Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijze van geldschieting (commandite), en 3°. Naamlooze vennootschap. De eerste wordt door 2 of meer personen aangegaan om onder gemeenschappelijken naam handel te drijven. Elk der vennooten, die er niet van is uitgesloten, is daarbij bevoegd ten name der vennootschap te handelen en zijn medevennooten te verbinden; dit is een punt van verschil met de burgerlijke maatschap. Een ander verschilpunt is, dat de vennooten onder firma hoofdelijk of solidair aansprakelijk zijn. (Zie verder firma).

Vennootschap en commandite bestaat tusschen een of meer aansprakelijke personen en een of meer geldschieters. Behoudens een uitzondering mag de naam van deze laatsten in de firma niet worden gebezigd; ook mogen dezen geen daad van beheer verrichten of inde zaken van de vennootschap werkzaam wezen, op straffe van voor alle verbintenissen der vennootschap hoofdelijk aansprakelijk te worden. Hun gewone aansprakelijkheid gaat niet verder dan tot het bedrag der gelden, waarvoor zij hebben deelgenomen. Vennootschappen onder firma worden aangegaan bij authentieke of bij onderhandsche akte. De vennooten zijn verplicht, de akte in de daartoe bestemde registers te doen inschrijven ter griffie van de arrondissements-rechtbank of het kantongerecht en een uittreksel daarvan te plaatsen in het officieel dagblad en in een plaatselijk nieuwspapier. Een naamlooze vennootschap heeft geen firma en draagt ook niet den naam van een of meer vennooten, maar ontleent dien aan het voorwerp harer onderneming. Voor haar oprichting is noodig een rwtarieele akte. Op deze akte of het ontwerp daarvan moet zijn verleend de Koninklijke bewilliging; eerst daarna is de veimootschap tot stand gekomen. De bewilliging wordt verleend, indien de vennootschap niet strijdt met de goede zeden en de openbare orde en de akte geen bepalingen bevat tegen hetgeen bij de artt. 38 tot en met 65 van het Wetboek van

Koophandel is voorgeschreven. Het l/s deelvan het maatschappelijk kapitaal moet volteekend zijn, zal de bewilliging verleend kunnen worden. Bij elke verandering in de voorwaarden en bij verlenging wordt een dergelijke bewilliging vereiscbt. De vennooten zijn verplicht, de akte in haar geheel met de Koninklijke bewilliging te doen inschrijven in de daartoe bestemde openbare registers en openbaar te maken in het officieel dagblad, terwijl daarvan ook nog in andere dagbladen aankondiging behoort te geschieden. Het kapitaal der naamlooze vennootschap wordt verdeeld in actiën of aandeelen op naam of in blanco. Geene actiën kunnen in blanco worden uitgegeven, zoolang haar vol bedrag niet gestort is in de kas der maatschappij. De aandeelhouders zijn niet verder aansprakelijk dan tot volstorting van hun aandeel; zij kunnen door de schuldeischers der vennootschap niet rechtstreeks worden aangesproken. Veelal wordt niet terstond het volle bedrag der aandeelen gestort; de wet bevat hieromtrent alleen de bepaling, dat de vennootschap geen aanvang kan nemen, indien niet ten minste tien ten honderd van het kapitaal gestort zij. De vennootschap wordt beheerd door daartoe van wege de vennooten aangestelde bestuurders of directeuren, deelgenooten of anderen, met of zonder toezicht van commissarissen. De naamlooze vennootschap moet voor een bepaalden tijd worden aangegaan. Zoodra het kapitaal een verlies van 60 % heeft ondergaan, zijn de bestuurders verplicht, daarvan aankondiging

te doen, en zoodra dat verlies 76 % beloopt, is de vennootschap van rechtswege ontbonden. Ten einde ontbinding te voorkomen, kan een reservekas worden opgericht. De aandeelhouders ontvangen een aandeel in de winst of dividend. Vaste renten mogen niet worden bedongen, maar wel mag worden bepaald, dat bet dividend nooit meer zal bedragen dan zeker maximum.

De vennootschappen, in het bijzonder de naamlooze, spelen in het tegenwoordige maatschappelijk leven een groote rol. Naarmate in vele takken van bedrijf het kleinbedrijf verdrongen is door het grootbedrijf, dat zich minder goed leent voor uitoefening voor rekening van één persoon, is de oprichting van

naamlooze vennootschappen toegenomen. uagenjKs worden nieuwe vennnootschappen opgericht en worden bestaande bedrijven in den vorm van naamlooze vennootschappen omgezet.

Dat de wettelijke regeling der naamlooze vennootschappen onvoldoende is, wordt door iedereen toegegeven. DeKoninklijkebewilliging geeft, nu zij slechts op een formeel onderzoek steunt, geenerlei waarborg voor de soliditeit der onderneming. Voldoend toezicht op de bestuurders ontbreekt; de commissarissen oefenen veelal slechts in naam toezicht uit, zonder aat zij deswege aansprakelijk kunnen worden gesteld. Velen worden door schoone voorspiegelingen in het prospectus verlokt tot het nemen van aandeelen en als later die voorspiegelingen onjuist blijken, is er niemand op wien zij verhaal kunnen nemen. Derden worden door een schijn van soliditeit aangelokt zaken met de vennootschap te doen, terwijl bij een onderzoek, waartoe zij tegenwoordig gewoonlijk niet in staat zijn, zou blijken, aat aan de soliditeit heel wat ontbreekt.

Bij Koninklijke Boodschap van 14 Febniari 1910 is bij de Tweede Kamer ingediend het ontwerp eener nieuwe wetgeving op de naamlooze vennootschappen. De Koninklijke bewilliging is daarin vervallen. De grondslagen van het ontwerp zijn de openbaarheid van de inrichting van en de machtsverdeeling in de naamlooze vennootschap; voorts de bescherming van het vermogen der vennootschap, dat tegenover derden in de plaats treedt van voor de verbintenissen der vennootschap aansprakelijke personen, en in verband daarmede een regeling van den inbreng van andere zaken dan geld, waarbij vaak meer wordt gelet op de belangen van inbrengers dan op die der naamlooze vennootschap; in de derde plaats de regeling der persoonlijke aansprakelijkheid van oprichters, bestuurders en commissarissen, zoo jegens de aandeelhouders als jegens derden die door hun onrechtmatige handelingen benadeeld zijn; eindelijk regeling van de positie van de minderheid der aandeelhouders die thans te eenenmale aan de willekeur der meerderheid is overgeleverd. Het ontwerp brengt verscherping en aanvulling van thans reeds bestaande strafbepalingen; het bevat belangrijke voorschriften omtrent de balans en winst- en verliesrekening, waaronder dat betreffende de verplichte openbaarmaking dezer stukken ; het geeft regeling omtrent de afsluiting van de voor de vennootschap meest gewichtige overeenkomsten; het omschrijft de taak van bestuurders en commissarissen en stelt hun verantwoordelijkheid vast; het bepaalt de aansprakelijkheid ter zake van het prospectus; het geeft aandeelhouders en ook derden de bevoegdheid in eenige meer gewichtige

Sluiten