Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn geschriften vermeiden wij: „Tafereelen uit de openbaring van Johannes" (1845), „Langs de oevers van Maas en Rijn" (1660), „Bij den watersnood van 1861" (1861), „Gedichten" (186*2), „Levensgeschiedenis van Jezus Christus" (1862), „Jezus' zondeloosheid" (1862), „Zes weken in het noorden" (1867) en „De goddelijke comedie van Dante Alleghieri vertaald en verklaard" (1874), benevens een groot aantal brochures, opstellen in tijdschriften enz. Hij overleed den 9de° Januari 1892.

Velaen, Simon van, een Nederlandsch godgeleerde, geboren te Amsterdam den 14den December 1809, studeerde in de theologie, werd predikant bij de Hervormde gemeente te Drogeham, later bij Christelijke Gereformeerde gemeenten en eindelijk hoogleeraar aan de theologische school te Kampen Hij schreef: „Stemmen eens wachters" (1836), „Verantwoording wegens godsdienst" (1836), „De verdrukte gemeente" (1837), „Brief over het oefenen" (1838), „De zalige dooden" (1842), „Apologie der kerkelijke afscheiding in Nederland" (1848), „Gedachtenis en rede bij de aanvaarding der betrekking bij de Theologische school" (1855), „Feeststoffen" (1862), „De getrouwheid van den Evangeliedienaar" (1864), „De waarde der symbolische schriften" (1866), „Wittenberg-Wezel-Dordrecht" (1869), „Belijdenis des geloofs" (1868), „De roeping der Kerk" (1873), „Gedachtenis en bede" (1876), „De prediking met betrekking tot den tegenwoordigen tijd" (1878), „Gods vrijmacht" (1878), „Het ambt der overheid" (1883 en 1884), „De vrijmoedigheid, een vereischte van den dienaar des woords" (1883), „Gedenkschrift der Christelijke Gereformeerde Kerk" (1884), en verschillende brochures en bijdragen in tijdschriften.

Ven, Elize van de, een Nederlandsch onderwijskundige, geboren te Edarn den 5den October 1833, studeerde en promoveerde te Leiden in de wisen natuurkunde, werd in 1856 leeraar aan het gymnasium te Leiden, in 1864 directeur van de hoogere burgerschool te Haarlem, bekleedde van 1860 tot 1872 de betrekking van schoolopziener en schreef o.a.: „Beginselen der kosmograph:e" (1869), „Een brief over middelbaar onderwijs, geschreven aan S. A. Naber" (1866), „Godsdienstonderwijs en openbaar onderwijs" (1868), „Het Christelijk paedagogisch beginsel in de wet op het lager onderwijs" (1869), „Een valsche munter enz." (1871) en „Onze hoogere burgerscholen" (1873).

Venalssin, een voormalig graafschap in het zuiden van Frankrijk tusschen de Rhöne en de Durance, omvatte de arrondissementen Avignon en Carpentras en deelen van Apt en Orange, met de hoofdstad Avignon. In den Keltischen tijd was het het land van de Cavaren en de Vocontiërs, behoorde ten tijde van het Arelatische koninkrijk aan de graven van Arles en sedert 1125 aan de graven van Toulouse. Door het huwelijk van de dochter van Raimond VII met Alfonse de Poitiers, een broeder van Lodewijk IX, kwam het aan het Fransche koningshuis, dat het in 1274 aan paus Gregorius X afstond. Tot 1791 hield de Pauselijke Stoel het in bezit, toen werd het, na een volksopstand, door de Constituante met Frankrijk vereenigd, welke vereeniging bij den Vrede van Tolentino (1797) werd bekrachtigd.

Vendée, een Fransch departement, alzoo geheeten naar de rivier van dien naam, die na een loop van 70 km. uitmondt in de Sèvre Niortaise, is omgeven door de departementen Loire-Liférieure, Maine-et-Loire, Deux Sèvres, Charente Inférieure en den Atlantischen Oceaan, en telt op 7016 v. km. (1906) 442 777 inwoners. Dit departement ligt gedeeltelijk op het stroomgebied van de Loire, welke er de Sèvre Nantaise met de Maine en de Acheneau met de Boulogne ontvangt, en wordt gedeeltelijk door eenige kustrivieren besproeid. De bodem is er zeer verschillend: men heeft er Le Marais of het moerasland, een zandige en lage streek langs de zee, die men door kanalen en dammen vruchtbaar heeft gemaakt, Le Bocage, waar men groote uitgestrektheden heide aantreft, maar ook veel bosch, ooft- en wijngaarden, en La Plaine, een dorre, schraal besproeide vlakte. Tot dit departement behooren ook de eilanden Noirmoutier en Yeu, welke van alle kanten door klippen omgeven zijn. Men verbouwt er tarwe, gerst, rogge, boekweit, groenten, aardappelen, vlas, hennep, koolzaad en wijn. Het delfstoffenrijk levert steenkolen, ijzer, lood, antimonium, graniet, hydraulische kalk, molensteenen en „Vendeesche diamanten." Verder komen er minerale bronnen voor. Het klimaat is vochtig, doch niet ongezond. De voornaamste bronnen van bestaan zijn landbouw, veeteelt, zoutwinning en visscherij. De nijverheid is nog weinig ontwikkeld. Men heeft er een lyceum en 2 gemeentelijke colléges. Dit departement is verdeeld m 3 arrondissementen en heeft La Roche sur Yon tot hoofdstad.

De bevolking van het geheele kustgewest der Vendée, dat het grootste gedeelte van het aloude Poitou, alsmede een gedeelte van Anjou en Bretagne, tezamen 20 000 v. km., omvat, onderscheidde zich in karakter en leefwijze van de overige inwoners van Frankrijk en was van het begin af aan weinig ingenomen met de Revolutie van 1789. De adel en de geestelijkheid hadden er veel invloed en waren diep gekrenkt door het verlies van hun voorrechten en door de kerkelijke wetten, die ook veel tegenstand bij de boeren ondervonden. Reeds in 1791 hadden er hier en daar volksbewegingen plaats. Door den val van het koningschap en de terechtstelling van Lodewijk XVI klom de verbittering en toen den 10den Maart 1793 een groote lichting van recruten zou plaats hebben, ontstonden op en aantal plaatsen oproeren. Gemis aan krijgskundige bekwaamheid werd opgewogen door een grondige kermis van het terrein, en toen de adel zich aan hun zijde schaarde, kregen de landlieden een uitstekenden bevelhebber in Larochejacquelei/n, die den 26sten Mei 1793 bij Fontenay le Comte een schitterende overwinning behaalde en den 10den Juni Saumur veroverde. Na den dood van den opperbevelhebber, den vroegeren voerman Cathelineau, nam baron cTElbée zijn plaats in. Inmiddels besloot de Nationale Conventie, twee groote leger? bij La Rochelle onder Bossignol en bij Brest onder Canclaux bijeen te trekken en alzoo de kust af te sluiten. Tegelijkertijd werden er verschillende decreten tegen de Vendée uitgevaardigd. Niettemin behaalden de Vendéers bij Chantonay en Torfou de overwinning, doch leden bij Cholet de nederlaag, waar (CElbée sneuvelde. Om zich levensmiddelen te verschaffen, Bretagne in op-

Sluiten