Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de gemeente Hoogeveen" (1873), „Een handvol uien" (1874) en talrijke opstellen in tijdschriften en jaarboekjes. Hij overleed den 31sten October 1885.

Veen, Here Gerrits van der, een Friesch dichter en schrijver, geboren te Grouw den 15den Maart 1816, werd in 1847 hoofdonderwijzer te Driesum. Hij leverde: „Twaalftal zangstukjes voor jonge kinderen" (9 stukjes, 1837 en 1842), „Rymkes foar Friesen" (1844), „Fryske Fiowerstim" (1844), „Clipsrijmkes" (1844), „De scoalforsjongery" (1847), „Lytze rymkes for bern" (1842), „De wylde lantearne" (1855), „Nye mearstimmige, greatliks oirsprunklike sangen" (1856), „De Kaertlizzer" (1856, bekroond), „Oars is 't nou!" (1859), „Curaters, weits!" (1871), „De overwintering der Hollanders op Nova Sembla, Tollens forfryske" (1861), „Het „Jonge Holland" en oud-Friesland" (1863), „Frijmetselery" (1871), en vele bijdragen in dagbladen en jaarboekjes.

Veen, Sietse Douwes, van, een Nederlandsch kerkhistoricus, werd in 1856 te Lemmer geboren, studeerde in de theologie aan de Rijksuniversiteit te Utrecht en promoveerde aldaar tot doctor in de godgeleerdheid op een proefschrift, getiteld: „De Gereformeerde Kerk in de jaren 1795—1804." Hij was vervolgens predikant te Molkwerum (1881), Rijperkerk (1884), Dedemsvaart (1886), Groningen (1887) en Rotterdam (1896). In 1896 werd hij geroepen tot het professoraat aan de Utrechtsche hoogeschool, welk ambt hij aanvaardde met een rede, getiteld: „Het academisch onderwijs en de geschiedenis van het Christendom." Hij is ridder in de ordevandenNederlandschenLeeuw. Inafzonderlijke uitgave zagen van hem het licht: „Voor twee honderd jaren (1886, 2° druk 1905), „Uit de vorige eeuw" (1887) „Zondagsrust en zondagsheiliging in de 17de eeuw" (1890), „Voor eiken dag" (1896), „Kracht tot arbeid" (1900), „Acta der provinciale en particuliere synoden gedurende de jaren 1572— 1600 deel I tot VIII," met professor Ritsme (1892—1898. „Een eeuw van worsteling" (1904), „De organisatie derNederlandschehervormdekerk." (1905, „Historische studiën en schetsen" (1905) „Manna des geloofs" (1906), „De christelijke kerk en de machthebbers der wereld" (1907), „Leekepreekjes" (1909), Onder zijn redactie verschijnt de reeks brochures „Uit onzen bloeitijd." Ook werkte hij mede aan de derde uitgave der Real-Encyclopaedie für protestantische Theologie und Kirche."

Veenbranden is de naam van een handelwijze, welke dient om veen- of heigronden, waarop zich een humuslaag bevindt, voor cultuur, althans voor die van boekweit, geschikt te maken. Zij bestaat daarin, dat de bovenlaag door het graven van slooten ontwaterd en vervolgens losgewerkt wordt, waarna men ze laat liggen tot het volgend jaar en dan in Mei of Juni bij droog weder in brand steekt, zoodat zij dus verkoolt. Door het branden ontstaat de veendamp (zie aldaar). In de verkoolde laag wordt de boekweit uitgezaaid, en dit geschiedt 6—8 jaar achter elkander; wordt de grond elk jaar opnieuw gebrand, dan kan het veel langer duren, voordat hij uitgeput is en zonder bemesting niets meer voortbrengt. Eerst na 30—40 jaar, aJs zich een nieuwe laag heeft gevormd, kan de bodem weer gebruikt worden. Deze wijze van cultuur is een

soort roofbouw, die vele landstreken heeft bedorven. Vroeger werd deze methode in onze oostelijke provincies veel toegepast en verbreidde zich in het begin van de 18de eeuw van daar uit ook over Oost-Friesland. Tegenwoordig komt zij weinig meer voor.

Veendam, een gemeente in de provincie Groningen, 4830 H.A. groot met (1911) 12 144 inwoners, wordt begrensd door de gemeenten Iloogezand, Muntendam, De Meeden, Oude Pekela, Nieuwe Pekcla en Wildervank. De bodem, oorspronkelijk bedekt met hoogveen, dat op groote schaal werd afgegraven sinds 1647, bestaat thans uit zand, waarop tijdens de afgraving veelal eene 10 4 60 cm. dikke laag van het bovenste, losse veen is neergelegd; daarop rust weer de 10 & 20 cm. dikke bouwvoor, die bestaat uit hoogveen, vermengd met zand, en die tengevolge van bemesting (thans uitsluitend met kunstmest) een bij uitstek gunstig bouwland vormt (aardappels, rogge en haver). Voor weiland is de waterstand te laag; slechts tusschen de beide hoofdkanalen wordt de bodem daarvoor gebruikt. Boomkweekerij en tuinbouw breiden zich in de laatste jaren uit: in 1911 voor export i 50 H.A. boomkweekerij en vruchtenteelt, benevens 20—30 H.A. zaadteelt (heesters en sierplanten naar Duitschland; onderstammen voor appel, peer en roos naar Amerika; proeven in het groot worden genomen met aardbeiën en frambozen voor Duitsche conserve fabrieken).

De voornaamste middelen van bestaan zijn landbouw en nijverheid. Er zijn 10 aardappelmeelfabrieken, op 2 waarvan ook siroop en op één waarvan ook sago wordt bereid, 3 dextrine-, 1 stroostoffabriek (de eenige in ons land), 1 stroocartonen 1 cartonnagefabriek; 5 koren- en pelmolens, 1 grutterij, 1 cichoreibranderij, 1 electrische centrale, 4 machinefabrieken, 1 drijfriemenfabriek en 3 ijzeren scheepsbouwerijen, 1 steennootknoopenfabriek (de eenige in ons land), 6 boekdrukkerijen, 2 houtzagerijen, 2 steenfabrieken, waaronder één voor siersteen; 1 stoomdakpannen-, 1 cement-, 1 jalouzieënfabriek, 2 machinale schoenen- en 3 tricotagefabrieken, 2 zeepziederijen, 1 olieslagerij en lijnkoeken-, 1 borstelfabriek, 1 fabriek voor minerale wateren en 1 brandkastenfabriek.

Tot de gemeente behoort het vlek Veendam het dorp Ommelanderwijk, de buurten Zuid wending, Kibbelgaarn, Veensloot en de Korte Akkers, deelen van Borger Compagnie en Trips Compagnie, de buurt Beneden-Verlaat en nog een tweetal gehuchten. De gemeente wordt doorsneden door den Noord Ooster locaalspoorweg.

De plaats Veendam, strekt zich voornamelijk uit langs 2 kanalen, die in hoofdzaak evenwijdig aan elkaar loopen; het flauw boogvormig aangelegde Oosterdiep en het Westerdiep, waarin 4 rechte hoeken voorkomen. Langs elk der twee kanalen is een weg aangelegd, terwijl beide wegen op verschillende plaatsen door dwarswegen zijn verbonden. Men vindt er een Hervormde kerk van 1662 met een fraai orgel en een klok van 1544, een Doopsgezinde kerk; een Roomsche kerk sinds 1794; een Synagoge sinds 1797; een Gereformeerde kerk sinds 1858, een Vrij Evangelische kerk van 1881 een Rijks Hoogere Burgerschool met 5-jarigen cursus, een Rijkslandbouw-winterschool, een ambachtsschool, een normaalschool, een avondvak-

Sluiten