Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Orde Tercera de San Francisco. Zijn roem nam snel toe, weldra beheerschte hij het Spaansche tooneel geheel en werd met eerbewijzen overladen. Nadat de Inquisitie hem tot haar dienaar had benoemd, werd hij in 1618 apostolisch protonotaris bij het aartsbisdom Toledo. In 1628 werd hij door Urbanus VIII tot ridder in de Johannieterorde benoemd. Lope de Vega is een buitengewoon vruchtbaar dichter. Hij schreef behalve zijn dramatische werken, de epopeeën „Angelica" en „La Jerusalén conquistada", de mythologische gedichten „Circe", „Andromeda", „Philomela", „Orfeo" en „Proserpina", de historische gedichten „San Isidro", „La Dragontea" en „La virgen de la Almudena", een komisch heldendicht „La Gatomaquia" (onder het pseudoniem Tome de Burguillos) en een groot aantal beschrijvende en didactische gedichten, sonetten, romances, odes, elegieën enz., romans in proza en poëzie, zooals „Peregrino en su patria", „Dorotea", „Los pastores de Beien" en „Arcadia", en 8 novellen. Al deze werken gaf Cerda y Rico onder den titel „Coleccion de las obras sueltas de Lope de Vega" (21 dln., 1776—1779) uit. Een bloemlezing van deze werken geeft deel 38 van de „Biblioteca de Autores Espanoles" onder den titel „Obras no dramaticas de Lope de Vega." Zijn roem berust echter hoofdzakelijk op zijn werken voor het tooneel. Hij schreef meer dan 1500 tooneelstukken, waarvan ruim 600 bewaard zijn. Hiervan zijn 340 uitgegeven in de verzameling van zijn „Comedias" (28dln., 1604—1647). Een bloemlezing werd door Hartzenbusch in de „Biblioteca de Autores Espanoles" onder den titel „Obras dramaticas exogidas de Lope de Vega" uitgegeven (1853—1860). Enkele ongedrukte verschenen in 1873 als „Comedias inéditas de Lope de Vega." Andere zijn in afzonderlijke drukken of in handschrift aanwezig. Een uitgave van zijn volledige werken wordt door de Spaansche Academie uitgegeven (tot 1902,11 dln.). Zijn theoretische „Arte nuevo de hazer comedias" gaf Morel Fatio uit (1901). Lope de Vega is de eigenlijke schepper van het nationale Spaansche drama. De stof, de wijze van behandeling, alles is nationaal. Hij nam den smaak van het volk tot richtsnoer, doch wist te veredelen en te verheffen. Onder zijn tooneelwerken zijn alle dramatische vormen vertegenwoordigd. Tot zijn beste werken behooren misschien: „Alcalde de Zalamea", „La estrella de Sevilla", „El mejor alcalde el rey", „Los Tellos de Meneses", „Fuente Ovejuna", „El castigo sm venganza", „El villano en su rincon", „La batalla del honor", „La judia de Toledo", „La boba para los otros y discreta para si", „Si no vieran las mugeres", „El caballero del milagro" en „La de noche San Juan."

Vega, Georg, vrijheer van, een Oostenrijksch wiskundige, geboren in 1756 te Sagoritza in Krain, studeerde te Laibach, zag zich benoemd tot scheepsingenieur, ging vervolgens over bij de artillerie, werd eerst leeraar in de wiskunde en vervolgens bij de oprichting van het korps bombardiers professor in de wiskunde. Nadat hij zich in de veldtochten tegen de Turken en Franschen onderscheiden had, werd hij in 1800 in den stand der vrijheeren opgenomen. Den 20sten September 1802 vond men zijn lijk in de Donau en eerst 30 jaar later kwam het aan den dag, dat een molenaar hem vermoord had. Hij schreef: „Vorlesungen über

die Mathematik" (dln. 1, 7de druk, 1850; dl. 2, 8»"' druk, 1848; dl. 3, öd" druk, 1849; dl. 4, 2"» üruk, 1819), „Logarithmische, trigonometrische und andere Tafeln" (1783 en later), „Logarithmisch-trigonometrisches Handbuch" (1793, 81st0 druk, 1906), „Thesaurus logarithmorum completus' (1794), „Anieitung zur Zeitkunde" (1801) en „Natürliches Masz-, Gewichts- und Münzsystem" (1903).

Vegelin van Claerbergen is de naam van een aanzienlijk Friesch geslacht, afkomstig van den Zwitserschen stam Vögelin, dat een vogel in zijn wapen voert. Onderscheiden leden van dit geslacht bekleedden de waardigheid van grietman van Haskerland en waren op een kasteel te Joure gevestigd, alwaar zich ook een museum van schilderijen bevindt, aan deze familie toebehoorend. Hessel Vegelin van Claerbergen, geboren den 19den October 1655, was eerst grietman van Utingeradeel, daarna van Haskerland en overleed den 29sten November 1715. Johan Vegelin van Claerbergen, een zoon van den voorgaande, geboren den 27sten Augustus 1690, werd rentmeester van geestelijke goederen in Kempenland, vervolgens grietman van Doniawerstal en lid van Gedeputeerden, schreef een „Vertoog over de Veengraverijen" (1766) en overleed te Langweer in 1772. Philip Frederik Vegelin van Claerbergen, eveneens een zoon van Hessel, geboren den 9den Mei 1685, werd eerst ritmeester en vervolgens grietman van Haskerland, daarna lid van den Raad van State en gedeputeerde te velde, onderscheidde zich door zijn wis- en werktuigkundige kennis, bevorderde den aanleg der Dokkumer nieuwe zijlen en der nieuwe Haskerdijken, gaf een paar Latijnsche geschriften in het licht en overleed den 28sten Juli 1738. Assuerus Vegelin van Claerbergen, een broeder van den voorgaande, geboren den 9den Juni 1711, was eerst grietman van Ferwerderadeel, later van Haskerland, legde deze betrekking neder in 1749 en leefde nog in 1760. Hessel Vegelin van Claerbergen, een zoon van Johan, geboren den 3den October 1723, werd in 1749 lid van de Staten en in het daarop volgende jaar grietman van Haskerland. Hij overleed reeds den 12den Juli 1750. Valerius Lodeioijk Vegelin van Claerbergen, geboren in 1774, werd in 1816 grietman van Haskerland en vervolgens lid der ridderschap en der Provinciale Staten van Friesland. In 1835 legde hij het grietmanschap neder en overleed te Joure den 14den Juli 1844.

Vegesack, een stad in het gebied der vrije stad Bremen, aan de Wezer en aan den mond der Wümme, ligt aan de zijlijn Bremen—Farge (station Grohn—Vegesack van de Pruisische staatsspoorwegen. De plaats bezit een Protestantsche kerk, een gymnasium, een haven, een groote scheepstimmerwerf, ijzergieterijen, machinefabrieken, zeilmakerijen, visscherij, handel enz. Het aantal inwoners bedraagt (1905) 4112. De plaats werd in 1850 tot stad verheven.

Vegetariërsbond, Nederlandsche, gevestigd te 's Gravenhage, stelt zich ten doel de bevordering van de vegetarische leefwijze in de overtuiging, dat deze strekt tot vermeerdering van gezondheid en levensgeluk en tot toeneming van beschaving en menschelijkheid. De leden worden onderscheiden in gewone leden en buitengewone leden. Gewone leden zijn meerderjarigen, die bij

Sluiten