Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tuigkundige, geboren te Grenöble den 24®ten Februari 1709, vervaardigde onderscheiden automaten, waarmede hij zich in 1738 naar Parijs begaf. In 1741 werd hij koninklijk inspecteur der zijdefabrieken en later pensionaris der Academie van Wetenschappen te Parijs. Hij vond een weefmachine uit ea een toestel om patronen te weven, welke door Jacquard verbeterd werden. Van zijn hand verschenen: „Construction d'un nouveau tour a filer la soie des cocons" (1749, 1770, 1773), „Construction de nouveaux moulins a organiser les soies" (1751) en „Description d'une grue nouvelle" (1763). Zijn verzameling van machines en modellen was grondslag voor het Conservatoire des arts et métiers. Hij overleed den 21sten November 1782 te Parijs.

Vancluse, een departement in het Z. O. van Frankrijk, bestaat uit het graafschap Venaissin, het prinsdom Orange en een gedeelte van Provence, is door de departementen Dröme, Basses-Alpes, Bouches-du-Rhöne en Gard omgeven en telt op een oppervlakte van 3578 v. km. (1906) 329 178 inwoners. Het gedeelte, dat het Rhónedal omvat, is vlak, het overige bedekt met uitloopers van de Alpen, die in het N. in den Mont-Ventoux een hoogte van 1912 m. bereiken. De voornaamste rivieren zijn de RhÖne en de Dnrance. Het klimaat is gezond; de bodem in het algemeen vruchtbaar. In de warme dalen verbouwt men goeden wijn; verder vijgen, olijven, zuidvruchten, moerbeziën enz.; op hooier gelegen plaatsen tarwe, haver, gerst, rogge, gierst, meekrap, aardappelen en kaardedistelei. In de bergstreek heeft men prachtige bosschen en weiden. De veeteelt omvat vooral schapen, varkens, geiten en muilezels. De bodem levert zwavel en bruinkolen. De voornaamste takken van nijverheid zijn: zijdeweverij, machinebouw, leerlooierij, bierbrouwerij, jeneverstokerij, het vervaardigen van papier, laken en lederwaren. De hoofdstad is Avignon.

Vancluse (Latijn : Vallis elausa), een dorp in het gelijknamige Fransche departement, gelegen op 27 km. afstand van Avignon in een woest en romantisch rotsdal, is bekend als verblijfplaats van Petrarca, die hier sedert 1337 een landhuisje bewoonde en voor wien hier in 1800 een standbeeld werd onthuld. Op 1 km. afstand van het dorp ontspringt, tusschen rotsen ter hoogte van 200 m. en aan het einde van een kaal dal, de beroemde, waterrijke bron van de Sorgue. De plaats, waar papier en wollen dekens worden vervaardigd, telt (1906) 766 inwoners.

Vaucorbeil, Auguste Emmanuel, een Franscli componist, geboren te Rouaan in December 1821, bezocht het conservatorium te Parijs en verwierf er in 1838 den eersten prijs. Zijn voornaamste composities, met meer zorg dan oorspronkelijkheid geschreven, zijn: „La bataille d' amour" (1863), een opera-comique, „Mahomet" en ,,L' Inde." In 1872 werd hij benoemd tot regeeringscommissaris bij de gesubsidieerde schouwburgen en in 1878 werd hij belast met de directie van de Opéra. Gedurende de 5 jaar van zijn directie monteerde hij: „Aïda", „Le Tribrt de Zamora", „Henri VIII" enz. benevens verschillende balletten, alle echter met matig succes. Hij overleed te Parijs den 2den November 1884.

Vattcouleurs, een plaats in het Fransche

departement Meuse, bij het Bosch van Vaucouleurs en in de nabijheid van den linker Maasoever aan den spoorweg Parijs—Nancy geleden, bezit een gedenkteeken van Jeanne $ Are, die in 1492 van hier uit haar zegetocht ondernam; voorts ijzergieterijen, fabrieken van kerkmeubelen en heiligenbeeldjes en telt (1906) 2874 (als gemeente 3070) inwoners.

Vaudeville, bij Boileau nog gebruikt in den zin van „satirisch gedicht" is sedert het begin van de 18de eeuw de naam van een soort tooneelspel met gezang en begeleiding van orkest, dat dien naam ontleende aan de lichtzinnige liederen, die daarin voorkwamen, oorspronkelijk door het publiek werden meegezongen en afkomstig waren uit het Vau de Vire (zie Basselm). De vaudeville komt hierin overeen met het eigenlijke zangspel, dat beide, in tegenstelling tot de operette, gewoonlijk liederen bevatten, op bekende of gemakkelijke zangwijzen gesteld en toepasselijk op den gang van het stuk; maar zij wijkt ook weder van het zangspel af, doordien dit laatste veelal gevoelvol en roerend, de vaudeville daarentegen kluchtig, geestig en bijtend is. Al naar mate het zuiver komische of het kluchtige op den voorgrond treedt, onderscheidt men: drame-vaudeville, comédie-vaudeville en folievaudeville. Na Labiche is de eigenlijke vaudeville verdwenen. Thans noemt men nog aldus ieder luchtig blijspelletje met eenvoudige intrige, zonder zielkundige ofmoreele strekking en waarin de handeling, min of meer grof komisch opgelegd, van meer belang is dan de karakters.

Vaudoncourt, Guillaume de, een Fransch generaal en schrijver, geboren te Weenen den 24B,en September 1772, ontving zijn opleiding te Berlijn en te Parijs, nam hier dienst bij de infanterie en ontving in 1797 van Bonaparte de benoeming tot bevelhebber der artillerie in de Cis-Alpijnsche Republiek. Na den staatsgreep van 18 Brumaire werd hij geplaatst bij den generalen staf en in 1800 benoemd tot kolonel. In 1801 werd hij opperbevelhebber der artillerie in de Italiaansche Republiek en in 1805 streed hij onder Masséna aan de Brenta en de Tagliamento. In 1809 kreeg hij een commando in Tirol, nam in 1812 onder Eugène deel aan den Russischen veldtocht, maar werd op den terugtocht ziek te Wilna en viel in handen der Russen. In 1814 keerde hij naar Frankrijk terug en trad in dienst der Bourbons. Gedurende de Honderd Dagen benoemde Napoleon hem tot inspecteur der Nationale Garde in den Elzas, zoodat hij na den tweeden val van het keizerrijk de vlucht nam. Van München, waar hij een wijkplaats gevonden had, begaf hij zich naar Piémont (1821) en was er korten tijd opperbevelhebber van het constitutioneele leger, waarop hij zich over Spanje naar Engeland begaf. In 1823 echter keerde hij naar Frankrijk terug zonder een plaats te verkrijgen bij het leger. Hij overleed te Passy bij Parijs den 2den Mei 1845. Van zijn geschriften noemen wij: „Histoire des campagnes d'Annibal en Italië" (3 dln. met atlas, 1812), „Mémoires pour servir a 1'histoire de la campagne de Russie en 1812" (1812 met atlas), .,Histoire des campagnes d'Italië en 1803 et 1804" (1817, met atlas), „Histoire de la guerre des Francais en Allemagne en 1813" (1819 met atlas), „Histoire des campagnes de 1814 et 1815 en France" (5 dln., 1826), en „Histoire po-

Sluiten