Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de dagen van Caesar ontstond er een kolonie van veteranen. Aan de overzijde der Cremera heeft men de nekropolis van Veji met gedeeltelijk goed bewaarde graven gevonden.

Vela, Vincenzo, een Italiaansch beeldhouwer, geboren in 1822 te Ligornetto in Tessino, was eerst werkzaam in de steengroeven van Viggio en bezocht daarna het atelier van den beeldhouwer Cacciatori te Milaan. In 1840 ontving hij den grooten prijs van de Academie voor zijn „Opwekking van de dochter van Jaïrus." In 1847 begaf hij zich naar Rome, werkte er aan het model van zijn „Spartacus", maar werd weldra tot den krijgsdienst opgeroepen. Nadat hij in 1848 deel had genomen aan den oorlog tegen Oostenrijk, voltooide hij zijn „Spartacos" In 1851 vervaardigde hij een marmeren standbeeld, de Droefheid voorstellende, voor het graf van de familie Ciani te Lugano. In 1852 vestigde hij zich te Turijn, waar hij onderscheiden kunstwerken schiep, zooals: „Hoop en berusting", een standbeeld voor het graf van Donizetti, een standbeeld voor Wilhelm Teil, voor Rosmini, voor de beide koninginnen van Sardinië Maria Therese en Maria Adelaïde, voor minister Balbo, Victor Emanuel, verder „De laatste dagen van Napoleon I", voorstellingen van „Frankrijk en Italië", de „Lente", „Columbus en Amerika", een standbeeld voor Correggio en een aantal andere. In 1867 ging hij naar zijn geboorteplaats terug. Hij overleed aldaar den 3deu October 1891.

Velariam (Latijn velum = zeil) is een meestal horizontaal uitgespannen, linnen gordijn, dat in vertrekken met bovenlicht, voornamelijk in tentoonstellingszalen, het licht moet dempen. Dikwijls heeft het echter een zuiver decoratieve bestemming en is in die gevallen vaak beschilderd. Bij ruimten zonder dak (openluchtvertooningen, feesten, in de straten van Z. lijke steden) dient het velarium als beschutting tegen de zonnestralen.

Velasquez, Diego, eigenlijk Diego Rodriguez de Silva y Velazquez, een Spaansch schilder, gedoopt den 6den Juni 1599 te Sevilla, was een leerling van Herrara en Pacheco, met wiens dochter hij in 1618 in het huwelijk trad, doch ontwikkelde zich inzonderheid door zijn studies naar de natuur, waardoor hij de grootste naturalist van de

Spaansche school werd.

Zijn eerste werken zijn afzonderlijke figuren en kleine groepen uit het volksleven, zoogenaamde bodegones (keukenstukken), van welke de „Waterdrager van Sevilla" het meest beroemd is. Verder vervaardigde hij ook naturalistisch opgevatte godsdienstige tafereelen, zooals de „Aanbidding van de drie koningen" (1619). In 1621 begaf hij zich naar Madrid in de hoop tot hofschilder te worden

benoemd, wat hem eerst in 1623, na de vervaardiging van een niet bewaard gebleven portret van den koning te paard, gelukte." Hij kreeg een atelier in het koninklijk paleis en

Velasquez.

schilderde daarna een groot aantal portretten van leden van de koninklijke familie en van de aanzienlijken van het Hof, inzonderheid van den koning. Tot zijn andere werken uit deze periode behooren: „De verdrijving van de Mooren" (verloren gegaan) en „Los borrachos", een voorstelling van Bacchus, die kransen uitdeelt. Van 1629—1631 vertoefde hij in Italië, waar hij o. a. „De zonen van Jacob met Jozefs rok", „Apollo in de smidse van Vulcanus" en eenige landschappen schilderde. Na zijn terugkeer te Madrid vervaardigde hij o. a. behalve een aantal portretten van den koning, de koningin en prins Baltasar Carlos, drie groote portretten van den koning, den prins en van den hertog van Olivares te paard, drie jachtstukken van den koning, den prins en van prins Ferdinand, den broeder des konings, in een landelijke omgeving, en een aantal zoogenaamde truhanes, afbeeldingen van narren, dwergen en andere eigenaardige figuren. Ook vervaardigde hij in dezen tijd: „Christus aan den geeselpaal", „Christus aan het kruis" en een „Overgave van Breda", bekend onder den naam „Las Lanzas." In 1848 vertrok hij opnieuw naar Italië om in opdracht van den koning kunstwerken voor een te Madrid op te richten kunstacademie aan te koopen. Hij bleef aldaar tot 1651 en schilderde er o. a. een portret van paus Innocentius X. Te Madrid vervaardigde hij de twee groote schilderijen: „Las Hilanderas" of „De Spinsters" en „Las Meninas" (een voorstelling van de 5-jarige prinses Margaretha en haar hofstoet met Velasquez aan den ezel) en een aantal kleinere werken. In 1651 was hij door den koning tot hofmaarschalk benoemd. Hij overleed den 6den Augustus 1660 te Madrid. In 1899 werd aldaar een standbeeld voor hem opgericht. Zijn werken vindt men voornamelijk te Madrid, verder in de keizerlijke galerij te Weenen, in de nationale galerij te Londen en in de museums te Parijs, Petersburg, München, Berlijn, Dresden en Frankfort.

Velay, een landschap in Z. Frankrijk, behoorde tot de voormalige provincie Languedoc en thans tot het departement Haute-Loire. Het wordt doorsneden door de Monts de Velay, een bergketen der Cevennes. De hoofdstad is Le Puy.

Velbert, een plaats in het Pruisische distrikt Düsseldorf, gelegen aan den spoorweg naar Aprath en het beginpunt van de electrische tramwegen naar Elberfeld, Werden en Höfel, bezit 2 Protestantsche en 2 R. Katholieke kerken, een synagoge, een gymnasium, een hoogere burgerschool een nieuw stadhuis en is de zetel van een rechtbank. De plaats, welke (1905) 19 730 inwoners telt, heeft omvangrijke sloten-, ijzer- en messingwaren-, machine-,' tabaks- en sigarenfabrieken, ijzer- en messinggieterijen, vernikkelinrichtingen, jeneverstokerijen, bierbrouwerijen, pannebakkerijen, looden ijzerertsmijnen, kalksteengroeven en drijft handel in ijzer- en staalwaren.

Veld, electrisch, magnetisch, electromagnetisch, noemt men de ruimte, waarin resp. electrische of magnetische krachten of beide gelijktijdig werkzaam zijn. Onder veldsterkte of intensiteit in een bepaald punt van het veld, verstaat men de op die plaats op een electrische, resp. magnetische eenheid werkende kracht. De richting van het veld is de richting van de op een positieve hoeveelheid electriciteit of magnetisme werkende kracht.

Sluiten