Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De veldspaten zijn voor het grootste gedeelte uit eruptieve magma's ontstaan. De kalihoudende en hun verweeringsprodukten zijn voor den landbouw van veel gewicht. Bij de ontleding van veldspaat ontstaat n.1. kaolien en komt kali vrij, waardoor dus een kalihoudende bodem wordt verkregen, waarop de planten weelderig groeien.

Veldsterkte. Zie Veld, electrisch, magnetisch, électromagnetisch.

Veldwacht noemt men in de eerste plaats de wacht, die te velde uitgezet wordt om de troepen te bewaken. In de tweede plaats is veldwacht of rijksveldwacht de naam van een gedeelte van de rijkspolitie, dat bij koninklijk besiuit van den llden November, 1856 werd ingesteld en allengs is uitgebreid. Thans bestaat zij uit ruim 800 man. In tegenstelling met het wapen van de maréchaussée (zie aldaar) staat zij geheel onder het Departement van Justitie. De rijksveldwachters zijn gewapend met karabijn, revolver en sabel en zij zijn behoorlijk geoefend. Hun taak bestaat voornamelijk daarin, dat zij, inzonderheid op het platte land, personen en goederen beschermen en strafbare feiten voorkomen.

Gemeenteveldwachters zijn ambtenaren in dienst van de gemeentepolitie. Zie verder Politie.

Veldwachter. Zie Veldwacht.

Velebit (Velebich), een bergketen in het Karstgebied van Kroatië, strekt zich langs de kust van de Adriatische Zee en verder Z. O. waarts langs de grens van Dalmatië uit. Zij rijst in het W. als een steile, kale rotswand uit de zee op, is op de O. lijke helling met bosschen bedekt en gaat daar langzaam over in het dal van de Lika. In het N. zijn de hoogste toppen: de Rainac (1699 m.) en Plesjivica (1661 m.); in bet Z. bereiken de Bakansji Yrh (1759 m.) en de Sveto Brdo (1750 m.) de grootste hoogte. Over het gebergte loopen verschillende straatwegen, o. a. van Gospic naar Carlopago en van St. Koch naar Obbrovazzo.

Veleda of Velleda, volgens Tacitus een Germaansche wichelares uit den stam der Bructeren, bewoonde een hoogen toren aan de Lippe in het tegenwoordig Westfalen, vertoonde zich zelf nooit, doch gaf aan degenen, die haar kwamen raadplegen, antwoord door een uitverkorene uit haar bloedverwanten. In 69 v. Chr. ondersteunde zij den opstand der Batavieren onder Claudius Civilis en verschafte dezen daardoor den bijstand van onderscheiden Germaansche stammen. Zij overleed waarschijnlijk in gevangenschap te Rome.

Velez Malaga, een distriktshoofdstad in de Spaansche provincie Malaga, gelegen op de Z. lijke helling van de Siërra Tejeda en aan de kustrivier Rio de Yélez, heeft een Moorsch kasteel en telt (1900) 23 586 inwoners, die zich met de teelt van suikerriet, bataten, zuidvruchten, olijven en den wijnbouw bezig houden. 5 km. Z. waarts, aan den mond der rivier, ligt de havenplaats Torre del Mar met een suikerraffinaderij.

Velg. Zie Rijwiel.

Velliag-en Und Klasing;, een Duitsche uitgeversfirma, werd in 1835 te Bielefeld opgericht door August Velhagen en August Klasing. De tegenwoordige vennooten zijn: Johannes Klasing, Wilhelm Velhagen en Fritz Otlo Klasing. In 1864 werd te Leipzig een filiaal gevestigd en in 1873 werd een aardrijkskundige afdeeling aan deze

zaak verbonden. De voornaamste uitgaven van deze firma zijn: „Daheim", een weekblad voor de huiskamer, „Velhagen u. Klasings Monatshefte", een sedert 1886 verschijnend, geïllustreerd maandschrift, Andree's „Allgemeiner Handatlas der Erde" an andere kaartwerken, de geïllustreerde, geschiedkundige werken van König, Stacke, Jager, Knackfusz („Künstlermonographien"), geïllustreerde ,,Monographien zur Kunst-, Welt-, Kulturgeschichte und Geographie" (meer dan 100 deeltjes), benevens verschillende schooluitgaven.

Velites waren de licht gewapende troepen van het Romeinsche legioen (zie aldaar). Zij waren gewapend met een leeren kap, een klein schild, een zwaard en een aantal werpspiesen. Napoleon I gaf dezen naam in 1803 aan 2 door hem opgerichte corpsen van jonge lieden, die nog niet dienstplichtig waren. Elk corps bestond uit 800 man. In 1804 werd ook zulk een ruitercorps opgericht. Na een diensttijd van 3 jaar werden de velites tot luitenant van de linie bevorderd. Na den val van het keizerrijk werden deze corpsen ontbonden. In 1813 werden in Oostenrijk eenige Hongaarsche velitendivisies, uit vrijwilligers bestaande, opgericht.

Vella, Giuseppe, geboren op het eiland Malta omstreeks het jaar 1750, heeft zich berucht gemaakt door een letterkundig bedrog. Hij was kapelaan der Malteezer Orde en grondig bekend met het Arabisch dialect, dat op genoemd eiland gebezigd wordt. Hij vervaardigde handschriften in deze taal en gaf voor, dat hij deze op zijn reizen gevonden had. Zij bestonden uit verloren geraakte boeken van Livius, oorkonden, betrekking hebbende op de heerschappij der Noormannen op Sicilië, brieven, gewisseld tusschen Arabische stadhouders enz. Nadat hij de gunst van den koning van Napels had weten te winnen, begon hij in 1798 op diens kosten gemelde stukken uit te geven in het Arabisch met een Italiaansche vertaling, namelijk een „Codice diplomatica di Sicilia sotto il governo degli Arabi (5 dln.), het eerste deel van Livius, en de briefwisseling onder den titel „Kitab divan Mesr; Libro di coneilio di Egitto". Weldra echter brachten twee geleerden, Hager en Tychsen, het bedrog aan den dag. Vella werd van zijn waardigheden ontzet en tot de gevangenis veroordeeld, waarin hij in 1824 overleed.

Vellejus Paterculus, Gajus, een Romeinsch geschiedschrijver, vergezelde als praefectus equitum Tiberius op zijn veldtochten, werd in 15 tot praetor benoemd en vervaardigde in 30 een schets van de Romeinsche geschiedenis onder den titel: „Historiae Romanae ad M. Vinicium libri II", doch het eerste van die beide boeken is nagenoeg geheel verloren geraakt. Het werk is, ondanks de vleierijen tegenover Tiberius en Sejanus, een belangrijke geschiedkundige bron en geeft waardevolle karakterschetsen. Het bewaard gebleven gedeelte werd in 1515 in de abdij Muhrbach in den Elzas ontdekt, en dit handschrift, later verloren gegaan, is in 1520 door Rhenanus uitgegeven. Er bestaan o. a. uitgaven van Kritz (1840), Halm (1876) en Ellis (1898).

Velletri, een arrondissementshoofdstad in de Italiaansche provincie Rome, aan den voet van het Albaansche gebergte, aan 2 spoorwegen gelegen, verheft zich 401 m. boven den zeespiegel.

Sluiten