Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mexico, zooals de Apalachicola en de Mobile. De Canadeesche Meren zou men evengoed tot het middelste gedeelte van de Vereenigde Staten als tot het oostelijk gedeelte kunnen rekenen. Overigens bestaat het middendeel uit het bekken van de Mississippi, dat in het O. door de Alleghanies, in het W. door de Rocky Mountains (zie aldaar) wordt begrensd. Men vindt hier een aantal heuvels, waarvan sommige een hoogte bereiken van 500 m.; overigens is de bodem vlak of golvend. Het O. bevat veel bosch, het W. bestaat voornamelijk uit prairiën. Op de grens van Texas en Nieuw-Mexico verheft zich het uit zandsteen bestaande, woeste tafelland van de Llano Estacado. Aan den rand hiervan ontspringen eenige rivieren, die niet in de Mississippi uitmonden, zooals de Brazos en de Colorado. De Rio Grande del Norte ontspringt reeds in de Rocky Mountains. Met dit gebergte begint het westelijk deel van de Vereenigde Staten, dat voor het grootste deel bergachtig is. Langs de kust loopen de Coast Range, evenwijdig daaraan het Cascadengebergte en de Siërra Nevada. Tusschen de Rocky Mountains en deze ketens strekt zich «en aantal plateaulandschappen uit, waarvan het middelste geu. :,lte het Great Basin wordt genoemd. Dit verheft zich gemiddeld 12—1500 m. boven den zeespiegel. Van de rivieren en meren, waarvan geen enkel met de zee in verbinding staat, is het Groote Zoutmeer het meest bekende. De afvloeiing van het noordelijk gedeelte vormt de Columbia

met üe önake lüver, van het zuiden de Colorado met de Gila. Vele rivieren hebben zich diepe canons in de hoogvlakte uitgeslepen. Het dal tusschen de Siërra Nevada en de Coast Range wordt door de Sacramento en de San Joaquin doorstroomd. Op de westelijke helling van de Coast Range ontspringen vele rivieren, die echter weinig beteekenen. Men heeft de gemiddelde hoogte van de Vereenigde Staten op 792 m. berekend: daarvan ligt ± 39% lager dan 300 m., 37% van 300—1500 m., 16% meer dan 1500 m. en bijna ■8% meer dan 2 000 m. hoog,

Geologie. In de Vereenigde Staten zijn alle geologische formaties vertegenwoordigd. De gesteenten van de archaeïsche formatie vormen de kern, zoowel van de gebergten in het W. als van de Alleghanies. Ook in het N. O. en het N. zijn zij zeer verbreid, terwijl zij op verschillende plaatsen in Missouri en Texas ook tusschen jongere formaties optreden. Silurische gesteenten treden vooral op aan den westrand van de oergesteenten, die tot het gebied van den Atlantischen Oceaan behooren, en verder in groote samenhangende bekkens in het vlakke land tusschen de Alleghanies en de Mississippi; in het bergstelsel van de Rocky Mountains vormen zij smalle gordels om de oudere gesteenten. Do devonische lagen sluiten zich in het algemeen bij de silurische aan; vooral in het gebied van de meren beslaan zij een groote oppervlakte. De steenkolenformatie is in het O. en het midden van de Unie zeer ontwikkeld; ook in het W. komt zij op vele plaatsen voor, dikwijls bedekt door permische lagen. De grootste verbreiding aan de oppervlakte bezitten krijtgesteenten, waaruit de westelijke bergketens gedeeltelijk samengesteld zijn, en die men verder in het centrale deel van Montana tot Texas vindt, terwijl zij verder als een breede gordel de carbonische formatie van het O. in het

XV

Z. en O. insluiten. Tertiaire vormingen komen langs de kusten aan de beide Oceanen en in Nebraska voor; ook de vulkanische gesteenten, waaruit de bergen in het W. voor een deel zijn opgebouwd, behooren tot het tertiaire tijdvak. Kiezel-, zand-, klei- en leemlagen uit het quartaire tijdperk strekken zich over het N. van de Vereenigde Staten uit; ook verder naar het Z. bedekken zij in de Rocky Mountains en in de Siërra Nevada dikwijls oudere lagen. Tot het quartaire tijdperk behooren verder de kiezellagen in de westelijke staten, het alluvium in Florida en de deltavormingen van de rivieren. Zie voor de delfstoffen bij Mijnbouw.

Klimaat. Het klimaat van de Vereenigde Staten is zeer veranderlijk, doordat de winden van het N. en het Z. vrijen toegang hebben en ook tusschen de Alleghanies en de Rocky Mountains geen tegenstand ontmoeten. De N. W. wind, die van de Rocky Mountains en de prairieën komt^ is koud en droog, de N. O. wind, die over de zee en de groote meren zijn weg neemt, is koud en vochtig, de Z. O. en Z. W. winden zijn heet. In het gebied van Michigan tot Montana komen koude winters voor, zoodat het kwikzilver soms bevriest, in de zuidelijke staten zijn sneeuw en ijs zeldzaam' in het Z. van Florida worden winter en zomer als droog en regenrijk jaargetijde onderscheiden. Het gebied van den Atlantischen Oceaan is over het geheel vochtig en vertoont een onaangename afwisseling van hitte en koude, de kust van den Grooten Oceaan daarentegen heeft vooral in het Z. een droog en gelijkmatig klimaat. De hoogte van den bodem speelt overal een belangrijke rol in de gesteldheid van het klimaat. In de vlakten van het Mississippibekken komen dikwijls hevige stormen voor. Aardebevingen zijn, met uitzondering van Californië, zeldzaam. Zie verder (ook bij de overige hoofdstukken) het artikel Amerika.

Bevolking. De bevolking van de Vereenigde Staten is buitengewoon snel toegenomen, zooals uit de volgende tabel blijkt:

1688 200 000

1780 2 945 000

1800 5 308 483

1850 23 191 876

1890 62 831 900

1900 76149 386

1905 83 143 000

In 1907 werd de bevolking op ruim 87,4 millioen geschat. De toeneming is vooral sterk in de middenstaten, de zuidelijke staten en de prairiestaten en is voor het grootste deel een gevolg van de sterke immigratie. Vooral sedert 1847 nam de landverhuizing groote afmetingen aan. In de laatste jaren trachten de Amerikanen door strenge maatregelen personen, die zonder middel van bestaan zijn, en analfabeten te weren. Daartoe diende ook de' bepaling van 1909, dat tusschendekspassagiers bij de landing in plaats van 10 dollars 25 dollars moeten betalen. Men schat het aantal landverhuizers, dat zich vóór 1820 in de Vereenigde Staten vestigde, op 250 000. Een overzicht van de landverhuizing in den lateren tijd geeft de volgende tabel:

33

Sluiten