Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sumner (f 1874) en Theodore Parker. In de zuidelijke staten kwam de lyriek het eerst en het meest tot bloei. De voornaamste vertegenwoordiger op dit gebied was Edgar Allan Poe (f 1849); verder noemen wij: Edward Coaie Pinckney, Paul Hamilton Hayne, Henry Timrod, Frank O. Ticknor en Lydia Sigourney. Ook als novellist muntte Poe uit. Van de voornaamste romanschrijvers noemen wij: John Pendleton Kennedy, William Gilmore Simms, John Eslen Cooke, Mary Virginia Terhunc en A. B. Longslreet. De geschiedenis is vertegenwoordigd door Charles E. Gayarré, de biografie door William Wirt. De voornaamste redenaar van het Z. is in deze periode Henry Clay.

In de laatste periode is New-York weder het centrum van het geestelijk leven. In dezen tijd begint ook het Westen een rol te spelen.

De voornaamste dichters van de noordelijke staten zijn: Richard Henry Stoddard (f 1903), John T. Trowbridge,Edmund Clarence Stedman, Thomas Bailey Aldrich, Steplan Crane, Blisz Carman, Richard Hovey (f 1900), Emma Lazarus en Edith M. Thomas. Drama's schreven o. a.: Richard Hovey, Thomas Bailey Aldrich, Bronson Howard, James Herne, William Gillette en Clyde Fitch. De voornaamste vertegenwoordigers van den realistischen roman zijn: William Dean Howélls (geb. 1837) en Henry James (geb. 1843). Van de overige schrijvers en schrijfsters, die romans en novellen schiepen, noemen wij: S. Weir Mitehell, Paul Leicester Ford, Charles Dudley Warner, Thomas Bailey Aldrich, Marion Deland en F. Hopkinson-Smith. Essay's schreven o.a.: Edmund Clarence Stednian, George E. Woodberry, Brander Matthews, Hamilton W. Mabie, E. L. Godkin, H. E. Bunner en Jehn Burroughs. Als humorist werden beroemd: Charles Farrar Broime (pseudoniem: Artemis Ward), DavidRosz Locke (pseudoniem: Petroleum V. Naseby) en Samuel T. Clemens (pseudoniem Mark Tivain). In Nieuw Engeland bloeide vooral de lyriek, die vertegenwoordigd werd door Henry Howard Broumell, Edward Rowland Sill, Arlo Bates, James Boyle O'Reilly, Lloyd Mifflin, William Wetmore Story, William Winter, Helen Hunt Jackson, Celia Thaxter, Julia Ward Howe, Louise Imogen Guiney, Charlotte Perkins Stetson en Emily Dickinson (1830—1886). Drama's schreven Josephine Preston Peabody en Mary Wilkins. In den roman en de novelle muntten o. a. uit: Edward Everett Hale, Louise M. Alcott, die vooral voor jonge meisjes schreef, Elizabeth Stuart Phelps, Harriet Prescott Spofford, Sarah Ome Jewett, Blanche Hoioard, Mary E. Wilkins en Edward Bellamy (1898), wiens „Looking backward" wereldberoemd werd. Uitmuntende essays schreven: Thomas Wentmrth Higginson, Alice Brown, Agnes Repplier, John Cabot Lodge en John Fiske (| 1902). De voornaamste humorist van NieuwEngeland is Henry li'. Shaw (pseudoniem: Josh BiUings). In de Zuidelijke Staten werd de lyriek vertegenwoordigd door Sidney Laniers (f 1892), Maurice Thompson, Frank O. Ticknor, Irwin Russel en den neger Paul Ixiurence Dunbar. Romans en novellen schreven: George M. Cable, Grace King, Thomas Nelson Page, Amelie Rives, Joel Chandler Harris, Mary N. Murfree (pseudoniem: Charles Egbert Craddock), James iMne Allen, George Fox, Paul Laurence Dunbar, Albion W. Tourgee, Frances Hodgson Burnett en Dim Boucicault. Lajcadio

Hearn schreef een aantal essays. Eerst na 1860 doen de Westelijke staten zich meer gelden, op het gebied van de lyriek door de werken van: Francis Bret Harte (f 1902), Joaquin, eigenlijk Cincinnatus Hiner Miller, John Hay, James Whitcomb Riley, Will Carleton, Eugene Field, Hamlin Garland, Edivard Markham en Jone Noguehi, op dramatisch gebied vooral door de werken van Bret Harte, Joaquin Miller en Augustus Thomas, in den roman en de novelle door Bret Harte, Mary Hallock Foote, Charles King, Edward Egglestm, Joseph Kirkland, Edgar Watson Howe, Alice French (pseudoniem Octave Thanet), Hamlin Garland, Owen Wister, Frank Norris, Henry Blake Fuller en Robert Herrick. Als humorist muntte Robert J. Burdette uit.

De wetenschappelijke literatuur van de Vereenigde Staten is zeer rijk. Wij hebben reeds een aantal schrijvers over geschiedenis en letterkunde genoemd. Ook aardrijkskundige werken en reisbeschrijvingen zijn zeer talrijk, zij sluiten zich bij ontdekkingstochten aan, zooals de werken van Wilkes, Perry, Fremont, Kane, Hayes, Peary, Irving Rosse, Dall, Allens en George Kenmn, of behandelen het staatkundig en maatschappelijk leven van een aardrijkskundig standpunt, zooals die van M. F. Maury, A. H. Guyot, Whitney, Patton, Bryce, of zij zijn belletristisch, zooals die van lrving, Bryant, Longfellow, Cooper en vele anderen.

De wijsbegeerte heeft zich sedert Jonathan Edwards (1703—1758, uitgave van zijn werken: 10 dln., 1844) onder Europeeschen invloed verder ontwikkeld. Van de voornaamste wijsgeeren noemen wij: Brownson, Marsh, William Ellery Channing, Emerson, John Fiske, Noah Porter, John Bascom, Francis Bowen, Mark Hopkins, Charles C. Everett, Edward J. Hamilton, William James, Wm. M. Salter, Percival Chubb en Felix Adler. Van de philosofische tijdschriften noemen wij: „Joumal of Psychology", „International Journal of Ethics", „Ethical Record" en „The Monist."

De godgeleerdheid gaf door het aantal verschillende sekten het aanzijn aan een groot 'aantal werken, waarvan het gehalte echter niet geëvenredigd is aan dit aantal. Tot de voornaamste theologische tijdschriften behooren: „Catholic Quarterly", „Catholic World", „Lutheran Quarterly", „Methodist Review", „American Journal of Theology", en „Journal of Biblical Literature."

Het Amerikaaansch recht werd inzonderheid beoefend door Joseph Story en James Kent, het volkerenrecht door Henry Wheaton, het strafrecht door Edward Livingston en Francis Wharton, de staathuishoudkunde door Francis Lieber, Henry Charles Carey, Amasa Walker, Francis A. Walker, Lester F. Ward, Henry George en Demarest Lloyd. Het belangrijkst vakblad op rechtskundig gebied is „American Law Review."

De natuurkundige wetenschappen worden bevorderd door het Smithsonian Institute en door de groote laboratoria, musea en observatoria van de universiteiten. De literatuur op dit gebied is zeer rijk. Als grondlegger van de natuurkunde kan men Benjamin Franklin beschouwen; op hetzelfde gebied onderscheidden zich later: J. B. Stallo, M.F.Maury, J. Henry, Benjamin Peirce, E. Mac Clintoch, S. P. Langley, A. G. Bell, Edison en Maybridge. Van de voornaamste scheikundigen noemen wij: Benjamin

Sluiten