Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

provinciën van Frankrijk gevoegd, bij den Eersten Vrede van Parijs (1814) werd Venetië met zijn gebied wederom onderworpen aan Oostenrijk, dat nu de Italiaansche provinciën tot een Lombardiseh-Venetiaansch Koninkrijk (zie aldaar) vereenigde. In 1830 kreeg Venetië een vrijhaven.

De volksbewegingen in Italië in 1847 werden ook in Venetië met geestdrift begroet. Daniël Manin en Tommaseo leverden verzoekschriften in bij de regeering, waarin zij wezen op talrijke gebreken van het bestuur en den wensch naar verbetering uitten. Men antwoordde met de vermetele verzoekers in hechtenis te nemen (18 Januari 1848) en den staat van beleg af te kondigen. Na de revolutie te Ween en werden zij echter weder in vrijheid gesteld. Manin plaatste zich na den opstand te Milaan aan het hoofd van de volksbeweging, deed een aanslag op het arsenaal en noodzaakte den commandant der stad, graaf Zichy, tot een verdrag, waarbij zonder slag of stoot de burgerlijke en militaire regeering der Oostenrijkers afgezet, de verwijdering van alle niet-Italiaansche troepen toegezegd en de stad met al haar oorlogsmateriaal in handen der opstandelingen geleverd werd. Den 23sten Maart werd de republiek San Marco afgekondigd. Manin werd het hoofd van de voorloopige regeering. Den 3dcn Juli vergaderde de Assemblea, door dit Bewind bijeengeroepen, en verklaarde zich voor de aansluiting aan Sardinië, waarna Manin het bestuur nederlegde en vervangen werd door een nieuw ministerie met Castelli aan het hoofd. Na den tegenspoed der Sardiniërs brak er weder een opstand uit, zoodat het bestuur ontslagen, de Sardinische krijgsmacht verwijderd en Manin met het dictatorschap bekleed werd. Den 7den Maart 1849 werd hij tot president van de republiek benoemd. Nadat de Piemonteezen wederom de nederlaag hadden geleden bij Novara, eischte de Oostenrijksche generaal Eaynau, als bevelhebber van het belegeringskorps, de stad op, maar de Assemblea, door Manin aangespoord, nam het besluit, de stad tot het uiterste te verdedigen. Na een geweldig bombardement viel het fort Malghera in handen der Oostenrijkers. Den 228ten Augiistus gaf de stad zich op zeer gematigde voorwaarden over. Venetië verloor zijn vrijhaven en herkreeg deze eerst in Juli 1851. De staat van beleg werd den lsten Mei 1854 opgeheven. Na den Italiaanschen oorlog van 1859 bleef Venetië bij den Vrede van Villafranca aan Oostenrijk, dat in weerwil van zijn geldelijke ongelegenheid weigerde, het gebied tegen een aanzienlijke som aan Italië af te staan. Eerst na den slag van Königgratz stond het Venetië af aan keizer Napolecm III, die het toewees aan het koninkrijk Italië. Nadat de Oostenrijkers den 8sten October het land ontruimd hadden en het volk den 22slel> van die maand zich met nagenoeg algemeene stemmen voor een aansluiting aan Italië verklaard had, werd Venetië bij dat koninkrijk ingelijfd, zoodat Victor Emanuel er den 7den November 1866 zijn intocht hield.

Venetienne, een Italiaansche of Fransche zijden stof, wordt van de fijnste Italiaansche zijde vervaardigd. Ook verstaat men er een licht gewalkte en gekaarde wollen stof onder.

Veneziano. Zie Bonifazio.

Venezuela, Vereenigde Stalen van (zie de kaart bij Columbia), is de naam van een foederatieve repu¬

bliek in Zuid-Amerika. Zij grenst in het noorden aan de Caribische Zee, in het noordoosten aan den Atlantischen Oceaan, in het Oosten aan Britsch Guyana, in het zuiden aan Brazilië en in het westen aan Columbia, en heeft een oppervlakte van 942 300 v. km. De bodem is gedeeltelijk bergland, gedeeltelijk vlak. Men kan het bergland in 3 bergstelsels verdeelen. Het eerste bestaat uit de vertakkingen van de oostelijke Cordillera, welke zich bij Pamplona scheiden. De hoofdtak loopt van Pamplona voort in een oost-noordoostelijke richting en vormt het hooggebergte der republiek met eenige boven de sneeuwlijn gelegen toppen, zooals de Siërra Nevada van Merida (4581 m.), de Paramos van Mucuchies (4230 m.), de Salado (4220 m.), en de Conejos (4180 m. hoog). Het tweede stelsel, het kustgebergte van Venezuela, vormt een afzonderlijk gedeelte en bestaat uit een dubbele keten, waarvan de gemiddelde hoogte slechts 1650 m. bedraagt. Het bevat de schoonste en best bebouwde gedeelten van het land. In het O. reikt dit gebergte tot aan de Golf van Paria. De hoogste toppen van de noordelijke keten zijn de Silla de Caracas (2665 m.) en de top van Naiguata (2782 m.); in de zuidelijke keten verheft zich de Turumiquiri (2048 m.). Evenwijdig met deze ketens kan men op de eilanden vóór de kust en op sommige kustgedeelten nog een derde keten waarnemen. Het derde volkomen zelfstandige stelsel is dat der Siërra Parima (zie aldaar). De vlakte is verdeeld in llano's en savanna's. De eerste beslaan een vierde gedeelte van het grondgebied der republiek en strekken zich van de zuidelijke helling van het kustgebergte en van de Cordillera van Merida als een graszee uit tot aan den Orinoco en de Rio Guaviare, in het noorden begrensd door de Cordillera en in het zuiden door de oorspronkelijke wouden van Guyana (zie verder Llano's). De savanna's, op den rechter oever van den Orinoco, onderscheiden zich van de llano's door een afwisseling van bouw- en weilanden, heuvels en bosschen en zijn niet, zooals eerstgenoemde, blootgesteld aan overstrooming. Werkzame vulkanen komen in Venezuela niet voor, aardbevingen zijn daarentegen niet zeldzaam en dikwijls vreeselijk (zie Caracas). De besproeiing is er zeer rijk. Bijna */? van het land behoort tot het stroomgebied van den Orinoco; verder vindt men er het stroomgebied van de Cuyuni (Essequibo), van den Rio Negro, van de Golf vanMaracaïbo, van de Golf van Paria en van de Caribische Zee.

Het land ligt voor het grootste deel in den heeten gordel (Tierra caliente). Deze strekt zich uit van de zee tot een hoogte van ongeveer 700 m., en heeft een gemiddelde temperatuur van 26° C. De gematigde gordel (Tierra templada) ligt tusschen 700 en 2000 m. De warmste maanden zijn er April en Mei, waarin de thermometer zelden meer dan 25° C. aanwijst, de koudste December en Januari, waarin hij des ochtends en des avonds tot 15° C. kan dalen. De koude gordel (Tierra jria) eindelijk ligt tusschen 2000 m. en de sneeuwlijn, die er tusschen 6 en 8° N. Br. een hoogte bereikt van 4520 m., maar in koude jaren 400 m. kan dalen. De gemiddelde warmtegraad is hier 2—3° C. In den zomer heerschen in Venezuela in het algemeen noordoostenwinden, in den winter is de wind meest zuid en zuidoost. Over 't algemeen is het klimaat niet ongezond en zelfs in de kuststreek komt gele koorts zelden voor.

Het plantenrijk vertoont een groote verscheiden-

Sluiten