Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreemde mogendheden kwam hij door zijn willekeurige handelingen voortdurend in conflict.Hij legde b.v. beslag op Engelsche schepen, beroofdedeAmerikaansche asfaltmaatschappij en de Duitsche spoorwegmaatschappij van haar rechten enz.Tengevolge daarvan traden Engeland en Duitschland gezamenlijk tegen de republiek op; hun gezanten verlieten den 88,en December 1902, na het overreiken van een ultimatum, Caracas. De Venezuelaansche regeering gaf een ontwijkend antwoord,waarna dezemogendheden beslag legden op haar vloot en de havens blokkeerden, waaraan ook Italië deelnam. Daar de hulp van de Vereenigde Staten uitbleef, was Casiro gedwongen toe te geven, waarop de blokkade den 15aen Februari 1903 opgeheven werd. De bepalingen van het verdrag werden echter niet uitgevoerd. Steunende op den onderlingen naijver van de mogendheden, bleef Castro in zijn vroegere houding tegenover het buitenland volharden, zoodat er o. a. conflicten met Frankrijk, met de Vereenigde Staten en vooral met Nederland ontstonden. Herhaaldelijk waren er vroeger tusschen ons land en de republiek moeilijkheden gerezen wegens smokkelhandel in wapenen enz., van Cura^ao uit gedreven, en vooral wegens het niet krachtig genoeg beletten onzerzijds, dat van Cura^ao uit complotten e;i samenzweringen tegen het openbare gezag in Venezuela werden op touw gezet. Zelfs kwam het daarover in 1894 tot het afbreken der diplomatieke betrekkingen. Deze werden eenige maanden later weder hersteld bij een protocol, waarbij de Nederlandsclie regeering liaar voornemen te kennen gaf „om met alle haar ten dienste staande middelen te verhinderen elke samenspanning, aanranding of andere handeling, strijdig met de openbare orde in Venezuela, afwijkende van de beginselen der meest strikte onzijdigheid jegens de erkende regeering van dat land, overeenkomstig de regels vastgesteld door het volkenrecht, en zij zal in dien geest aan de overheden harer koloniën Curacao, Bonaire, Aruba, St. Martin, St. Eustatius en Saba, de ter zake bestaande formeele instructiën hernieuwen".

Sedert die overeenkomst, welke ten doel had „de gedachtenwisseling over en het onderzoek van alle oude geschilpunten voor goed te doen eindigen", werd de kusthandel van Curacao op Venezuela voortdurend op lastige en plagerige wijze bemoeilijkt. In het bijzonder waren gedurende de laatste jaren die daden veelvuldiger en ernstiger, kortom ondragelijk geworden. Toen nu in 1908 een schip, uit La Guavra afkomstig, wegens het heerschen der pest in Venezuela, te Willemstad in quarantaine werd gehouden, vaardigde Castro den 14den Mei zulke besluiten uit ten opzichte van den handel van Curacao op Venezuela, dat deze daardoor feitelijk werd vernietigd. Het verzet van onzen gezant, den heer de Reus, baatte niet, deed zelfs door een minder gelukkig gekozen uitdrukking de verbolgenheid van Castro slechts toenemen en gaf, in verband met een artikel van den heer de Reus over de geschillen in het Nederlandsche tijdschrift „Hou en Trouw" aanleiding, dat onze gezant van de Venezolaansche regeering zijn paspoort ontving. Wij besloten thans handelend op te treden en zonden eenige oorlogsschepen naar de kust van Venezuela tot een vreedzame blokkade. Terwijl de spanning haar hoogtepunt bereite, verliet Castro zijn land, om zich te Berlijn aan een geneeskundige

operatie te onderwerpen. Daardoor staken zijn tegenstanders krachtiger het hoofd op, en toén onze schepen zich van twee vijandelijke oorlogsschepen meester maakten en ook de Vereenigde Staten, die oude grieven tegen Venuzuela hadden oorlogsschepen zonden, veranderde de vice-president Gomez van taktiek. De aanhangers van Casiro werden, onder beschuldiging van een samenzwering tegen Gomez, uit hun ambten ontzet, Castro van zijn waardigheid vervallen verklaard, terwijl Gomez de regeering aanvaardde. Of de samenzwering werkelijk bestaan heeft, is niet uitgemaakt. Gomez nam aanvankelijk een verzoenende houding tegenover de vreemde mogendheden aan, zoodat in Januari 1909 onze oorlogsschepen de wateren van Venezuela verlieten. Toch werdén de moeilijkheden met het buitenland tot heden niet opgelost. Aan de langdurige onderhandelingen tusschen Nederland en den Venezuelaanschen gezant Paul kwam in Juni 1909 een einde, doordat de regeering van Venezuela hem desavoueerde, en ook de later gevoerde nieuwe onderhandelingen met zijn opvolger brachten tot dusver geen verandering in de bepaling, dat van de waren, die van Nederlandsch West-Indië en van het Engelsche eiland Trinidad worden ingevoerd, 30% boven de gewone rechten betaald moeten worden. Sommigen meenen dit aan een geheimen invloed van de Vereenigde Staten te moeten toeschrijven, die van een vermindering van den Nederlandschen en den Engelschen handel voordeel zullen trekken. Castro heeft herhaaldelijk beproefd opstanden in Venezuela te verwekken, echter tot dusver zonder resultaat. In Mei 1910 werd Gomez voor 6 jaar tot president gekozen.

Venhuizen, een gemeente in de provincie Noord-Holland, 1987 H. A. groot met (1910) 2003 inwoners, wordt begrensd door de Zuiderzee en door de gemeenten Bovenkarspel, Grootebroek, Hoogkarspel, Westwoud, Blokker en Wijdenes. De bodem bestaat uit zeeklei. Het voornaamste middel van bestaan is veeteelt. Ook wordt er landbouw uitgeoefend. De gemeente bevat de dorpen Venhuizen en Hem, en de gehuchten Tersluis, DeWeer, Elba, De Hout en Hofmolen.

Het dorp Venhuizen bestaat uit een aantal wijken. De voornaamste gebouwen zijn het gemeentehuis, de Hervormde kerk en de Roomsch-Katholieke kerk.

Vening- Meinesz, Sjoerd Anne, geboren den 20sten Februari 1833 te Harlingen, studeerde aan het Athenaeum te Amsterdam en promoveerde in 1856 te Leiden op een dissertatie, getiteld: „Geschiedenis der staatsregterlijke bepalingen betrekkelijk de vervaardiging van wetten en algemeene beginselen, die hierbij behooren te gelden." Na zijn promotie vestigde hij zich als advocaat te Amsterdam, waar hij van 1860 tot 1866 hoofdredacteur was van het „Algemeen Handelsblad." In Januari 1866 werd hij tot lid van den gemeenteraad gekozen, die hem in 1869 het wethouderschap van financiën opdroeg. In 1875 kreeg hij zitting in de Tweede Kamer, welken zetel hij behield tot 1881, toen hij benoemd werd tot burgemeester van Rotterdam. Vanaf 1884 was hij lid der Eerste Kamer* van October 1891 tot Mei 1901 burgemeester van Amsterdam. Hij was commandeur in de Orde van den Nederlandschen Leeuw. Den 26sten December 1909 overleed hij te Amersfoort,

Sluiten