijsbegeerte en trad op ten gunste van die van Leibniz in zijn werk „Défense du système de Leibniz" (1742). Na een vergeefsclie poging om een werkkring van Frederik den Groote te krijgen, slaagde hij te Dresden. August lil zond hem in 1746 als minister naar Bern, waar hij zijn hoofdwerk „Droit des gens ou Principes de la loi naturelle appliqués a la conduite et aux affaires des nations et des souverains" (2 dln., 1758) voltooide. In 1758 ontbood August III hem naar Dresden, waar hij belast werd met het afwikkelen van de belangrijkste kabinetszaken. Behalve de genoemde werken schreef hij nog: „Loisir philosophique" (1747), „Mélanges de littérature et de poésie." (1757) en „Questions de

Vauban.

droit naturel" (1762). Hij overleed den 208ten December 1767 te Neuchatel.

Vauban, Sébastian le Prêtre de, de grootste, Fransche vestingbouwkundige, geboren den 16"™ Mei 1633 te St. Leger-de-Fougeret (Yonne), nam op 17-jarigen leeftijd dienst in het Spaansche leger, dat onder Condé tegen Frankrijk vocht, werd in 1663 door de Franschen gevangen genomen en aangesteld als officier der genie. In 1658 leidde hij de belegeringen van Grevelingen, Yperen en Oudenaerde en in 1662 begon hij met den bouw der vestingwerken van Duinkerken. In 1667 veroverde hij in den oorlog tegen de Nederlanden verschillende vestingen en na den Vrede van Aken (1668) leidde hij den bouw der versterkingen van Doornik, Douai, Kortrijk enz., waardoor de grondslagen van den N. lijken Franschen vestinggordel gelegd werden. Vooral na den Vrede van Nijmegen (1678)

werd onder zijn leiding een groot aantal Fransche vestingen gebouwd. In 1669 werd hij inspecteur-generaal van alle Fransche vestingen en in 1730 maarschalk. Door een gedenkschrift gedurende den Spaanschen

Erfopvolgingsoorlog haalde hij zich echter de ongenade van den koning op den hals, zoodat hij uit den dienst werd ontslagen. In zijn 57jarigen diensttijd had hii aan 53 belegeringen

en aan 140 gevechten deelgenomen. Zijn grootste beteekenis ligt echter in de stelselmatige ontwikkeling van den vestingoorlog, op welk gebied zijn invloed tot op het einde der 19de eeuw bleef doorwerken. Hij overleed den 13den Maart 1707 te Parijs. Zijn schriftelijke nalatenschap bestond slechts uit handschriften, waarvan een gedeelte onder den titel „Oisivetés de M. de Vauban" (4 dln., 1843—1846) werd uitgegeven. Verder werden nog naar zijn handschriften bewerkt: „Traité de 1'attaque et de la défense des places" (2 dln., 1737), nieuwe druk, 1829), „Traité des mines" (1737, „Traité des sièges" (nieuwe druk, 1829), „CEuvres militaires" (3 dln., 1793), „Mémoires inédits du maréchal Vauban sur Landau, Luxembourg etc." (1841) en „Mémoires militaires."

Vaucaire, Maurice, een Fransch letterkundige, werd geboren in 1865 te Versailles. Hij gaf in 1901 een bundel gedichten uit, getiteld „Petits Chagrins", waarvan in 1905 een tegenhanger „Le Panier d'argenterie" volgde. Van zijn romans noemen wij: „Demi grand monde" (1902), „Le Danger d'être aimé" (1903), „Le Masqué de sable" (1905), „Maisons de poupées" en „Chipette" of „La Dame frivole" (1906), van zijn tooneelwerken: „Valet de coeur", „Un Beau Soir", „Les Girouettes", „La Reprise", „Petit Chagrin" en „Le Carrosse du Saint Sacrement." Verder schreef hij een aantal operateksten, zooals „La Jeunesse de Figaro", „Manon Lescaut" (met Victorien Sardou) en „Hans le joueur de flüte", en vele liederen, waarvan sommige populair zijn geworden.

Vaucanson, Jacques de, een Fransch werk-

Sluiten