Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en dikwijls ook, hoewel niet steeds, met vuurverschijnselen. Naast dit snel verloopende proces kent men echter ook een zoogenaamde langzame verbranding, bij welke de temperatuursverhooging veelal een zeer geringe of zelfs een niet waarneembare is en die in de natuur een zeer belangrijke rol speelt (zie Zuurstof).

Verbrandingsmotoren (zie de platen) vormen één van de beide groepen, waarin de motoren (zie aldaar) gesplitst kunnen worden. Terwijl het aantal soorten explosiemotoren (zie aldaar) zeer groot is, vallen bij de verbrandingsmotoren in hoofdzaak slechts drie soorten te onderscheiden: de Diesel-, de Heete lucht- en de Bronsmotor.

De Dieselmotor (Plaat II, fig. 2) wordt in ons land vervaardigd door de „Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmateriaal te Amsterdam." Hij werd in Brussel met den Grand Prix bekroond en wordt vervaardigd voor stationnaire motoren in afmetingen van 20—1200 E. P. K. en met 1 tot 4 cylinders. Zij worden gebezigd voor industriëele doeleinden, electrische Centralen en Poldergemalen. De grootere motoren zijn geheel gesloten en gebruiken slechts 1/f kg. ruwe olie per E. P. K. en per uur. De motoren voor schepen worden gemaakt in 2 typen 1. met verstelbare schroefbladen en constante draairichting van 200 tot 600 E. P. K. (4 cylinders), met omkeerbare draainrichting van 600 tot 5 000 E. P. K. (6 tot 12 cylinders per motor). Beide motortypen hebben reeds bewezen zeewaardig te zijn. Het diagram

Voldrukdiagram van den Dieselmotor.

van den motor (zie de alb.) is geheel anders dan van een gasmotor; de verbranding geschiedt geleidelijk en de druk blijft geruimen tijd constant; dit verklaart het hoog nuttig effect van de brandstof in dezen motor.

De motor is enkelwerkend en van het viertaktsysteem, d. w. z. elke vierde slag verricht arbeid. Gedurende de eerste voorwaarts beweging van den zuiger wordt lucht aangezogen, die gedurende den eersten teruggaanden slag samengeperst en daardoor sterk verwarmd wordt; gedurende den tweeden slag voorwaarts (arbeids-slag) wordt de olie, die als brandstof dient, langzamerhand in den cylinder gevoerd, waar zij zich met lucht vermengt en door de hooge temperatuur der laatste geleidelijk verbrandt, hetgeen een expansie der gassen tengevolge heeft; gedurende den tweeden teruggaanden zuigerslag worden de verbrandingsprodukten uit den cylinder verwijderd. De arbeidscylinder is van onderen open en van boven door middel van een deksel gesloten; in het laatste bevinden zich de werking-regelende deelen; luchtinlaatklep, uitlaatklep, brandstofklep en een klep voor het aanzetten met gecomprimeerde lucht.

Alle kleppen worden door middel van onronde schijven geopend en door veeren gesloten. Deze onronde schijven zijn op een gemeenschappelijke as bevestigd, welke de helft van het aantal omwentelingen der krukas maakt en van daaruit door middel van een verticale as met schroefwielen aangedreven wordt. Door een brandstof-pomp wordt de voor een omwenteling noodige hoeveelheid brandstof in het brandstofklephuis gepompt; hieruit wordt de brandstof door middel van luchtdruk in den arbeids-cylinder gevoerd. Daarvoor is aan het brandstof-klephuis een reservoir met samengeperste lucht aangesloten. Een luchtpomp houdt dit reservoir op spanning. Zij perst lucht in twee stadia samen, onder voortdurende mantelkoeling, op den voor het inblazen der brandstof vereischten druk. Het ingangzetten van den motor geschiedt door samengeperste lucht, welke eveneens door de luchtpomp geleverd, en in voor dit doel bestemde reservoirs bewaard wordt. Als brandstof wordt olie gebruikt, en het is een voordeel, dat niet alleen gewone petroleum daartoe geschikt is, maar evenzeer goedkoope, moeilijk ontvlambare, in lampen niet brandbare minerale oliën kunnen dienen. Gevaar voor brand of ontploffingen bestaat niet, de bediening is eenvoudig, inwendige reiniging niet noodig, het uitlaten van gas geschiedt reukeloos en onzichtbaar.

De heete-luchtmotor berust op de beurtelingsche uitzetting en inkrimping van vele stoffen, als zij afwisselend verwarmd en afgekoeld worden. Door deze volumeverandering te beletten, wordt kracht ontwikkeld, om het beletsel te overwinnen. Hiervan wordt nu op de volgende wijze gebruik gemaakt bij de heeteluchtmotoren (Plaat I, fig. 1). In een cylinder, van onderen verhit en van boven afgekoeld, bevindt zich lucht en tevens een verdringer, die eenigszins korter is dan de cvlinder. Gaat de verdringer naar boven,

dan verplaatst zich de koude lucht boven den verdringer langs de wanden naar het

verhitte gedeelte onder den verciringer, zoodat ze uitzet; omgekeerd zal de warme lucht naar het afgekoelde gedeelte gaan en inkrimpen, wanneer de verdringer daalt. Beurtelings ontstaat er dus een overdruk en een vacuum, waardoor een zuiger en een vliegwiel in beweging worden gebracht.

De hier bedoelde machines, die zindelijk en geruischloos werken, zijn voor kleinere krachtinstallaties zeer aan te bevelen. Terwijl aanvankelijk als beweegkracht gas gebruikt werd, kwam men al spoedig er toe, vloeibare brandstoffen, vooral petroleum en benzine, met succes aan te wenden. Ook vond de heete-luchtmotor weldra bij de kleine scheepvaart toepassing, en in ons land, alsook daarbuiten, worden op tal van schepen Van Rennes-motoren gebruikt, vervaardigd door de fabriek „Drakenburgh" te Utrecht.

Bronsmotoren. Sedert enkele jaren bestaat er te Appingedam een fabriek, waarin een speciaal systeem verbrandingsmotoren wordt vervaardigd, de bronsmotor, aldus genoemd naar den uitvinder, den heer J. Brons. Van alle bekende systemen wijkt deze motor in meerdere of mindere mate af, doch het meest nadert de werkingswijze die der Dieselmotoren. De Bronsmotoren werken

Sluiten