Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drijvende Republieken ontbrandde dan ook in 1294, met nieuwe hevigheid. Na afwisselenden voorspoed werd de Venetiaansche vloot onder Andrea Dandolo in 1298 door de Genueezen, bijna geheel vernietigd, waarop in het volgende jaar te Milaan de vrede gesloten werd. Onder den doge Piétro Gradenigo (1297) werd de aristocratischoligarchische constitutie ingevoerd door middel van het sluiten van den Grooten Raad serrata del Maggior Consiglio), doordien het voormalig, jaarlijks te kiezen college veranderd werd in een gesloten club van erfelijke aristocraten; de families der Nobili, die daartoe behoorden, werden later in het Gouden Boek van de Republiek opgeschreven. Ten gevolge van herhaalde samenzweringen van den gekrenkten adel en van het volk (bijv. die van Tiepolo in 1310) werd in 1335 de Raad van Tien (Consiglio de Dieci), een lichaam met onbeperkte politiemacht bekleed en aanvankelijk slechts voor den tijd van twee maanden ingesteld, tot een organische instelling der republiek verheven. Daardoor bleef het aristocratisch bestuur gehandhaafd. In de l6de eeuw werd als orgaan van den Raad van Tien het college van de staatsinquisitoren ingevoerd. Onder Francesco Dandolo werd het landschap Treviso bij Venetië gevoegd, in een oorlog tegen Hongarije verloor het in 1358 de kusten van Dalmatië. Voorspoediger was de republiek onder Andrea Contarini (1367—1382) in een oorlog tegen Padua. Ook Genua moest na een strijd van 130 jaren het onderspit delven, daar zijn vloot den 238ten December 1379 bij Chioggia vernietigd en zijn leger in Juni 1380 tot capitulatie gedwongen werd, waarna het in 1381 den Vrede van Turijn sloot en de opperheerschappij van Venetië ter zee erkende. Kort daarna (1387) kwam Korfu onder het gezag der Venetianen.

Met den vrede met Genua neemt het glansrijkst tijdperk der geschiedenis van Venetië een aanvang. Vicenza, Verona, Bassono, Feltre, Belluno en Padua werden in 1404 en 1405, Dalmatië in 1420, Friaul in 1421, Brescia en Bergamo in 1428, Ravenna in 1441, Crema in 1448, de eilanden Zante en Kephalonia in 1483, Rovigo in 1484 bestanddeelen van het Venetiaansch gebied, terwijl in 1489 de weduwe van den laatsten koning van Cyprus ook dit eiland afstond aan de republiek. In het begin van de 15de eeuw stond de republiek op het toppunt van haar macht. Handel en nijverheid, kunsten en wetenschappen bloeiden; in het binnenland zoowel als in het buitenland genoot haar regeering het hoogste aanzien. Langzamerhand echter begon haar bloei af te nemen. Door de ontdekking van den waterweg naar Oost-Indië (1498) verloor Venetië een aanzienlijk gedeelte van zijn handel, de Osmanen bemachtigden na de verovering van Konstantinopel al haar bezittingen in den Archipel en op Morea, alsmede Albanië en Negroponte. De republiek zocht deze verliezen voor uitbreiding van haar gebied op het vaste land en door vermeerdering van haar invloed in Italië te vergoeden, aanvankelijk met goed gevolg. Inmiddels wekte zij door haar aanvallende staatkunde en door haar aanmatiging den tegenstand van andere mogendheden, die omstreeks het jaar 1500 oorlog voerden om het bezit van Italië. De Liga, den 10den December 1508, te Cambrai gesloten tusschen den paus, den keizer en de ko¬

ningen van Frankrijk en van Aragon, had de vernietiging der Venetiaansche republiek ten doel. Het gelukte echter aan laatstgenoemde, haar vijanden van elkander te verwijderen door den 5den October 1511 de Heilige Liga met Spanje en den paus en den 14den Maart 1513 een verbond met Frankrijk tot stand te brengen. Toen eindelijk den 15den Januari 1517 de vrede gesloten werd, kreeg Venetië het verloren Verona terug, maar moest Cremona, de oevers der Adda en Ravenna afstaan, ook bleven Roveredo, Riva en Gradisca in de macht van den keizer. Daar de Osmanen in 1570 het eiland Cyprus veroverden, voegde zich Venetië bij de door den paus tot stand gebrachte liga en haar vloot nam deel aan den slag bij Lepanto; Cyprus bleef echter aan de Osmanen. In 1645 ontbrandde een nieuwe oorlog tegen de Porte wegens het bezit van Kandia, die eerst in 1669, in weerwil van een schitterende overwinning van den Venetiaanschen veldheer Francesco Morosini, met het verlies van dit eiland eindigde. Eerst de nederlaag der Turken voor Weenen in 1683 schonk aan de republiek gelegenheid om met Oostenrijk, Polen en Rusiand een verbond tegen de Porte te sluiten. Francesco Morosini streed voorspoedig, doch Venetië verkreeg bij den Vrede van Karlowitz in 1699 slechts Morea, de eilanden Aegina en Santa Maura, Castelnuovo aan het kanaal van Cattaro en eenige plaatsen in Dalmatië. Venetië nam geen deel aan den Spaanschen Successie-oorlog, het had echter veel van de Oostenrijksche en Fransche troepen, die er doortrokken, te lijden. Na een nieuwen oorlog tegen Turkije verloor het bij den Vrede van Passarowitz (Juli 1718) Morea, maar behield Korfu en Dalmatië. Na dien tijd trad de republiek in de staatkundige aangelegenheden van Europa niet weder op den voorgrond. In 1722 beliep het aantal inwoners 2x/2 millioen, haar inkomsten bedroegen 6, haar schulden 28 millioen ducaten. Gedurende den oorlog van Karei VI tegen Turkije (1736—1739) bepaalde zich Venetië tot het beschermen van zijn handel tegen de Berberijsche zeeroovers, doch had voortdurende oneenigheden met de Porte. In de oorlogen, die na de Fransche revolutie ontstonden, trachtte de republiek onzijdig te blijven, wat haar ondergang tengevolge had. Napoleon verklaarde haar naar aanleiding van de volksopstanden, die in 1797 op de Terra ferma uitbraken, den oorlog. Tevergeefs trachtte zij den overwinnaar daardoor te verzoenen, dat de Groote Raad afstand deed van haar macht en alzoo de aristocratische grondwet na een bestaan van 14 eeuwen in een democratische veranderde. De laatste doge, Luigi Manin, deed den 12den Mei 1797 afstand van zijn waardigheid, die hij aan een voorloopige regeering overdroeg. Den 16de" trokken 3 000 Franschen Venetië binnen, dat nog nooit door vijandelijke troepen betreden was. Bij den Vrede van Campo Formio werd het geheele gebied aan deze zijde van de Adige met Dalmatië en Cattaro aan Oostenrijk afgestaan en het gedeelte aan de overzijde van de Adige aan de Cis-Alpijnsche republiek (later koninkrijk Italië) toegevoegd. Bij den Vrede van Preszburg (26 December 1805) kwam ook het Oostenrijksche deel met Dalmatië aan de Cis-Alpijnsche republiek. Na den Vrede van Weenen (1809) werden de beide departementen Passerino (hoofdstad Udine) en Istrië (hoofdstad Capo d'Istria) bij de Illyrische

Sluiten