Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan 3 spoorwegen en aan een aantal tramwegen, is de zetel van een bisschop en telt (1901) 18 626, als gemeente 31154 inwoners. Men vindt er een kasteel uit de 13de eeuw, een aantal oude kerken waaronder de kerken Sant'Andrea (1219), Santa Catarina, San Paolo met schilderijen van Gaudenzio Ferrari, en San Cristoforo (1532—1538), een groot ziekenhuis, standbeelden van Victor Emanuel Cavour en Garibaldi, en fraaie plantsoenen. De plaats bezit fabrieken voor machines, lucifers, geweven stoffen, knoopen, piano's enz., molens, rijstpelmolens, leerlooierijen en boekdrukkerijen. Ook wordt er een levendige handel gedreven. In de omgeving wordt aan rijstbouw gedaan. Vercelli bezit een lyceum, een gymnasium, een technische school, een technisch instituut, een seminarium, 2 bibliotheken, een instituut van schoone kunsten met een museum van schilderijen, een verzameling van oudheden, een teeken- en modelleerschool en een schouwburg. Deze stad heet in de Oudheid Vercellae; zij was de hoofdstad derLibiciin Cis-Alpijnsch Gallië en later een municipium der Romeinen. In 101 v. Chr. versloeg Marius d° Cimbriërs tusschen Vercelli en Verona. Nadat deze stad in de Middeleeuwen aan verschillende heeren onderworpen was geweest, kwam zij onder Milaan, verviel in 1427 aan Savoye en werd in 1638 door de Spanjaarden veroverd, maar in 1659 na den Vrede der Pyreneeën aan Savoye teruggegeven.

Vercellone, Carlo, een Italiaan sch godgeleerde, geboren den 14den Januari 1814 te Sordevolo in het bisdom Biëlla in Piëmont, bezocht het gymnasium te Biëlla en trad in 1829 te Turijn in de Orde der Barnabieten. De Orde deed hem eerst te Turijn in de wijsbegeerte en vervolgens te Rome in de theologie studeeren, waarna hij belast werd met de leiding der godgeleerde studiën in het college der Barnabieten te Rome.Vooral wijdde hij zich aan de tekstcritiek van den Bijbel. Als zijn hoofdwerk noemen wij: „Variae lectiones vuigatae latinae editionis Bibliorum" (dl. 1 en 2 1860—1863). Verder schreef hij: „Dissertazioni academiche di vario argumento" (1864) en leverde op last der Curie de nieuwste officieele uitgave der „Vulgata" (1861). In 1856 droeg de paus hem de uitgave op van de door Mai bewerkte „Biblia e codice Vaticano" (5 dln., 1857), waaraan hij vele verbeteringen toevoegde; in 1868 maakte hij een aanvang met een nieuwe uitgave van dien Bijbel. De universiteit te Weenen verleende hem in 1865 eershalve het doctoraat in de theologie. Hij overleed in 1869.

Vercingetorix is de naam van den vermetelen en heldhaftigen Averner, die in 52 v. Chr. bijna alle Gallische volkeren bewoog tot een gemeenschappelijke poging, om hun vrijheid tegen Caesar te verdedigen. Het gelukte hem niet alleen zich geruimen tijd staande te houden, maar hij wist Caesar ook gevoelige verliezen toe te brengen. Laatstgenoemde zag zich eindelijk na een vruchteloozen aanval op de hoofdstad der Averners (Gergovia, nabij het hedendaagsche ClermontFerrand) genoodzaakt, naar de provincie Gallië terug te trekken. Toen echter liet Vercingetorix zich verleiden, een beslissenden slag te wagen, waarin hij een volkomen nederlaag leed. Hij trok daarop terug naar Alesia (Alise Ste Reine nabij Dijon) en werd er door Caesar belegerd. Hij trachtte vruchteloos zich te verdedigen, een Gallisch leger,

dat hem hulp trachtte te brengen, werd door Caesar teruggeslagen. Daarom gaf Vercingetorix aan de zijnen den raad, zijn persoon dood of evend in handen van Caesar te leveren, ter einde daardoor gunstiger voorwaarden te bedingen. Hij werd dien-

Munten van Vercingetorix.

tengevolge naar Caesar geleid, die hem in boeien sloot, hem in 46 bij zijn triomf binnen Rome bracht en hem daarna deed terechtstellen. In 1865 liet Napoleon III te Alesia een standbeeld voor hem oprichten; in 1903 werd te Clermont-Ferrand een standbeeld van hem onthuld.

Vercoullie, Jozef, een Belgisch taalkundige, geboren te Ostende, den 20sten April 1857, werd hoogleeraar in de Nederlandsche philologie te Gent in 1884. Den lsten December 1902 werd hij tot lid der Koninklijke Academie te Brussel benoemd. In de laatste jaren speelde hij te Gent een zeer gewichtige rol in de politiek als voorzitter van belangrijke maatschappijen en als verspreider der liberale Vlaamsch gezinde denkbeelden. Gewichtige diensten bewees hij aan het Vlaamsche volk door de wetenschappelijke voordrachten en leergangen, die hij te Gent en in andere steden des lanas hield. Van zijn werken noemen wij: „Beknopt Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal"(1890), „Algemeene inleiding tot de taalkunde"(1890), „Schets eener Historische grammatica der Nederlandsche taal"(1892—1900), „Nederlandsche spraakkunst" (1894,1900,1907), „Werken van zuster Hadewijch" (1895) met inleiding en varianten, 1905, en „Synonyma Latino-Teutonica" (1902, derde deel), de twee eerste deelen uitgegeven door Emile Spanoghe voor de Antwerpsche Bibliophilen. Hij was en is nog medewerker aan tal van binnen- en buitenlandsche tijdschriften, dag- en weekbladen, waarin hij artikels leverde over taalkunde, politiek en godsdienstkennis.

Verdaguer, don Jacinto, een Spaansch dichter, geboren in 1845 te Folgarolas in Catalonië, studeerde in de godgeleerdheid en ontving in 1865 nog als student den eersten prijs voor poëzie bij de Floralische spelen te Barcelona. In 1870 werd hij tot priester gewijd, was eenigen tijd geestelijke te Vignolas d'Oris en werd in 1875 aalmoezenier op het schip Ciudad-Condat, later van markies de Comillas. Zijn hevig mysticisme, mishaagde de kerkelijke overheid, zoodat hem in 1893 zijn priesterambt werd ontnomen, hij werd echter door eenige beschermers in staat gesteld rustig te leven. Hij overleed in 1902 te Barcelona. Zijn voornaamste werken zijn de beide heldendichten: „L'Atlantis" (1876) en „Lo Canigou" (1885). Verder schreef hij een bundel lyrische gedichten (1888), „De droom van Sint Jan" en idyllen en mystieke gedichten. Hij was lid van de Catalaansche academie.

Verdam, Gideon Jan, een Nederlandsch wis kundige, geboren den 2den December 1802 te Mij-

Sluiten