Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bisschop van Verden was. Otto 111 verleende in 983 aan het stift markt-, munt- en tolrecht, en ook Hendrik IV schonk het in 110G belangrijke voorrechten. De bisschop was oorspronkelijk suffagraan van Hamburg, later van Mainz. Reeds vroeg won de Hervorming er veld, maar het domkapittel handhaafde zijn gezag tot 1631, toen bisschop Fram Wilhelm met de R. Katholieke geestelijkheid verdreven werd. In 1644 werd Verden door de Zweden bezet en in 1648 geseculariseerd en aan Zweden afgestaan. In 1719 viel het ten deel aan Hannover, in 1810 aan het koninkrijk Westfalen; in 1813 kwam het weder onder de heerschappij van Hannover en in 1866 met dit rijk aan Pruisen.

Verden, een stad in het Pruisische distrikt Stade, ligt aan de Aller, 4 km. van haar uitmonding in de Wezer verwijderd, en telt (1905) 9 728 inwoners. Zij bezit 3 Protestantsche kerken, een Luthersche kapel, een Katholieke kerk, een synagoge, een gymnasium, een kweekschool voor onderwijzeressen enz. De bevolking leeft van nijverheid, visscherij, scheepvaart en handel.

Verdet, Marcel Emile, een Fransch natuurkundige, geboren den 13den Maart 1824 te Nïmes, was eerst hoogleeraar aan de Normaalschool en later aan de polytechnische school te Parijs. Hij overleed den 3den Juni 1866 te Avignon. Hij hield zich voornamelijk bezig met onderzoekingen over de door Faraday ontdekte draaiing van het polarisatievlak van het licht in vloeistoffen onder invloed van een magneetveld. Men noemt den hoek, waarom het polarisatievlak in een door het licht en door de krachtlijnen van een magnetisch veld van de intensiteit 1 loodrecht getroffen vloeistoflaag en van de dikte 1 gedraaid wordt, de constante van Verdet. Volgens de Wet van Verdet is de draaiing van een mengsel gelijk aan de som van de draaiingen der bestanddeelen. De werken van Verdet verschenen in de „Annales de chimie et de physique", waarvan hij sedert 1852 medewerker was. Later verschenen: „Oeuvres de Verdet" (8 dln., 1868—1873). Hij werkte ook mede aan de uitgave van de werken van Fresnel.

Verdi, Giuseppe, een Italiaansch componist, geboren den 9den October 1813 te Roncole in Parma, ontving zijn opleiding te Milaan onder Lavigna, maakte zich eerst bekend als pianovirtuoos, maar bepaalde zich vervolgens bij de compositie en behaalde in 1841 grooten roem door zijn opera: „Nabucco", weldra gevolgd door een reeks van andere, van welke wij noemen: „Ernani" (1844), „Giovanna d' Arco", „Alzira" (1845), „Attila" (1846), „Macbeth", „Le roi Lear" (1847), „Rigoletto" (1851), „II trovatore" (1853), „La traviata" (1854), „Les vêpres siciliennes" (1855), „Airoldo", „Simon Boccanegra" (1857), „Un ballo in maschera" (1859), en „Aida (1871)". Zijne stukken geven getuigenis van zijne groote talenten als componist, maar zijn in het algemeen sterk op het effect berekend. Verdi zag zich in 1872 benoemd tot senator van het koninkrijk Italië en is te Genua gevestigd, maar bevindt zich veelal op reis, om de opvoering van zijne opera's te besturen. Grooten roem verwierf hij voorts door zijn „Requiem", aan de gedachtenis van Mamoni gewijd.

Verdichting; noemt men elke vermindering van het volumen van een lichaam. Zij kan tot stand komen door de inwerking van een uitwen-

digen druk en heet dan compressie (zie Samendrukbaarheid); ontstaat zij door temperatuurverlaging, dan spreekt men van contractie-, gaan eindelijk gassen of dampen door drukvermeerdering of temperatuurverlaging of door beide tegelijk in den vloeibaren toestand over, dan heet de verdichting condensatie (zie aldaar).

Verdoemenis is de straf der Hel. Zie aldaar.

Verdonck, Maarten, is de Nederlandsche naam van Martinus Duncanus (zie aldaar).

Verdooving' (stupor) noemt men een eigenaardige onderdrukking van het zenuwstelsel, waardoor niet alleen slaperigheid ontstaat, maar ook de vatbaarheid voor indrukken verflauwt. Het voorstellingsvermogen van den lijder is traag en onzeker; hij schijnt te slapen, hoewel zijn gehoor en gezicht niet geheel belemmerd zijn en hij zijn oogen slechts gedeeltelijk gesloten houdt. Een lichtere graad van verdooving is slaperigheid (somnolentia), die bij haar toenemen in een diepen slaap (sopor) overgaat. De naaste oorzaak van verdooving is gewoonlijk hersendrukking door overmaat van aderlijk bloed in de hersenen. Men neemt die verschillende graden van slaperigheid waar bij een ruim gebruik van verdoovende middelen. Zie voorts onder Anaesthesie en Anaeslhetische middelen.

Verdrag1 of tractaat is een regeling, tusschen twee of meer mogendheden getroffen en op schrift gesteld. In den tegenwoordigen tijd, nu niet alleen de handelsbetrekkingen, maar ook de overige internationale rechtsbetrekkingen en het denkbeeld van internationale arbitrage meer en meer op den voorgrond treden, neemt het aantal tractaten sterk toe. Volgens art. 59 onzer Grondwet worden alle verdragen met vreemde mogendheden gesloten en bekrachtigd door den Koning, die den inhoud dier verdragen mededeelt aan de beide kamers der Staten-Generaal, zoodra Hij oordeelt, dat het belang van den Staat dit toelaat. Toestemming van de Staten-Generaal is in 't algemeen niet noodig; slechts voor verdragen, die wijziging van het grondgebied van den Staat inhouden, die aan het Rijk geldelijke verplichtingen opleggen of die eenige andere bepaling, wettelijke rechten betreffende, inhouden, schrijft de Grondwet voor, dat zij door den Koning niet worden bekrachtigd dan na door de Staten-Generaal te zijn goedgekeurd. Deze goedkeuring wordt evenwel niet vereischt, indien de Koning zich de bevoegdheid tot het sluiten van het verdrag bij de wet heeft voorbehouden. In den regel wordt een tractaat voorbereid door daartoe door de verschillende Regeeringen benoemde gevolmachtigden. Na vaststelling der hoofdpunten wordt het verdrag geredigeerd en door de gevolmachtigden geteekend. Het erlangt evenwel eerst kracht, wanneer het door de verschillende regeeringen is bekrachtigd of geratificeerd en de akten van ratificatie zijn uitgewisseld (zie ratificatie). Sommigen keuren af, dat niet voor alle tractaten goedkeuring der Staten-Generaal noodig is en zeer belangrijke verdragen, bijv. vredesverdragen, zonder die goedkeuring kunnen worden aangegaan. Belangrijke verdragen van de laatste jaren zijn die welke het uitvloeisel waren van de Vredesconferentiën; verder die totregeling van wetsconflicten met betrekking tot het huwelijk, de voogdij en curateele en van kwestiën van procesrecht. Voor Nederlandsch-Indië is volgens art. 44 van het Regeeringsreglement de Gou-

Sluiten