Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Velde, van de. Van deze kunstenaarsfamilie noemen wij:

Velde, Adriaen van de, een Hollandsch schilder, hoofdzakelijk van landschappen gestoffeerd met dieren en figuren, doch tevens van genrestukken, werd geboren te Amsterdam in 1635 of 1633 en overleed aldaar in 1672. Hij was een leerling van zijn vader Willem van de Velde den Oude, vervolgens van Jan Wijnants en daarna volgens Houbraken van Philips Wouwertnan. Uit de onderwerpen van verschillende zijner schilderijen zou men opmaken, dat hij in Italië is geweest, doch hij kan die voorstellingen ook aan het werk van zijn tijdgenooten ontleend hebben. In zijn speciale genre, landschap met vee en figuren, behoort Van de Velde tot de grootste Hollandsche schilders. In het schilderen van vee was hij de evenknie van Paulus Potter, doch zijn landschappen zijn schilderachtiger en warmer van toon dan die van den Haagschen meester. Hij stoffeerde landschappen en stadsgezichten van verschillende van zijn tijdgenooten, o. a. van Hobbema, Hackaert, Moucheron, Ruisdael, Wynants, Van der Heyde e. a. met aardige figuurtjes, Ook heeft hij wel met zijn broeder, Willem v. d. Velde den Jonge, samengewerkt. Ondanks de buitengemeene kwaliteit van zijn werk en zijn groote productiviteit leefde hij in bekrompen omstandigheden. Zijn vrouw hield een kousenwinkel. Werken van zijn hand bevinden zich hier te lande o. a. in het Rijksmuseum te Amsterdam, in het Mauritshuis te 's Gravenhage en in het Museum Boymans te Rotterdam.

Velde, Esaias van de, een Hollandsch schilder van landschappen en genre-stukjes, geboren te Amsterdam omstreeks 1590, overleed te 's Gravenhage in 1630. Hij was misschien een broeder van Willem van de Velde den Oude. In 1610 bevond hij zich reeds te Haarlem, waar hij in 1612 in het St. Lucasgilde trad. In 1618 werd hij als lid van het Haagsche gilde ingeschreven. Hij ontving opdrachten van -prins Maurits en Frederik Hendrik. Jan van Goyen en Pieter de Neyn waren zijn leerlingen. Hij stoffeerde schilderijen van verschillende van zijn tijdgenooten. Werken van zijn hand bevinden zich hier te lande o. a. in het Rijksmuseum te Amsterdam, in het Mauritshuis te 's Gravenhage en in het Museum Boymans te Rotterdam.

Velde, Jan van de, een Hollandsch stillevenschilder, geboren te Haarlem in 1619 of 1620, overleed te Amsterdam na 1660. Men veronderstelt, dat hij de zoon was van den bekenden graveur van denzelfden naam. In dat geval zouden Willem v. d. Velde de Oude en Esaias v. d. Velde zijn ooms, Adriaen en Willem van de Velde de Jonge zijn neven zijn. Zijn schilderijen zijn zeldzaam. Zij stellen meest overblijfselen van een ontbijt met glaswerk en vruchten voor. Werken van zijn hand bevinden zich hier te lande o. a. in het Rijksmuseum te Amsterdam en in het Mauritshuis te 's Gravenhage.

Velde, Willem van de, de Oude, een Hollandsch teekenaar, en schilder van schepen en zeegevechten, werd geboren te Leiden in 1611 en overleed te Londen of Greenwich in 1693. Hij was de vader van de beide beroemde schilders Willem en Adriaen van Velde en misschien een broeder van Esaias. Teneinde onze zeegevechten natuurgetrouw te kunnen weergeven ging hij met de Hollandsche vloot mede in verschillende oorlogen. Zoowel den eersten als den tweeden Engelscben en den Noorschen oor¬

log heeft hij meegemaakt. In 1672 ging hij met zijn zoon Wülem naar Engeland, waar hij in dienst trad van Karei II en later van diens opvolger Jacobus II „for taking and making draughts of seafights." Vader en zoon ontvingen beide een jaarwedde van 100 pond. Willem van de Velde de Oude is op hoogen leeftijd met schilderen begonnen; zijn schilderijen zijn dan ook zeer weinig in aantal. Teekeningen van zijn hand, waarvan veie op paneel, bezitten o.a. het Rijksmuseum en het Prentenkabinet te Amsterdam en het museum Boymans te Rotterdam.

Velde, Willem van de, de Jonge, een Hollandsch schilder van zeestukken,werd geboren te Amsterdamin 1633 en overleed te Greenwich in 1707. Hij leerde het teekenen van zijn vader, Willem van de Velde den Oude, het schilderen van Simon de Vlieger. Hij werkte te Amsterdam en ging op bevel van de Staten met de vloot mede in de oorlogen tegen de Engelschen en Franschen. In 1677 werd hij hofschilder van Karei 11 van Engeland tegen een jaarwedde van 100 pond. Hij vestigde zich toen te Greenwich. Omstreeks 1686 keerde hij voor korten tijd naar Amsterdam terug. Tijdens zijn leven ging Willem van de Velde door voor den zeeschilder bij uitnemendheid en nog heden ten dage zijn zijn werken zeer in aanzien. De teekening van zijn schepen is zeer juist, zijn luchtperspectief bewonderenswaardig, doch Jan van de Cappelle overtreft hem in zijn lichteffecten. Behalve vele schilderijen heeft hij honderden teekeningen nagelaten. Het Museum Boymans te Rotterdam alleen bezit er ruim zeshonderd. Schilderijen van zijn hand bevinden zich hier te lande o. a. in het Rijksmuseum te Amsterdam, het Mauritshuis te 's-Gravenhage en het Museum Boymans te Rotterdam.

Velde, Jozef van de, een Vlaamsch letterkundige, geboren den lflten Juli 1816 te Schellebelle in Vlaanderen, studeerde aan het college te St. Nicolaas, werd er onderwijzer aan de normaalschool en vervolgens benoemd tot professor van middelbaar onderwijs aan het college van St Maria te Oudenaarde. In 1860 werd hij aldaar bibliothecaris-archivaris. Na enkele jaren ambteloos geleefd te hebben, overleed hij te Gentbrugge bij Gent den 26»ten jUni 1886. Behalve onderscheiden vertalingen leverde hij: „Vaderlandsche Bloemkrans" (1859), „Was Graaf van Egmont inderdaad een verrader" (1860), „Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde" (1861) „Nederduitsche Dichtproeven" (1863) „De Krokodil van Kerselaer enz." (1868), „Arnulphus de Bincho en onze Lieve Vrouw-Kerk van Pamele te Oudenaarde" (1872). „Het stadhuis en de lakenhalle van Oudenaarde" (1872), „De muziekfeesten van Weimar in Duitschland" en talrijke bijdragen en artikelen in dagbladen.

Velde, Jacob Frans van der, een Vlaamsch letterkundige, geboren den 20Bten Maart 1817 te Hamme bij Dendermonde, was eerst werkzaam op het notariskantoor van zijn vader en schreef merkwaardige bijdragen in het Gentsche „Kunsten Letterblad", werd in 1843 medewerker aan het tijdschrift: „Grootmoederken" van Wolf, stichtte het volgende jaar met Sleeckx en DeLaei het staatkundig blad: „Vlaamsch België" en was daarna vertaler van het „Bulletin officie!" en toen corrector aan den „Moniteur Beige". In 1846 aanvaardde hij met Eerevisse en Sleeckx de redactie van het tijdschrift:

Sluiten